Ik, Jan Marijnissen

Marijnissen heeft de SP warm weten te krijgen voor genuanceerde linkse politiek.

De partijleider maakt zich op voor zijn victorie.

Het heeft er alles van weg dat Jan Marijnissen met de SP op het punt staat een ongeëvenaarde verkiezingsoverwinning te behalen. In de peilingen is hij de VVD inmiddels gepasseerd en begint de PvdA in zicht te komen. Een zekere scepsis is daarbij op zijn plaats want in de achterliggende jaren kon de SP zich in de peilingen steeds rijk rekenen en wist vervolgens maar een deel daarvan te verzilveren. Er is reden om aan te nemen dat de zaken nu anders liggen.

Het vertrouwen dat Marijnissen als politiek leider geniet, kent geen precedent, het is zo groot en ook zo algemeen dat hij en zijn partij de geloofwaardigheidsdrempel zijn gepasseerd. Een stem op Marijnissen is van een stem tégen ook een stem vóór geworden. Bovendien heeft de SP een kritische omvang bereikt die maakt dat kiezen voor de SP niet langer wordt gezien als een weggegooide, principiële stem maar als een stem die meetelt in het publieke krachtenveld.

Het succes van de SP is er één van de lange adem: het uitbouwen van een bescheiden electoraal bruggenhoofd tot een prominente positie. En dat over een periode van vijftien jaar. Er is in de naoorlogse parlementaire geschiedenis maar één partij die daar ook in is geslaagd en dat is de VVD. Zoals de VVD het vacuüm ter rechterzijde heeft opgevuld dat ontstond toen de christelijke partijen, verenigd in het CDA, er definitief voor gekozen hadden een centrumpositie in te nemen, zo doet de SP dat ter linkerzijde waar de PvdA ook naar het centrum is opgeschoven.

De grootste misrekening uit de campagne van Wouter Bos is dat hij zijn kwetsbaarheid aan de linkerzijde schromelijk heeft onderschat. Hij heeft de kwantumsprong van de SP miskend en erop gespeculeerd dat de stemmen van links in het stemhokje weer naar hem toe zouden komen. Bos heeft één ding over het hoofd gezien: het gezag en prestige dat Marijnissen door zijn stijl van oppositievoeren aan het verwerven was.

De persoonlijke ontwikkeling die Marijnissen gedurende de afgelopen jaren ten toon heeft gespreid en zijn vermogen om scherpe politieke stellingnames te combineren met empathie en bonhomie zijn het electoraat niet ontgaan. Zo deed zich het verrassende feit voor dat Marijnissen op de banenmarkt in de RAI, waar hoogopgeleide carrièremakers zijn gehoor vormden, in debat met VVD-lijsttrekker Rutte de helft van de zaal op zijn hand kreeg. Dat is een verdienste op het persoonlijke vlak, waar wel een en ander aan vooraf is gegaan, namelijk een verbreding van zijn imago. Zijn gedreven belangstelling voor de historie („Het huis der geschiedenis”), zijn culturele engagement, zijn katholieke jeugd en staat van dienst als misdienaar – ze werden zorgvuldig gedoseerd in de media geëtaleerd. Aan de waarachtigheid ervan hoeft niet getwijfeld te worden. Maar niet te miskennen viel dat het beeld van de voormalige maoïst vervangen moest worden door het imago van de veelzijdige politicus.

Die geslaagde transformatie is al opmerkelijk, maar uniek is dat hij erin geslaagd is die nieuwe uitstraling over te dragen op het kader van de SP. Dat kader, afkomstig uit de linkse orthodoxie en groot geworden in het voeren van actie van onderop, heeft hij weten warm te krijgen voor een genuanceerde linkse politiek met een menselijk gezicht.

Daarin schuilt het verschil tussen Bos en Marijnissen – de laatste is niet alleen lijsttrekker en parlementair aanvoerder, maar ook partijleider die voor de troepen uit durft te gaan, maar niet zo ver dat hij zich van hen vervreemdt. Daarbij heeft hij in en rond zijn partij een groep intellectuelen en kunstenaars verzameld die hem terzijde hebben gestaan bij de bevrijding van de SP van haar eendimensionale karakter. De positie die de SP op dat punt inneemt, was traditioneel voor de PvdA weggelegd, maar is onder Kok geërodeerd en door Bos niet in ere hersteld. De verschraling die de PvdA heeft ondergaan, heeft de SP in haar nieuwe gedaante in de kaart gespeeld. De campagnevoering, stijl en inhoud, is er de uitdrukking van.

De SP heeft het in zoverre gemakkelijk gehad dat ze niet het odium heeft van een bestuurderspartij. Het blazoen van Marijnissen en zijn partij is ongeschonden. Hoe groter de SP groeit en hoe meer ze op het vlak van de politieke posities haar deel zal kunnen opeisen, hoe meer de partij er door zal veranderen. Het uitzicht erop is al voldoende voor de centrifugale werking.

Dat vooruitzicht zal Marijnissen op dit moment geen zorgen baren. Hij maakt zich op voor zijn victorie. Zijn zorg zal zijn dat de uitslagen wellicht toch gaan tegenvallen ten opzichte van de verwachtingen. En als ze toch bewaarheid worden, dan is het zijn zorg hoe hij een fractie van meer dan twintig man bij elkaar moet houden. Zijn politieke bestaan zal van een andere orde zijn.

Op langere termijn zal consolidatie van de winst zijn grootste zorg worden. Zal hij zijn partij voor afglijden weten te behoeden? Dit politieke fenomeen heeft er blijk van gegeven veel aan te kunnen. Het zal interessant zijn hem en zijn partij in hun nieuwe rol te zien acteren.

Arie van der Zwan is econoom en auteur van ‘De uitdaging van het populisme’.