‘Nederlandse angsthazen’ onder vuur

De harten winnen van de Afghaanse bevolking of hard de strijd aangaan met de Talibaan? Tussen NAVO-landen bestaat verschil van mening over de aanpak in Zuid-Afghanistan. „We moeten het gevecht aangaan.”

Rotterdam, 16 nov. - Het gebaar was niet mis te verstaan. Op 1 november is er een korte ceremonie op de militaire basis in Kandahar, in Zuid-Afghanistan. De Nederlandse brigade-generaal Ton van Loon aanvaardt het commando van Regional Command South, de NAVO-missie ISAF in het zuiden. Na de gebruikelijke beleefdheidstoespraakjes overhandigt de Canadese generaal David Fraser een opmerkelijk cadeau.

Meestal zijn op dergelijke herinneringsprenten van de NAVO lachende militairen en enthousiaste Afghaanse kinderen te zien. Maar de foto van Fraser toont iets heel anders: een schietende Canadese tank. Dát moeten de Nederlanders ook doen, grijnst Fraser naar het publiek, terwijl hij Van Loon de prent demonstratief in handen drukt.

De Canadese militairen maken zich zorgen over de ‘sneuvelbereidheid’ van de Nederlanders in Afghanistan, zo blijkt uit gesprekken die deze krant voerde met militairen in binnen- en buitenland. Daar waar de Britten en Canadezen al vele tientallen soldaten hebben verloren, is er nog geen enkele Nederlandse militair bij gevechten omgekomen. Dat leidt tot scheve gezichten in Kandahar. De Canadese manschappen morren dat de Nederlanders angsthazen zijn. Canadese officieren hebben openlijk de vrees uitgesproken dat er onder Nederlands commando weinig meer terecht zal komen van het ‘aanpakken’ van de Talibaan. „Als we het gevecht niet aangaan”, zegt een majoor op 1 november tegen de Canadese televisie, „zullen de Talibaan uiteindelijk overwinnen”.

De Canadese opmerkingen hebben irritatie gewekt in Den Haag. De Nederlandse legerleiding vindt juist dat de bondgenoten zich te veel laten meeslepen met het escalerende geweld in Zuid-Afghanistan. Een ‘negatieve geweldsspiraal’ zou de ISAF-missie in gevaar kunnen brengen, zo vreest Den Haag. Nederlands hoogste militair, commandant der strijdkrachten Dick Berlijn, is op 1 november ook bij de commando-overdracht in Kandahar. Berlijn spreekt met zijn Canadese collega, chief of staff Rick Hillier. Volgens een hoge officier die aanwezig was bij dat gesprek doet Berlijn de suggestie dat de Nederlanders niet durven te vechten af als ‘bull shit’. Bovendien maakt hij kritische opmerkingen over de tanks die de Canadezen als versterking hebben aangevoerd. „Realiseer je wat je doet”, zegt Berlijn tegen Hillier. „Met tanks geef je de bevolking het signaal dat er hier een grote, conventionele oorlog wordt gevoerd.”

Soms lijkt zo’n oorlog al lang aan de gang te zijn. In september hebben de NAVO-troepen ten westen van Kandahar-stad een offensief uitgevoerd tegen duizenden Talibaan-strijders. ‘Operatie Medusa’ is de grootste veldslag geweest uit de geschiedenis van de NAVO: meer dan duizend vijandelijke strijders zijn omgekomen. Ook Nederlandse troepen hebben meegedaan. Ongeruste Tweede-Kamerleden hebben daarna opnieuw vragen gesteld aan minister van Defensie Kamp. De missie in Uruzgan zou toch vooral in het kader staan van de wederopbouw? Is Uruzgan niet afgegleden naar een ordinaire ‘vechtmissie’?

