Niet gelukkig, snel terug naar Nederland

Duitsland is in trek als emigratieland.

Maar lang niet iedere Nederlander kan er aarden.

Verron Martina bewoont een rijtjeshuis in een typische jaren ’70 nieuwbouwwijk in Nijverdal (Overijssel). Keurige woning, maar qua luxe niet te vergelijken met zijn vorige huis, een twee-onder-éénkapper in het Duitse Epe, vijf kilometer van de grens met Nederland. Die woning was in 2000 volgens zijn wensen gebouwd en ingericht; energiezuinig en met een ruime keuken en badkamer. Zo’n huis was veel goedkoper dan in Nederland.

De woning beviel, maar Martina weet inmiddels dat woongenot meer is dan een stapel stenen. „Een huis is maar een huis. Je moet er ook happy zijn.” En dat waren Martina, zijn vrouw en hun twee kinderen niet. Ze konden er niet aarden en keerden na vier jaar terug naar Nijverdal.

Een toenemend aantal Nederlanders emigreert en na België is Duitsland het meest in trek. Vorig jaar zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 6.418 mensen die in Nederland zijn geboren naar Duitsland verhuisd. Vooral de goedkopere bouwkavels en lagere huizenprijzen (gemiddeld prijsverschil 25 procent) oefenen aantrekkingskracht uit.

De meeste emigranten vestigen zich niet al te ver van de grens, waardoor in sommige gemeenten Nederlandse enclaves zijn ontstaan. In het Duitse grensgebied van Twente en de Achterhoek is het aantal Nederlanders tussen 2000 en 2005 met 69 procent gestegen tot 24.000, zo hebben de Regio Twente en de provincie Overijssel onderzocht.

Maar niet iedereen blijft. In bijvoorbeeld een stad als Gronau (46.700 inwoners waarvan 2.500 Nederlanders), gelegen op enkele kilometers afstand van de grens bij Enschede, vestigden zich in 2005 325 Nederlanders, maar verhuisden er 100 terug naar Nederland. Het zijn niet allemaal spijtoptanten omdat er onder de remigranten ook mensen zijn die vanwege hun werk in Duitsland woonden of alleen een postadres hadden, nodig om goedkoop een auto in te kunnen voeren.

Makelaar Michiel Steenhuis, eigenaar van makelaarskantoor Eurobilien uit Gronau dat zich vooral op Nederlanders richt, schat op basis van contacten met hypotheekverstrekkers dat 1 op de 6 Nederlanders is teruggekeerd. „Goudzoekers”, noemt hij de mensen die zich lieten leiden door de financiën maar nauwelijks beseften dat ze gingen emigreren. „Dan hadden ze al een kavel gekocht, voordat ze zich erin verdiepten.”

Hij heeft Nederlanders op bezoek gehad die een huis wilden kopen alsof het een brood bij de bakker was. „Een snelle bezichtiging, vijftien minuten door het huis en dan zeiden ze ‘is goed, doe maar’. Dan zei ik dat ze eerst maar eens goed de omgeving moesten bekijken en alles met de familie moesten bespreken.”

De gezinsleden van Verron Martina konden niet aarden. Martina stapte dagelijks in de auto naar zijn werk in Apeldoorn maar zijn vrouw miste haar familie en zijn zoon had weinig speelkameraadjes. „Hij zat vaak te wachten tot ik thuis kwam.”

Dat kwam ook omdat hij naar een Nederlandse school in de grensplaats Glanerbrug werd gebracht, een keuze die volgens makelaar Steenhuis ‘killing’ is voor de integratie. „Wij hadden niet het idee dat we ons hele leven in Duitsland zouden blijven en waren bang voor een taalachterstand”, verklaart Martina de schoolkeuze.

Spijtoptanten hebben over het algeheel te impulsief gehandeld, zegt consulent Alphons Schoolkate van het grensoverschrijdend samenwerkingsverband Euregio in de regio Twente/Achterhoek. „Ze hebben onvoldoende informatie ingewonnen of geweigerd te emigreren.”

De hausse van enkele jaren geleden is voorbij maar nog altijd rinkelt drie maal per dag zijn telefoon met het verzoek om meer informatie, vanuit alle delen van Nederland. Hij drukt belangstellenden op het hart om zich niet alleen te laten leiden door de financiën. „Als je met meerdere mensen gaat, moet iedereen meebeslissen.”

Dat succes desondanks niet verzekerd is, leert het verhaal van Henk en Marian Klein Buursink uit Haaksbergen. Zij waren na vier jaar Duitsland voor hun gevoel „compleet geïntegreerd”. De kinderen spraken goed Duits, zelf mengden ze zich in het verenigingsleven. Toch zijn ze enkele maanden geleden verhuisd naar Nederland. Het ging Marian steeds meer tegenstaan dat ze de Duitse taal niet goed machtig was. Ze kon zich verstaanbaar maken maar niet „uit het hart praten”. Toen ze merkte dat ze de oudste zoon niet met huiswerk kon helpen, „raakte de weegschaal uit balans”.

Kleinere zaken, op sociaal en cultureel vlak, gingen opeens ook een rol spelen. „Spontaan een kop koffie drinken bij de buren is niet gebruikelijk”, weet Marian Klein Buursink. Ze ontraden het niemand om naar Duitsland te verhuizen, maar stellen dat zonder kinderen de kans van slagen groter is.

Zoals de ouders van Henk. Die zijn ook verhuisd naar Duitsland en wonen er „met plezier”.