‘Visverbod kokkels helpt niet’

Mechanische schelpdiervisserij in de Waddenzee is verboden, maar herstel van het ecosysteem blijft uit. Door verzanding blijven kokkels weg en kunnen kanoeten onvoldoende voedsel vinden. Het wadoppervlak dat voor kanoeten geschikt is als foerageergebied is tussen 1988 en 2002 geslonken van 34 naar 23 procent. Dat staat in een gisteren gepubliceerd onderzoek onder leiding van Jan van Gils en Theunis Piersma. Dat is volgens de onderzoekers een gevolg van de visserij, want onbeviste gebieden bleven intact. De resultaten staan in het decembernummer van het tijdschrift Public Library of Sciences Biology.

Mechanische kokkelvisserij, waarbij schepen grote messen door de bodem trekken en schelpdieren opzuigen, leidt tot een vergroving van het sediment, waaruit het slib verdwenen is. Schelpdieren vinden op zandige bodems minder voedsel en hun aantal kwaliteit neemt op deze gronden af. Het aantal overwinterende kanoeten die afhankelijk zijn van schelpdieren daalde met een kwart.

Kokkelvisserij met schepen is pas sinds 2005 verboden in het Waddengebied: lang na de onderzochte periode. Maar Van Gils meent toch dat het visserijverbod nog geen effect heeft. „Jaarlijks wordt er gemonitord, maar er is nog geen verandering ten goede te zien in de aantallen kokkels en niet in de aantallen kanoeten. Dat is te verwachten. We denken dat er in het ecosysteem een zogeheten alternatieve stabiele staat is opgetreden, waarbij het heel moeilijk is om weer naar het oorspronkelijke ecosysteem terug te keren.” Schattingen van hoe lang het herstel zal duren lopen volgen Van Gils uiteen van „tien jaar tot tientallen jaren.”