Maar de militairen weten heel goed dat er ook flink gevochten zal moeten worden. Op het ministerie van Defensie in Den Haag spreekt men niet van ‘wederopbouwmissie’ of ‘vechtmissie’, maar gebruikt men een Engels woord: counter-insurgency (contra-guerilla). Iedere militair weet dat je bij een contra-guerilla verschillende dingen tegelijk doet: hulp verlenen, wederopbouwen, én gevechten voeren tegen mogelijke tegenstanders. Amerikanen noemen dit een three block war. Nederlandse militaire handboeken spreken van ‘gevechtsoperaties tegen een irregulier optredende tegenstander’. Eén ding staat volgens de handboeken vast: een counter-insurgency win je nooit met vechten alléén. Wie dat wél probeert, komt onherroepelijk terecht in het ‘Vietnam-scenario’.

Over de theorie bestaat consensus tussen de NAVO-partners. Maar in de dagelijkse praktijk legt ieder land ‘accenten’. Eigenlijk valt er maar weinig lijn te ontdekken in het optreden van de bondgenoten. Canadese troepen hebben in het kader van operatie Enduring Freedom maandenlang zware gevechten gevoerd – en doen dat in naam van van de NAVO-missie ISAF nog steeds. De Britten hebben in juni geprobeerd de provincie Helmand te controleren, maar hebben zich na zware verliezen (38 doden) teruggetrokken.

Nederland heeft voor een behoedzamere strategie gekozen. Voorlopig concentreren de Nederlandse troepen zich in Uruzgan alléén op een klein gebied rondom de steden Tarin Kowt en Deh Rawood. Bij de ‘inktvlekstrategie’ past ook dat troepen niet al te actief op jacht gaan naar tegenstanders. Voortdurende gevechten – met mogelijke burgerslachtoffers – werken averechts op één van de doelstellingen van missie: het winnen van steun van de bevolking. Bovendien leveren de gevechten militair gesproken niets op. „Wie wil, kan 24 uur per dag vechten in Uruzgan”, zo zegt generaal Berlijn vaak tegen zijn staf.

Maar niet iedereen denkt er zo over. In Uruzgan zitten nog steeds Amerikaanse troepen, onder meer om het Afghaanse leger te trainen. De ‘embedded trainers’ zoeken met hun Afghaanse rekruten niet zelden de confrontatie – ondanks orders van de Nederlandse commandant Theo Vleugels, dit níet te doen. „De Amerikanen zoeken de marges op”, zeggen bronnen op het ministerie. Regelmatig vallen er harde woorden tussen de Amerikanen en de Nederlanders op Kamp Holland, de Nederlandse basis in Tarin Kowt.

Verhitte gesprekken worden niet alleen daar gevoerd. Tijdens topoverleg in het militair comité van de NAVO heeft Berlijn diverse malen „stevig stelling” genomen tegen zijn collega’s, zo vertellen bronnen op het departement. Zo zei hij op 8 september in Warschau dat het „zwaartepunt” van de missie niet ligt bij het bestrijden van de Talibaan, maar bij de hearts and minds van de Afghaanse bevolking en het behouden van de parlementaire steun in de NAVO-landen. „We moeten snel successen laten zien”, zei Berlijn. „En succes betekent wederopbouwprojecten. Niet dat we weer eens 50 Talibaanstrijders hebben omgelegd.”

Afgelopen dinsdag heeft Berlijn die boodschap in Brussel herhaald. Ingewijden spreken van „hevige discussies” binnen de NAVO. „Als Berlijn zegt dat de focus op wederopbouw cruciaal is, dan is iedereen aan tafel het daar roerend mee eens”, vertelt een bron. „Maar daarna zegt men: maar we moeten óók druk houden op de Talibaan.”

Sinds de start van hun missie op 1 augustus hebben de Nederlanders in totaal ‘slechts’ zes keer een vuurgevecht moeten leveren in Uruzgan. Daarbij werden naar schatting tientallen vijandige strijders gedood. In Helmand en Kandahar worden bijna dagelijks gevechten gemeld. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch maakt zich zorgen over de vele burgerslachtoffers. „De NAVO dreigt de steun te verliezen van de burgerbevolking die ze zou moeten beschermen”, zegt directeur Sam Zarifi van Human Rights Watch. Het Nederlandse commando van Regional Commandant South lijkt dus niet te hebben geleid tot een afname van het geweld. Eén ding heeft generaal Van Loon wel gedaan: de Canadese tanks, zo heeft hij verordonneerd, komen voorlopig de basis niet af.