Na 900 jr ‘revolutie’ in Oxford

De Universiteit van Oxford was gisteren in het zeventiende eeuwse Sheldonian Theatre van architect Christopher Wren getuige van een stille revolutie. Na zo’n 900 jaar zelfbestuur gingen de professoren akkoord met een voorstel om de financiële controle over de eerbiedwaardige academische instelling af te staan aan een raad, waarin buitenstaanders met financiële kennis van zaken de meerderheid zullen uitmaken. De professoren houden overigens wel het laatste woord in academische kwesties.

Met deze bestuurlijke hervorming hoopt de universiteit, die dit jaar met een begrotingstekort van 8 miljoen pond (12 miljoen euro) kampt, beter te kunnen concurreren met vooraanstaande universiteiten in de Verenigde Staten zoals Harvard en Stanford. Vooral op het onderwijs aan undergraduates moet Oxford de laatste tijd flink toeleggen, zo’n 5000 pond (7500 euro) per jaar.

Na een debat van twee uur steunden 652 dons, docenten die zijn verbonden aan een van de 39 colleges van de universiteit, het voorstel. Een aanzienlijke minderheid van 507 dons stemde echter tegen. Een van hen, Donald Fraser, hoogleraar aardwetenschappen aan Worcester College, betoogde dat de hervorming een einde zou maken aan de oude collegialiteit en „de doelmatigheid van pluralisme zou verwoesten”.

De voorstellen kwamen uit de koker van de vice-chancellor, John Hood, die bestuurlijk aan het hoofd van de universiteit staat. Hood, een Nieuw-Zeelander, was in 2004 de eerste ‘buitenstaander’ die in die functie werd benoemd.

De hervormers hebben het pleit nog niet definitief gewonnen. Over twee weken is er opnieuw een stemming over Hoods plannen.