Minder liberaal

Zelden is een richtlijn uit Brussel op zoveel verzet gestuit. Op zoveel onwetendheid ook. ‘Bolkestein? Frankenstein’ klonk het in de straten van Europa. Een analyse.

Ze kunnen komen, de Poolse loodgieters. Niets staat hun komst meer in de weg nu het Europees Parlement gisteren in grote meerderheid definitief akkoord is gegaan met de zo fel bediscussieerde dienstenrichtlijn. De grenzen binnen Europa gaan weer een stukje verder open.

Polen die komen? Maar ze zijn er toch al lang? Dat is nu precies één van de misverstanden waar oud Europees Commissaris Frits Bolkestein ook graag op wees. Hij groeide twee jaar geleden bij sommigen in Europa uit tot de man van het kwaad, de man die met zijn liberaliseringvoorstellen de doodsteek toebracht aan het sociale Europa. Zijn plannen om in de Europese Unie de grensbarrières weg te nemen voor dienstverlenende bedrijven zouden leiden tot een massale, niet te stuiten toestroom van goedkope arbeidskrachten uit de voormalige Oostbloklanden die in 2004 tot de Europese Unie toetraden. ‘Bolkestein? Frankenstein!’, stond er op de spandoeken.

Het angstbeeld kon ontstaan omdat het zo herkenbaar was. Poolse werknemers vormen immers nu al een onderdeel van de West-Europese arbeidsmarkt. Het kluscircuit is in belangrijke mate een Pools circuit. Maar tevens een zwart circuit. En, zo zei Bolkestein, als hij zijn voorstel weer eens verdedigde, de dienstenrichtlijn slaat niet op zwarte arbeid. Zoals deze ook geen betekenis heeft voor werknemers in loondienst. „Poolse slagers die de grens met Duitsland oversteken en door een Duits abattoir worden aangenomen, moeten volgens de desbetreffende CAO worden betaald. Zo is het natuurlijk ook in Nederland’’, schreef hij een jaar geleden aan de vooravond van het eerste debat in het Europees Parlement over de dienstenrichtlijn.

Het leek aanvankelijk zo’n onschuldig plan toen de dienstenrichtlijn begin 2004 werd gepresenteerd. Het opheffen van grensbelemmeringen voor bedrijven in de dienstverlening die hun vleugels binnen Europa wilden uitslaan, dat was allemaal niet meer dan een uitwerking van de interne markt die al lang in de EU bestaat. De aannemer die over de grens wil werken ziet daar vaak vanaf omdat hij weer met een geheel nieuwe vergunningenprocedure te maken krijgt. Het basisprincipe van de dienstenlichtlijn was dat, als een bedrijf voldoet aan de eisen van het land waarin het is gevestigd, dit ook moet gelden voor andere EU-landen. Volgens de critici zou dit zogeheten ‘land van oorsprongbeginsel’ een race naar de bodem kunnen inzetten. Landen met de ruimste regelgeving zouden dan de norm kunnen zetten.

Niet verwonderlijk dat de politieke strijd om de dienstenrichtlijn zich op dit punt heeft geconcentreerd. Dat als gevolg van het brede maatschappelijke verzet de dienstenrichtlijn de eindstreep niet ongeschonden zou halen was al snel duidelijk. Tijdens een top van Europese regeringsleiders vorig voorjaar telden de Franse president Chirac en de Duitse bondskanselier Schröder hun knopen: zij eisten een gewijzigde dienstrichtlijn die meer rekening hield met de geuite bezwaren. Dit was voor het Europees Parlement het signaal om aan een groot compromis te gaan werken. Socialisten en christen-democraten namen het voortouw om het voorstel van Bolkestein van zijn scherpe kantjes te ontdoen. De belangrijkste verandering: het-land-van-oorsprong-principe is niet meer in de tekst terug te vinden. Lidstaten van de Unie kunnen onder strikte voorwaarden nog wel nieuwe beperkingen opleggen aan bedrijven die van elders uit de Unie komen. In de definitieve versie van de dienstenrichtlijn staat ook krachtiger geformuleerd dat bedrijven van buiten zich wel aan de arbeidswetgeving van hun gastland dienen te houden.

De dienstenrichtlijn is hiermee minder liberaal geworden. Het ‘vrije spel der maatschappelijke krachten’ is aan meer regels gebonden. Dit tot grote teleurstelling van het Nederlandse kabinet. In het afgelopen jaar, nadat in het Europees Parlement het ‘grote compromis’ was bereikt, heeft het nog diverse pogingen ondernomen om de richtlijn toch weer wat op te rekken.

Tevergeefs. Voor europarlementariër Sophie in het Veld (D66) was dit aanleiding om haar steun te onthouden. ,Angst, behoudzucht en protectionisme hebben het debat beheerst. Publieke diensten blijven uitgezonderd van de richtlijn, dat is een gevaarlijk precedent. De gehanteerde definities blinken uit door juridische vaagheid. Het is een gemiste kans voor Europa’’, stelt zij onverbloemd vast. Om dezelfde reden toonden de Europese werkgevers zich teleurgesteld over het definitieve resultaat. Zij hopen dat de dienstenrichtlijn in de praktijk een meer liberale snit zal krijgen. „Voor ons is dit nog maar het begin’’, zegt secretaris-generaal Philippe de Buck van de Europese werkgevers.

Daar zal het de komende tijd ook wel op neerkomen, menen ook degenen die de voorbije maanden in het Europees Parlement zo aan de dienstenrichtlijn hebben gesleuteld. De komende drie jaar moeten de lidstaten van de Europese Unie de eisen die voortvloeien uit de richtlijn in hun nationale wetgeving verwerken. Dan zullen er nog de nodige zaken moeten worden opgehelderd.

En de spreekwoordelijke Poolse loodgieter? Directeur Kees Smit van het installatiebedrijf Croon Elektrotechniek heeft zich er nooit zorgen over gemaakt, zei hij al eerder dit jaar in deze krant. Volgens hem gelden er in Nederland zoveel andere, inhoudelijke regels zoals bouwvoorschriften dat er voor een bedrijf uit Oost-Europa weinig valt te halen. Poolse werknemers heeft hij overigens wel: in zijn vestiging in Polen.