Films van en over een hopeloze romanticus

Kunstenaar Guido van der Werve zet zichzelf in zijn performances als romantische mislukkeling neer.

In Stedelijk Museum Bureau Amsterdam is vanaf zaterdag zijn tentoonstelling te zien.

Over een zwart-witte zeilvloer beweegt de camera langzaam omhoog. Een jongeman zit in zijn studentenkamer. Vanachter een oude piano staart hij dromerig voor zich uit. Een voice-over verhaalt gortdroog over de luisterrijke geschiedenis van Steinway & Sons, ’s werelds beroemdste pianobouwers. Het gedroomde plaatje ontvouwt zich in je gedachten: Carnegie Hall, Het Concertgebouw, uitverkochte zalen, de meesterpianist buigt en neemt staande ovaties in ontvangst vanachter zijn kapitale vleugel. Honderdzeventienduizendvijfhonderd euro. Dat is de prijs van een Steinway D concertvleugel. Maar dan heb je wel het aller-, allerbeste, verzekert de pianoverkoper. De jongeman kijkt onbewogen. Of er ook een afbetalingsregeling mogelijk is, wil hij weten.

De film Nummer zes (Steinway grand piano, wake me up to go to sleep and all the colors of the rainbow) van Guido van der Werve gaat zaterdag in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam in première, als onderdeel van zjin solotentoonstelling The Clouds Are More Beautiful From Above.

Zo hilarisch als de scène in de pianozaak is, zo ontroerend is het moment waarop de Steinway de studentenwoning wordt binnengehesen: zwierig zwaaiend aan een takel, op romantische klanken van Chopin. Eenmaal binnen wint het zwart glimmende juweel zelfs nog aan grandeur. Overweldigend groot, zo klemvast tussen de wanden van de kleine kamer.

Onder leiding van een dirigent die uit plaatsgebrek tegen de vleugel aan geperst staat, speelt een huiskamerorkest van pianist en strijkers Chopins Pianoconcert nr. 1. Na afloop wordt de vleugel weer naar buiten getakeld. Blijkbaar was de financiering toch niet rond. Wat overblijft is de projectie van een regenboog op de muur. Het sentimentele bezinksel van een utopie.

Een aantal jaren geleden begon Guido van der Werve (Papendrecht, 1977), die ook is opgeleid tot klassiek concertpianist, met het registreren van performances waarin hij zichzelf als hopeloos romantische mislukkeling neerzette. In alle films die volgden, speelde Van der Werve zelf de hoofdrol.

En altijd heeft klassieke muziek een sfeerbepalende functie. De directheid waarmee muziek aan de zintuigen appelleert, probeert Van der Werve ook met zijn films te bereiken. Het gaat hem om het neerzetten van een stemming, niet om het vertellen van een eenduidig verhaal.

In de films van Guido van der Werve wordt weinig gesproken, de shots duren lang en de camera beweegt traag. De onalledaagse situaties zijn weliswaar zorgvuldig geënsceneerd, maar liggen dicht bij de belevingswereld van de kunstenaar.

Ervaringen uit zijn eigen leven schakelt Van der Werve aan elkaar tot een soms vervreemdend en poëtisch, associatief geheel.

Uit zijn gestaag groeiende oeuvre van korte films is Nummer zes met 17 minuten de langste die Van der Werve tot nu toe heeft gemaakt. De film is ook een stuk realistischer. De voor hem kenmerkende combinatie van opgeblazen romantiek en melig amusement heeft hij meer in toom gehouden.

De evidente absurditeit van voorgaande films, waarbij ballerina’s in tutu’s door de rijtjeshuisstraten van Papendrecht dansen en piano’s op vlonders in meren drijven, is verdwenen. In Nummer zes geen slapstickachtige elementen, die de herinnering aan Bas Jan Ader oproepen. Geen surrealistische taferelen die hem in verband brengen met de schilder René Magritte.

Want ook al is de droom van de pianist onhaalbaar, de gefilmde gebeurtenissen zijn op zichzelf volstrekt geloofwaardig. Er komt geen ballerina te pas aan het Steinwaytransport.

De tweede film die wordt vertoondin Bureau Amsterdam, Nummer zeven, heeft bepaald geen alledaags plot. Van der Werve probeert een meteoriet terug de ruimte in te schieten. Hij reisde voor dit experiment naar verlaten contreien in de buurt van Berlijn om een manshoge raket te lanceren. De fysieke restanten van deze onderneming zullen ook in de expositieruimte te zien zijn.

Torenhoge ambitie en menselijk onvermogen, daar lijkt het telkens om te gaan. Op komische wijze dramatiseert Van der Werve de romantische positie van de kunstenaar. Hij verbeeldt het droevige lot van de gefrustreerde concertpianist die nooit zal schitteren achter zijn Steinway. Maar door de verstilde schoonheid en de droge humor van de films wil de kunstenaar nooit echt tragisch worden.

Want vanaf de grond kun je altijd blijven fantaseren over hoe de wolken er van boven uitzien.

Guido van der Werve. ‘The Clouds Are More Beautiful From Above’. Van 18/11 t/m 31/12 in: Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, Amsterdam. Inl. via 020-4220471 of www.smba.nl of

86100