Probleemmeisje met ijzeren wil

De Chinese badmintonster Yao Jie komt sinds enige jaren voor Nederland uit.

Ze wordt bewonderd én verguisd om haar eigengereide karakter.

Badmintonster Yao Jie is de beste van Nederland en staat achtste op de wereldranglijst. Foto Rien Zilvold den bosch badmintonspeelster yao yie foto rien zilvold Zilvold, Rien

Het komt niet elke dag voor: een topsportster die de coach de rug toekeert als deze haar advies wil geven. Martijn van Dooremalen, bondscoach van de Nederlandse badmintonsters, weet hoe het voelt. Toen hij zijn pupil Yao Jie vorige week tegemoet liep na de eerste set van haar partij tegen de Britse Elizabeth Cann, in de eerste ronde van de Dutch Open in Den Bosch, keurde ze hem geen blik of woord waardig. Van een afstandje was duidelijk te zien hoe Van Dooremalen op Jie insprak, terwijl de laatste zich kalm vooroverboog om een slok water te nemen. Wie niet beter wist, zou denken dat de twee in onmin leven.

Jie reageert openhartig als zij na afloop van de wedstrijd geconfronteerd wordt met haar gedrag. „Ik ben een probleemmeisje”, zegt ze in gebrekkig Nederlands. „Als ik geen zin heb om te luisteren, luister ik niet. En soms luister ik wel, maar vind ik mijn eigen gedachten interessanter. Apart hè?”

Nederlands beste badmintonster van dit moment – ze staat nummer acht op de wereldranglijst – is een onalledaagse verschijning in Den Bosch. Met haar 1.77 meter is zij een van de langste vrouwen in het internationale badmintoncircuit. Haar blik is immer stoïcijns en dat heeft op sommige van haar tegenstandsters een intimiderende werking. „Als sportster kan Yao egoïstisch uit de hoek komen”, weet haar collega en geliefde Eric Pang. „Zo weigert zij tijdens trainingen om haar medespeelsters shuttles aan te reiken, omdat dat niet ‘tot haar takenpakket behoort’. We ruziën daar wel eens over, maar ik geef toe dat ik haar ook bewonder om haar ijzeren wil.”

Yao Jie wordt in 1977 geboren in de Chinese metropool Wuhan. Ze is de jongste van drie kinderen en blijkt net als haar zus en vader veel aanleg voor sport te hebben. Aanvankelijk richt zij zich op turnen, maar volgens haar coach heeft zij gezien haar lengte weinig kans om tot de top door te dringen. Op haar elfde wordt Jie toegelaten tot een badmintoninternaat in de provincie Hubei, waar zij zes uur per dag traint. „Een strak trainingsregime met strenge leermeesters”, zegt zij terugkijkend. „Wie niet luisteren wilde, moest maar voelen.”

Jie heeft zo haar eigen gedachten over hoe het spel gespeeld moet worden – en dat wordt haar door haar Chinese leermeesters niet in dank afgenomen. Hoewel de badmintonster als adolescent al tegen de wereldtop aan zit, valt zij terug van de nationale selectie naar het provincieniveau. Als Jie aangeeft dat zij overweegt te stoppen met badminton, krijgt zij de belofte dat er een paspoort wordt geregeld, zodat zij in het buitenland kan gaan spelen. Haar voorkeur gaat uit naar de Verenigde Staten, maar een gepensioneerde Chinese waterpolocoach in Amsterdam haalt haar over naar Nederland te komen. Jie is dan 19 jaar en heeft niet veel meer dan een toeristenvisum in haar bezit.

Fred van Wankum, oud-trainer van Jie bij Badminton Club Amersfoort, kan zich hun eerste ontmoeting nog goed voor de geest halen. „Ik werd getipt door die oude Chinees dat er een getalenteerde badmintonster in Nederland rondliep. Ze sprak geen woord Nederlands, maar ik zou geen spijt krijgen. Toen ze voor me stond, als een verloren, dood vogeltje, wist ik het zeker: dit meisje ga ik helpen.”

Jie woont ruim een jaar bij Van Wankum en zijn vrouw in huis. Hij fungeert niet alleen als haar coach, maar ook als manager en vader. „Jie en ik hadden in die tijd behoorlijk wat conflicten. Of ik te veel petten op had? Ik vrees van wel. Onze relatie is wel een beetje bekoeld.”

Toch stelt Van Wankum alles in het werk om een werkvergunning en paspoort voor Jie te regelen. „Dat werd mij niet door iedereen in dank afgenomen”, grinnikt hij. „Met name Judith Meulendijks en Brenda Beenhakker (collega-badmintonsters, red.) zagen de bui al hangen: daar gáán onze contracten.”

De badmintonbond had eerder met succes de procedures doorlopen om de Indonesische Mia Audina speelgerechtigd te krijgen voor het nationale team. Wat weerhield de nieuwelinge ervan om ook een plaats op te eisen? In haar eerste jaar in Nederland werd Jie door haar jaloerse collega-badmintonsters „behoorlijk genegeerd”, zegt Van Wankum. „Als sparringpartner was ze oké. Maar oh wee als ze een paspoort zou bemachtigen.”

En inderdaad: na twee jaar in het Nederlandse clubcircuit te hebben gespeeld, komt Jie in 2000 in aanmerking voor een versnelde naturalisatie tot Nederlandse om zo namens ons land deel te kunnen nemen aan de Olympische Spelen in Sydney. In april 2002 verovert Jie in Malmö de Europese titel, door badmintonboegbeeld Mia Audina in de finale te verslaan. Ze staat enige tijd in de toptien van de wereld en lijkt klaar voor de Spelen van Athene. Maar dan slaat het noodlot toe. Door een blessure aan haar rug raakt ze enige maanden uit de roulatie; een ervaring die haar zelfvertrouwen geen goed doet. Maar in de jaren na haar comeback bewijst ze dat ze nog altijd bij de wereldtop hoort. Jie wint de Dutch Open in 2003, de Thailand Open in 2004 en 2005 en was afgelopen oktober finalist bij de China Open. Vorige week strandde zij in de kwartfinale van de Dutch Open.

Het geheim van haar succes? Oud-trainer Van Wankum twijfelt geen moment. „Als sportster is Jie meedogenloos. Als ze een wedstrijd met tweemaal 21-0 kan winnen, doet ze dat. Door haar gedrevenheid heeft ze er geen enkele moeite mee om haar tegenstandsters te vernederen. Jie vecht op leven en dood.”