‘Kruistocht’ grootse film

Kruistocht in spijkerbroek. Regie: Ben Sombogaart. Met: Joe Flynn, Stephanie Leonidas, Emily Watson. In: 107 bioscopen. Nederlands nagesynchroniseerd in 24 bioscopen.

Het begint nu met een voetbalwedstrijd, en Dolf, de held van het boek, is nog lang geen held. Hij verprutst de kans op een doelpunt door de bal niet af te spelen maar zelf te willen scoren. Om die fout recht te zetten wil hij terug in de tijd. Een verbetering van het boek zou ik dit begin niet willen noemen, want dat hoeft niet verbeterd te worden, want het boek is Kruistocht in spijkerbroek, een van de beste kinderboeken die ooit in Nederland stukgelezen zijn. Maar in de film werkt het heel goed, en juist door meteen aan het begin zo’n verandering in te voeren, weet de kijker dat dit niet Kruistocht in spijkerbroek het boek is, maar Kruistocht in spijkerbroek de film.

Er zijn een paar dingen aan het verhaal veranderd die voor de fans even slikken zijn. Leonardo en Marieke, twee van de meest geliefde personages, bestaan niet meer. In hun plaats komt Jenne, die dat gemis draaglijk weet te maken. Met haar doet de liefde zijn intrede.

Ik vroeg me soms af of het verhaal wel te volgen is voor wie het boek nooit gelezen heeft, maar als dat zo is, ziet die een avontuur dat zijn weerga nog steeds niet kent. Dolf wordt niet teruggeflitst naar de voetbalwedstrijd, maar komt terecht in Duitsland in 1202, net op de plek waar een lange stoet kinderen langstrekt op weg naar Jeruzalem. De reden van die tocht blijft schimmig, maar onderweg gebeurt zoveel dat er weinig tijd is om je daar druk over te maken. ’s Nachts brood bakken voor duizenden kinderen, als duivels vermomd tegen het leger van een boze graaf vechten, een kleine koning redden van de verdrinkingsdood, het gaat maar door.

Kruistocht in spijkerbroek is een Engelstalige internationale coproductie geworden en de moeilijkste massascènes, ook in zo’n grote productie nog een financieel struikelblok, zijn met behulp van de computer tot stand gekomen. Soms is dat heel goed gedaan, zoals in de scène voor de poorten van Spiers, soms is het te merken, zoals in de scènes waarin de stoet kinderen door het land trekt. Desondanks is de production value groot, met die mix van geloof- en ongeloofwaardigheid die alleen in film effect kan hebben, zoals in de scènes met de tijdmachine.

Voor het tot stand brengen van zo’n moeilijke productie verdienen regisseur Ben Sombogaart en producent Kees Kassander alle lof. In Joe Flynn vond Sombogaart een uitstekende Dolf, die in het begin een saaie slungel is, maar juist daardoor in zijn rol lijkt te groeien. Het open einde zal kinderen én volwassenen rauw op het dak vallen. Dat open einde moet de mogelijkheid van een tweede deel open houden. Laten we daar op hopen.