Volop burgeroorlog in Irak

Een massaontvoering in hartje Bagdad, 1.600 doden in één maand in het lijkenhuis in de hoofdstad en 150.000 geweldsdoden in drie jaar maken duidelijk dat Irak in burgeroorlog is.

De Amerikaanse civiele en militaire autoriteiten verkondigen al een tijdje dat Irak op de rand van burgeroorlog aarzelt. Maar waar midden op de dag naar schatting tachtig gewapende mannen een ministerie overvallen en zonder enige tegenstand met rond de honderd stafleden en bezoekers kunnen wegkomen, zoals gisteren gebeurde, is het volop burgeroorlog.

Het maakt niet uit dat dit keer, in tegenstelling tot de voorgaande groepsontvoeringen, alle of zo goed als alle gijzelaars weer zijn vrijgekomen. Het is burgeroorlog in een land waar volgens de minister van Gezondheid in drieënhalf jaar zo’n 150.000 doden zijn gevallen, merendeels door sektarisch geweld. Dat wil zeggen dat sunnieten shi’ieten doden omdat het shi’ieten zijn en vice versa. Het aantal doden, in overgrote meerderheid burgers, stijgt maand in maand uit. Oktober was weer bijzonder bloedig met alleen al 1.600 lijken in het centrale lijkenhuis van Bagdad, 1.500 in september, bijna allemaal met sporen van foltering. Dat terwijl al drie maanden een grote Amerikaans-Iraakse legeroperatie aan de gang is om de Iraakse hoofdstad te pacificeren. Nog een cijfer: sinds februari is een half miljoen mensen binnen Irak op de vlucht gegaan voor etnische en religieuze zuiveraars die woongebieden homogeniseren.

Alles wijst erop dat de daders van de ontvoering van gisteren politiemannen waren, en dat maakt de toestand des te onoverzichtelijker. Ze droegen politieuniformen, reden in een vloot bestelauto’s als die van de politie en politiepatrouilles keken werkeloos toe hoe zij de toegangswegen naar het ministerie afzetten en hun operatie op poten zetten. „Ze kwamen niet als andere aanvallers, dieven of plunderaars”, aldus een woordvoerder van het ministerie van Hoger Onderwijs tegen The Washington Post. „Ze kwamen op een officiële manier.”

Iedereen weet dat shi’itische partijmilities – met name de in Iran opgeleide en bewapende Badrmilitie en het Leger van de Mahdi van de anti-Amerikaanse geestelijke Muqtada Sadr – onder de vorige regering, van premier Jaafari, de politie de facto hebben overgenomen. De Arabische krant Asharq al-Awsat melddde deze maand uit Amerikaanse bron dat 70 procent van de politie in feite militie is. Inmiddels zijn vijf hoge politieofficieren – de commandant van de wijk Karrada waar de ontvoering plaatshad en vier medewerkers – aangehouden in verband met de ontvoering. Waarvan zij precies worden verdacht is niet bekend.

Als de daders van massaontvoeringen niet zelf de politie zijn, onderhouden zij nauwe banden ermee. Een maand geleden werd een hele politiebrigade van zo’n 800 man uit dienst genomen en naar een Amerikaanse basis gestuurd om op militiestrijders te worden gescreend en opnieuw te worden opgeleid. De brigade, verantwoordelijk voor de veiligheid in het zuiden van Bagdad, werd ervan beschuldigd shi’itische milities te hebben geholpen bij de ontvoering van 26 arbeiders van een levensmiddelenfabriek in het district Amil in het westen van Bagdad.

irak Van succes wordt niet meer gerept

Die ontvoering volgde hetzelfde patroon als die van gisteren (en van andere massaontvoeringen): mannen in uniform arriveerden bij de fabriek, vroegen werknemers naar hun papieren en namen de sunnieten mee. De ontvoerde arbeiders werden vermoord teruggevonden. De commandant van een andere politiebrigade werd in verband hiermee gearresteerd.

De milities/politie worden gezien als de ergste geweldplegers, nog gewelddadiger dan de sunnitische extremisten, hoewel die zich ook niet onbetuigd laten met de bomaanslagen waarop zij het patent hebben en eveneens met moordpartijen. Zie Balad, ten zuiden van Bagdad, waar sunnieten vorige maand veertien shi’ieten vermoordden. Uit wraak gingen shi’itische militieleden vervolgens de huizen langs en vermoordden twee dagen lang iedere sunniet die ze tegenkwamen: negentig naar schatting. In Bagdad zijn sinds zondag bij bomaanslagen en andere aanvallen zo’n 170 mensen gedood, vooral shi’ieten. Los daarvan zijn tegen de honderd mensen, vaak sunnieten, dood aangetroffen langs wegen in de hoofdstad en op vuilnisbelten; het lot van slachtoffers van ontvoeringen.

„Waar is de regering?”, riep gisteren een vrouw wier twee zoons uit het ministerie waren meegenomen door de ontvoerders. Maar premier Maliki bagatelliseerde de ontvoering als „resultaat van meningsverschillen en conflict tussen milities die tot deze of gene zijde behoren. Geen terrorisme.” Zijn woordvoerders hielden gisteren het aantal ontvoerden ook laag, 39, terwijl het getroffen ministerie bij 100 tot 150 blijft.

Maliki staat onder zware Amerikaanse druk de milities te ontmantelen, maar zit in de houdgreep van shi’itische leiders, onder wie Sadr, die hem dat onmogelijk maken. In het algemeen piekert de shi’itische meerderheid er niet over de milities af te schaffen die zij als bescherming tegen de sunnieten ziet voor als de Amerikaanse troepen vertrekken. Sunnitische partijen dreigen zijn coalitie te verlaten als hij de milities niet aanpakt. Maar de shi’itische gemeenschap is zijn achterban.

Amerikaanse commandanten zeiden in augustus nog dat de grote veiligheidsoperatie in Bagdad, waaraan 15.000 Amerikaanse en 40.000 Iraakse militairen deelnemen, succesvol was. Maar over successen wordt allang niet meer gesproken. In Washington wordt sinds de Democratische overwinning in de Congresverkiezingen alleen gepraat over troepenterugtrekking, eerst uit de steden. Wat er dan in Bagdad gaat gebeuren, laat zich raden.