Energielobby wint

De Nederlandse energiebedrijven hebben dinsdagavond de slag deels gewonnen. Voorlopig is de gedwongen splitsing van de energiesector van de baan. Onder druk van een heftige lobby heeft de Eerste Kamer de splitsingswet krachteloos gemaakt. Volgens deze wet zouden de energiebedrijven hun netten, waarover zij het monopolie hebben, moeten afsplitsen zodat die rechtstreeks in handen komen van de overheid. De levering van energie zou aan de bedrijven toevallen, zodat die kunnen concurreren met allerlei andere partijen die de energiemarkt betreden.

De keuzemogelijkheden van de consument worden zo vergroot, omdat de overheid netbeheerder is en als belangeloze scheidsrechter kan optreden tussen de concurrenten. Als het net aan de staat zou blijven, is privatisering van levering en productie van energie geen probleem meer. De Eerste Kamer heeft deze splitsingswet nu aangenomen, maar de splitsing zelf uitgesteld of afgeblazen door in een motie voorwaarden te stellen aan de invoering. Dat gebeurde met steun van de fracties van CDA en PvdA. In het compromis is splitsing niet meer nodig en wordt die gezien als sanctie voor het hinderen van concurrenten. Pas als sprake is van zulk machtsmisbruik, moeten de netten worden afgesplitst.

Zo is de volgende fase van de machtsstrijd aangebroken. Want wat is misbruik van de machtspositie door de energiebedrijven en hoe wordt dat vastgesteld? Grote tariefafdelingen en reeksen topadvocaten van energiebedrijven kunnen de oordelen van de 65 functionarissen van de Dienst uitvoering en toezicht energie (DTE) overbluffen. In het verleden hebben de energiebedrijven hun strijd publiekelijk uitgevochten met tv-spotjes en krantenadvertenties. Dat deden ze met geld van de consument tegen de consument.

Lichtpunt is dat de energiebedrijven niet mogen worden geprivatiseerd zolang het netmonopolie niet is afgesplitst. Ze behouden alleen het monopolie op de lokale netten. Het grote hoogspanningsnet gaat naar de staat. Bij buitenlandse transacties mag het netmonopolie niet in onderpand worden gegeven. Dat monopolie is al aan buitenlands financieringsbedrijven verkocht en teruggehuurd.

De publieke aandeelhouders, provincies en gemeenten, hebben hun greep op deze grootschalige bedrijven verloren. Hun achterstand wordt nog groter als de verdere fusiebesprekingen tussen grote energiebedrijven slagen. De door minister Wijn (Economische Zaken, CDA) op te zetten kennisacademie biedt de aandeelhouders te weinig houvast tegen deze overmacht. Als de kartelwaakhond NMa verdere fusies tussen de publieke energiebedrijven goedkeurt, ontstaan een of meer verzelfstandigde energiemonopolies die slechts in naam publiek zijn. Te groot voor Nederland, maar te klein voor concurrentie met de buitenlandse giganten. Essent en Nuon hebben internationale ambities en kunnen de grenzen van het huidige compromis aftasten. In het verleden hebben ze al dure fouten gemaakt. Nu de splitsing is afgeblazen, worden ze onvoldoende afgestraft door efficiëntere concurrenten. De energieconsument zal er de prijs voor betalen.