Kind geeft rustig de middelvinger

Nederland werkt, maar niet overal. Het fatsoen dat premier Balkenende wilde herstellen, is op straat ver te zoeken. De stadswacht wordt uitgemaakt voor „kankerhoer”.

Stadswachten Marianne (donker haar) en Trudy den Braven (blond) blijven altijd rustig als iemand agressief doet. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold rotterdam 15-11-2006 stadswacht zuidplein foto rien zilvold Zilvold, Rien

Trudy den Braven van Stadstoezicht heeft een ‘klemmer’ gesignaleerd. Dat is een vuilniszak die vastzit in de opening van de ondergrondse container. Gevolg is dat niemand zijn vuilnis kan weggooien en de zakken zich naast de container opstapelen. Ze gaat er met haar collega op af. Ze trekken plastic handschoenen aan, wrikken de zak los en openen hem. Vieze luiers, melkpakken, aardappelschillen. „We hebben prijs”, roept Trudy. Ze houdt een envelop met adres omhoog. Die gaat in een plastic mapje. Een collega zal een proces verbaal opmaken. De eigenaar van de zak krijgt een boete van 59 euro.

Trudy (55) en Marianne (45) dragen zwarte broeken en stoere zwarte jacks. Op hun linkerbovenarm een embleem met: ‘Stadstoezicht’. En daaronder: ‘Handhaving’. Dat doen ze: de openbare orde handhaven. Enkel gewapend met een portofoon spreken ze burgers aan op slecht gedrag. Als ze op de stoep fietsen, wildplassen of de poep van hun hond niet opruimen. Of als een groepje hangjongeren voorbijgangers intimideert.

Dat kán heel lastig zijn. In de wijken in Rotterdam-Zuid waar zij werken, neemt niet iedereen het nauw met de regels. En als ze daarop aangesproken worden, reageren ze wel eens heftig. Trudy werd laatst uitgescholden voor „kankerhoer”. Ze kijkt onthutst. „Zo ver kan dat gaan.” Trudy en Marianne blijven altijd netjes. Marianne: „als je terugscheldt, fok je ze alleen verder op.” Trudy en Marianne denken dat ze door hun de-escalerende reactie nog nooit fysiek zijn aangevallen. „Sommige collega’s worden dat dagelijks”, zegt Marianne. „Maar die schelden terug, vooral jonge knapen.” Voor noodgevallen zit er een spoedknop op de portofoon, dan is er binnen enkele minuten politieassistentie.

Teamleider Mohammed El Oulkadi stelt vast dat mensen op straat steeds sneller agressief reageren. „Mensen worden steeds mondiger, de maatschappij harder. Soms kan je een heftige reactie wel begrijpen; je zit in de shit en dan wordt je óók nog gecorrigeerd op je gedrag.” Kinderen die rustig een middelvinger opsteken, dat verbaast Marianne het meest. „Dat leren ze van hun ouders.”

Vandaag rijden Trudy en Marianne in de auto de hotspots langs, plekken waar vaak overlast is. Dat hebben ze vanmorgen tijdens de briefing te horen gekregen. Vaak blijven ze in één wijk en lopen of fietsen ze. Marianne trapt op de rem bij een stapel grofvuil. Bankstellen, matrassen en kasten liggen op de straathoek. Marianne probeert een collega op het kantoor van stadstoezicht te bereiken die kan checken of er een afspraak is met de grofvuilophaaldienst. Hij is niet ingelogd in de computer, dus laten ze het erbij. „Zinloos om te zoeken naar de eigenaar terwijl er misschien een afspraak is”.

Zeventien jaar werkte Trudy in een bibliotheek en opeens had ze er genoeg van om tussen de boeken te zitten. Marianne werkte hiervoor in de gezondheidszorg. Ze werken nu anderhalf jaar als toezichthouder. Dit is avontuur, zegt Trudy. Laatst rende ze met een collega nog achter een gewapende overvaller aan. De politie zei later dat ze dat niet meer mocht doen. Te gevaarlijk. Ze vindt het soms jammer dat ze niet meer macht heeft. Laatst stond een man „met z’n hele geval in het zicht” te plassen. ‘Wilt u dat niet doen?’, vroeg ze vriendelijk. ‘Bekeur me maar’, zei hij. Dát mogen stadstoezichthouders niet. „Dat weten mensen”, zegt Trudy.

Complimenten krijgen ze ook. Van wijkbewoners die vinden dat het veiliger wordt nu zij surveilleren. „Vuilnis op straat geeft een onveilig gevoel”, zegt El Oulkadi. Trudy: „Als je het netter ziet worden, denk je: daar doe ik het voor.”

Dit is het vierde deel van een verkiezingsserie.