Déjà vu in het donker

Déjà vu’s zouden vertraagde visuele ervaringen zijn.

Die verklaring wankelt nu: ook blinden hebben déjà vu’s.

Ook blinden krijgen déjà vu’s. Die constatering vormt volgens twee onderzoekers van de Universiteit van Leeds de doodklap voor een nog altijd populaire verklaring voor deze vreemde ervaring.

De theorie was dat in de visuele ervaring van een gebeurtenis een tijdelijke vertraging optreedt, waardoor die gebeurtenis eerder in het geheugen komt dan in het bewustzijn. In de kleine kring van déjà-vu-onderzoekers is die opvatting al verlaten, maar daarbuiten is ze nog vaak te horen.

Akira O’Connor en Christopher Moulin presenteren in het decembernummer van Brain and Cognition voor het eerst een blinde proefpersoon. En met een volkomen normaal déjà-vu-patroon. Het standpunt van de onderzoekers is dat een blinde met déjà vu’s geen last kan hebben van vertraagde visuele ervaring. Deze moet dus op andere wijze ontstaan.

De Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) had al het idee dat de oorzaak in een vertraagde visuele ervaring zit. De verklaring komt ook terug in de beroemde roman Catch 22. Het modernste onderzoek zoekt de oorzaak eerder in een verstoring van het hersencentrum waar ‘bekendheid’ en ‘onbekendheid’ wordt vastgesteld.

De 25-jarige man (‘MT’) uit het jongste onderzoek is al vanaf zijn geboorte geheel blind. Zijn eerste déjà vu herinnert hij zich van zijn achtste of negende jaar, en toen kwamen ze al twee tot drie keer per week voor met een duur van soms dertig seconden. Het ging vooral over herinneringen aan eerdere ervaringen met geluiden, aanraking en geur.

„Het was alsof ik van mijn ervaring ineens een multi-dimensionale mini-opname in mijn hoofd vond, en me afvroeg: waar ben ik dat eerder tegengekomen?” Op zijn tiende kreeg MT bijvoorbeeld een bord in handen en werd hem gevraagd of hij nog meer wilde eten. „Toen ik zei: ‘ja graag’, het bord in mijn handen voelde en het personeel met andere mensen hoorde praten, dacht ik: dit heb ik al eens eerder gedaan.” Nu hij 25 is, heeft MT nog maar zo eens in de drie maanden een déjà-vu-ervaring.

MT’s ervaringen vallen volledig in de normale déjà-vu-categorie, hoewel hij ze passender omschrijft als déjà été: ‘al eens geweest’. In theorie is het mogelijk om de theorie van de delayed optical pathway, de vertraagde visuele ervaring, nog te redden door te veronderstellen dat zo’n zelfde vertraging bij alle zintuiglijke waarnemingen kan voorkomen. Maar dan zouden ziende mensen véél meer niet-visuele déjà vu’s moeten hebben.

„Het is veel logischer dat er een gemeenschappelijke factor ligt achter het déjà vu van blinden en zienden”, zo schrijven de onderzoekers in Brain and Cognition. Die factor zou dan liggen in de verstoring van de realiteitsbeoordeling van ervaringen, die zich in de temporaalkwab zou afspelen.

Een overzicht van déjà vu-onderzoek biedt http://skepdic.com/dejavu.html of 00464 naar 7585.