Ruzie om een orgelpartij

Wie schreef de orgelpartij van het lied ‘A Whiter Shade Of Pale’: Procol Harum-zanger Gary Brooker of toch Matthew Fisher? De rechtszaak dient deze week.

Het is de enige popnummer dat schrijver Maarten ’t Hart kan verdragen, omdat de orgelpartij is ontleend aan Johann Sebastian Bach: Procol Harum’s ‘A Whiter Shade of Pale’. In 1967 beklom het inmiddels legendarische nummer de hitparade, ook in Nederland, waar het dertien weken lang genoteerd bleef staan. Uiteindelijk zijn er wereldwijd niet minder dan tien miljoen exemplaren van verkocht. Aan royalty’s heeft het nummer naar schatting zo’n 8,6 miljoen euro opgebracht.

Bijna veertig jaar later is het nummer de inzet van een juridisch geschil tussen zanger Gary Brooker en de man die de fameuze orgelpartij als de zijne claimt, de inmiddels zestigjarige computerprogrammeur Matthew Fisher uit Croydon. Deze hele week dient de rechtszaak in de deftige Royal Courts of Justice in Londen, waar Fisher – net als Brooker keurig in pak met stropdas – de muziek zelfs op een orgel mag voorspelen. Fisher eist tot 1 miljoen pond aan achterstallige betalingen.

Fisher beweert niet dat hij het lied heeft gecomponeerd. Het was inderdaad Brooker die zich onder meer door Bach’s Air (Symfonie no. 3 in D) liet inspireren, maar het nummer zou oorspronkelijk in een heel ander tempo zijn geschreven en Fisher zou er op het hammondorgel een eigen bewerking van hebben gemaakt. Hoe eigen, moge blijken uit zijn bewerking van Bach’s Wachet auf, ruft uns die Stimme, die Fisher op zijn website heeft gezet. En ja, dat klinkt erg vertrouwd. In de rechtbank was maandag ook slagwerker Robert Harrison (67) aanwezig, die op een demo voor ‘A Whiter Shade Of Pale’ meespeelde en vertelde dat er toen nog geen hammondorgel op te horen was.

Fisher, die in 2004 nog met Procol Harum op het podium stond, zet zwaar in: hij heeft Jens Hill & Co ingehuurd, het advocatenkantoor dat ooit drummer Pete Best verdedigde toen die uit The Beatles werd gezet. Maar Brooker houdt vol dat het nummer al was geschreven voordat Fisher de band kwam versterken. Sterker nog: de organist werd aangenomen op basis van advertenties in muziekbladen.

Brooker wist dan ook meteen wie hij een anderhalve week geleden moest bellen om bewijs voor de rechtszaak te vergaren: Frans Steensma, behalve de Nederlandse eindredacteur van OOR’s Popencyclopedie ooit uitgever van The Roaring Sixties, een legendarisch tijdschriftje exclusief gewijd aan popmuziek uit de jaren zestig.

Steensma heeft toevallig ’s werelds grootste verzameling Procol Harum memorabilia, inclusief driehonderd verschillende versies en persingen van ‘A White Shade Of Pale’, hield nog niet zo lang geleden een speech voor Brooker en zijn vrouw in Denemarken tijdens een reünie van diens eerste groep The Paramounts en levert regelmatig bijdragen aan de fansite over Procol Harum.

Steensma kon Brooker dan ook meteen helpen aan inmiddels vergeelde advertenties uit oude Engelse popbladen. De tegenpartij kent hij toevallig ook. „Een man die je tot voor kort nauwelijks durfde aan te kijken, maar na zijn recente huwelijk met een Amerikaanse plotseling aan zelfvertrouwen heeft gewonnen”, zegt Steensma. „Ik weet zeker dat zij hem hiertoe heeft aangezet. In de Verenigde Staten is de claimcultuur nu eenmaal tot kunst verheven.”

Steensma kan moeilijk inschatten hoe de zaak gaat aflopen. „Dat Fisher een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het nummer staat als een paal boven water, maar om na 39 jaar nog eens royalty’s te claimen lijkt me rijkelijk laat.”

Brooker en Fisher kunnen in elk geval rekenen op een deskundig oordeel: Rechter William Blackburne studeerde behalve rechten ook muziek aan de Universiteit van Cambridge en kan tenminste noten lezen.