Beurzenconcurrentie

Fusies en overnemingen in het bedrijfsleven worden meestal beargumenteerd met synergie-effecten (1+1=3) en de mogelijkheid van kostenbesparing door saneringen. De agenda achter deze agenda is het uitschakelen van concurrenten. Als twee bedrijven fuseren, is er een concurrent minder en als een derde zich bij hen voegt, kunnen ze al haast een monopolie vormen.

Dat is wat de afgelopen jaren lijkt te zijn gebeurd op de Europese effectenbeurzen. De aandelenmarkten van Amsterdam, Parijs en Brussel gingen samen in de Euronext, waarin later ook een deel van de Londense beurs (de LIFFE) en die van Portugal werden opgenomen. Gevolg: verhogingen van de transactiekosten voor zowel professionele als kleine beleggers. De onvrede daarover heeft nu geleid tot een verrassend en prijzenswaardig initiatief. Zeven grote banken willen een eigen effectenbeurs in Europa opzetten. Ze gaan daarmee de concurrentie aan met Euronext, Deutsche Börse en de London Stock Exchange, die transactiekosten in rekening brengen die volgens de betrokken banken tientallen procenten hoger liggen dan in de Verenigde Staten – waar meer concurrentie tot lagere tarieven leidt.

Het is de bedoeling dat de nieuwe beurs volgend jaar wordt gelanceerd als zelfstandige onderneming. Aandeelhouders worden de Amerikaanse banken Citigroup, Goldman Sachs, Merrill Lynch en Morgan Stanley, alsmede de Deutsche Bank uit de Bondsrepubliek en Credit Swiss en UBS uit Zwitserland. Deze banken, ware conglomeraten in hun soort, nemen een flink deel van de totale Europese effectenhandel voor hun rekening. Ze vormen alleen al door hun omvang een machtsfactor. Hun initiatief is een bedreiging voor de winstgevendheid – en misschien zelfs het voortbestaan – van de drie genoemde Europese aandelenbeurzen.

Euronext, Londen en de Duitse beurs lijken een prijs te gaan betalen voor hun inhaligheid. Kennelijk is de verleiding om bij beperkte concurrentie de tarieven te verhogen te groot om te weerstaan. Het was overigens wel erg toevallig dat Euronext gisteren, voor de bekendmaking van de concurrentie uit, aankondigde dat de transactiekosten voor de aandelenhandel tien tot vijftien procent zullen dalen als Euronext met de Amerikaanse beurs Wall Street is gefuseerd. De mogelijkheid dat dat gebeurt, is gestegen na het afketsen van een onzalig fusieplan tussen Euronext en Deutsche Börse. Was dat laatste doorgegaan, dan was werkelijk sprake geweest van een Europees bijna-monopolie.

Het zal nog wel even duren voordat alle technische details van dit plan zijn gerealiseerd. Er valt ongetwijfeld het nodige tegen in te brengen. Wat zijn precies de belangen van de zeven banken, en vormen zíj dadelijk niet een nieuw monopolie? De krachten die ze losmaken hebben ook iets destructiefs. Het belangrijkste is echter dat ze met hun voornemen de ramen van de effectenhandel hebben opengedaan. Binnen rook het muf naar kartelvorming. Klachten over hoge handelstarieven werden niet serieus genomen. Daar is rigoureus een streep onder gezet.

Meer concurrentie tussen aandelenbeurzen betekent lagere tarieven. Goed nieuws voor beleggers, kortom, en uitstekende leerstof voor ondernemingen die zich overeten. De markt, die soms tot fuseren dicteert, kan gelukkig ook monopoloïde pretenties afstraffen.

Rectificatie / Gerectificeerd

Het hoofdredactioneel commentaar Beurzenconcurrentie (16 november, pagina 7) stelt dat er onvrede bij banken bestaat over het feit dat de beurzen hun transactiekosten voor zowel professionele als kleine beleggers verhoogden. Bedoeld is dat er onvrede bestaat bij de banken omdat zij vinden dat de beurzen hun transactiekosten niet voldoende en niet snel genoeg verlaagden.