Serveer zonne-energie niet smalend af

De publieke discussie over het klimaatprobleem en het energieprobleem wordt op een bedenkelijk laag niveau gevoerd, waarbij de negatieve invalshoek overheerst. Een voorbeeld van deze negatieve mentaliteit betreft het artikel van Rinus Knaap (Opiniepagina, 25 oktober). Eerst wordt gesuggereerd dat Nederland in de toekomst geen gas meer zou kunnen invoeren. Daarna worden de duurzame energiebronnen afgeserveerd in de regel: ”Omdat biomassa, wind en zon slechts tussen de tien en vijftien procent van de toekomstige stroom zullen leveren, kunnen we ons beter richten op kolen en kernenergie.”

Het eerste deel van deze zin is onjuist, omdat alleen al een van de bestaande duurzame energiebronnen, namelijk grootschalige zonne-energie, in de toekomst in staat is om veel meer dan vijftien procent van de elektriciteit op te wekken. De zin is dus een negatieve kwalificatie die niet met wetenschappelijke, economische of andere argumenten aannemelijk kan worden gemaakt. Als prominent lid van de Koninklijke Ingenieursvereniging KIVI-NIRIA mag hij worden geacht kennis te hebben van de grote potentie van zonthermische krachtcentrales.

Er zullen vanaf heden, decennialang, wereldwijd duizenden miljarden euro`s moeten worden geïnvesteerd in de opbouw van een fossielvrije infrastructuur. De wereld zal alle opties serieus in overweging moeten nemen.