Andere vacht, zelfde soort

Vachtkleur is geen betrouwbaar kenmerk om soorten te herkennen. Muismaki’s die er heel verschillend uitzien, blijken te behoren tot dezelfde soort. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers na genetisch onderzoek aan drie verondersteld verschillende soorten muismaki’s in Beza Mahafaly in het zuiden van Madagascar. Alle zeventig onderzochte dieren bleken leden van dezelfde soort, namelijk Microcebus griseorufus. De onderzoeksresultaten verschijnen deze week online in het tijdschrift BMC Evolutionary Biology.

In het reservaat Beza Mahafaly komen drie kleurvarianten van de muismaki’s voor. De meesten zien eruit als een typische Microcebus griseorufus: een roodbruine staart, een grijsbruine rug met een donkere aalstreep (de kleurstreep over de rug van hoofd naar staart) en een witte buik. Maar er zijn er ook die meer lijken op Microcebus murinus, met een grijze rug zonder aalstreep en met een crèmekleurige buik. Ten slotte komt er een variant voor die kandidaat was voor een nog te beschrijven nieuwe soort, met een roodbruine rug zonder streep en een crèmekleurige buik.

Maar de nieuwe studie, waarin gekeken is naar de variatie in het cytochroom b-gen, brengt die veronderstelde diversiteit terug tot één soort. Bij nader inzien is dat niet zo vreemd, schrijven de onderzoekers. Muismaki’s – kleine halfapen met grote ogen – zijn nachtdieren en gaan dus niet af op vachtkleur bij de onderlinge herkenning. Geur en geluid zijn wel heel belangrijk voor de sociale interactie in het donker.

Bovendien bleek uit eerder onderzoek dat muismaki’s in hun netvlies veel meer staafjes dan kegeltjes hebben vergeleken met andere primaten. Daardoor kunnen zij uitstekend nachtzien, maar zien ze niet veel kleur. De onderzoekers vermoeden dat de muismaki’s de kleurverschillen niet eens kunnen zien.

Nu blijkt dat vachtkleur niet veel zegt over de soort is het wellicht verstandig de hele stamboom van muismaki’s (met meer dan tien soorten) te onderzoeken.