Sporten moet van de baas

Veel mensen doen zittend werk. Bijna de helft van de volwassenen haalt de norm voor een gezonde basis niet.

Wat doen werkgevers om dat gedrag te veranderen?

Vijf dagen per week een half uur wandelen of fietsen is voor veel van ons te hoog gegrepen. Met als gevolg dat zo’n 3,5 miljoen volwassen Nederlanders te zwaar zijn. Daarop zitten werkgevers niet te wachten, want te zwaar maakt ziek en ziekteverzuim kost geld.

Wie minimaal één keer per week een lichamelijk inspannende sport beoefent, heeft volgens onderzoek van TNO Kwaliteit van Leven meer plezier in het werk en is aanzienlijk korter ziek (gemiddeld 25 dagen minder in vier jaar tijd) dan niet-sporters, zeker bij zittend werk.

Bewegen levert meteen voordeel op. Ook voor wie nooit veel meer heeft gedaan dan een wandeling maken van de parkeerplaats naar kantoor. Bewegen verlaagt de kans op hart- en vaatziekten en andere chronische aandoeningen. Steeds meer werkgevers proberen hun medewerkers dan ook aan het bewegen te krijgen.

Veertien procent van de bedrijven houdt zich hiermee structureel bezig, zegt Vincent Hildebrandt van TNO. De belangstelling hiervoor groeit, constateert hij. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wil dit percentage in 2010 opgekrikt zien naar 25 procent.

Veel hoeft het in beweging krijgen van werknemers niet te kosten. Hildebrandt: „Vaak denkt men dat het om dure bedrijfsfitness gaat, maar je kan ook fietsen naar het werk stimuleren of een tafeltennistafel neerzetten.” Populair zijn bedrijfsfitness, fietsen naar het werk, ‘lunchwandelen’ en meebetalen aan het lidmaatschap van een sportclub. Hoe breder het aanbod, hoe groter de kans op deelname – niet iedereen vindt fitness leuk. Ook niet-sportievelingen weten volgens Hildebrandt zulke programma’s te vinden. Of zij het ook op de lange termijn volhouden, is niet bekend.

Toen bij TNO Kwaliteit van Leven een maand lasersquash op proef kwam, werd receptioniste Bianca van Opzeeland een steeds fanatiekere speler. Het gaat erom willekeurige laserstralen die uit een balk aan de muur komen, zo veel en zo snel mogelijk met een stick te treffen. Het twee minuten durende spel is makkelijk tussen de werkzaamheden door te doen en was een groot succes onder de TNO-medewerkers. Omkleden is niet nodig en, zegt Bianca, al speel je een paar spelletjes achter elkaar, je bent toch niet helemaal bezweet. Een tegenstander is zo gevonden: ‘Je stimuleert elkaar.’

Het was een geliefde activiteit voor na de lunch en een dankbare vervanger voor de anti-rsi oefeningen, die gekke bekken en rare bewegingen achter het bureau voorschrijven. ‘Je krijgt er energie van en kunt er je energie in kwijt’, zegt Van Opzeeland. ‘Achter de receptie beweeg je niet. Ja, je kan een blokje om, maar dit is intensiever. Ik was niet zo van ‘de bewegerige’, maar nu het weg is, mis ik het. Ik zou meer aan beweging moeten doen, maar het komt er niet van. Als het aan ons ligt, mag het spel terugkomen. Het is gewoon hartstikke leuk.’

Bij stroomnetbeheerder Tennet is een ware hardlooprage ontstaan. Het bedrijf wil gezonde medewerkers en een goede ‘teamspirit’ en startte daarom eind vorig jaar Committed Running. Tennet daagde zijn medewerkers uit voor de halve marathon van Boedapest en bood trainers, trainingsschema’s, kleding, een fysiotherapeut en een deel van de verblijfskosten in Boedapest aan. Van zijn medewerkers vroeg het negen maanden lang drie keer in de week trainen in eigen tijd en deelname aan de halve marathon.

Van de bijna vijfhonderd medewerkers namen er 139 de uitdaging aan. Medewerker personeelszaken Sacha Schoonderbeek: „Na mijn zwangerschap wilde ik weer wat aan mijn conditie en figuur doen. Ik had nooit eerder gelopen, maar dacht: ik ga het gewoon proberen. In het begin vond ik het heel deprimerend dat je na vijf minuten hardlopen helemaal kapot was. Maar binnen twee, drie weken ga je enorm vooruit. Het is ook heel leuk om samen met collega’s naar hetzelfde doel te werken, je leert elkaar op een andere manier kennen. In Boedapest dacht ik na zeventien kilometer: wat is lopen een klotensport. Maar toen ik de 21 had gehaald, was ik euforisch.” Op een enkeling na haalden al haar collega’s de eindstreep.

Om ook de rest van de medewerkers aan het sporten te krijgen, heeft Tennet het plan ook iets dergelijks met andere sporten, zoals fietsen en wandelen, te doen.

Sacha blijft lopen. „Bij Tennet is het nog steeds op woensdagmiddag training. Als het even kan, loop ik mee. Het is ook heel makkelijk te combineren met een gevuld privéleven. Ik heb een nieuwe hobby erbij, voel me veel fitter en ben slanker dan voor m’n zwangerschap.”

Bij staalgigant Corus in IJmuiden organiseren de medewerkers zelf sinds jaar en dag hun sportclubs, gesponsord door het bedrijf. Laatst deden nog driehonderd leden van de hardloopclub mee aan de Dam-tot-Dam loop, er wordt geroeid, gefietst. Veiligheidskundige en fietser Piet Beers werd in 1995 overgehaald lid te worden van de wielerclub, waar hij inmiddels voorzitter van is. „Ze zeiden: dan kom je nog eens op andere plekjes. En inderdaad.” Elke twee weken organiseert de wielerclub op zaterdagochtend een tocht van zo’n 100 kilometer voor de 125 leden. „We houden geen oude mannentempo aan. Zo stimuleren we dat ze ook door de week op die stalen ros gaan zitten. Anders kun je het tempo moeilijk volgen.”

Trainen doet ieder voor zich, al zijn er collega's die samen rijden. Zelf probeert Beers twee avonden per week veertig tot tachtig kilometer ‘weg te trappen en rijdt hij elke zaterdag een tocht. Daarnaast doet hij aan veld- en zaalvoetbal, skeeleren en liep hij, tot hij last kreeg van zijn heup, dagelijks bijna tien kilometer hard. „Ik ben zonder meer heel fit. Ziek? Dat komt niet voor. Ik zeg altijd: word lid, dan fiets je je fit.”

Wil je zelf sporten? Doe de test welke sport geschikt is op: http://www.kennisnet.nl/vo/sport/zelfsporten/index.html?mnndx=4&swtch=4 of 64043 naar 7585