Intellectuelen blijven zwijgen

Het debat over de toekomst van Nederland komt maar moeizaam op gang.

De oproep van Balkenende stuit op het onverdraagzame gilde der opiniemakers.

„Ik heb een ander doel: het opheffen van de strijd uit een nevel van kleingeestige berekeningen en laaghartige driften”, schreef Groen van Prinsterer, een van de christendemocratische aartsvaders, aan de vooravond van de Kamerverkiezingen in 1856. In een brief aan de kiezers probeerde hij de campagne te verleggen naar een „tegenstelling van politieke beginsels” en een „vrijmoedige en openhartige behandeling der publieke zaak”. Op een soortgelijke manier probeert Jan Peter Balkenende de verkiezingscampagne te tillen naar het niveau waar het – naast thema’s als AOW, hypotheekrenteaftrek en kinderopvang – écht om moet gaan: wat heeft de politiek voor met Nederland?

Dat deed Balkenende met een oproep aan de intelligentsia – gesymboliseerd door Harry Mulisch – om weer iets van maatschappelijk engagement te laten zien: „Waar zijn die boeiende, splijtende, controversiële, politiserende vergezichten over hoe het nog beter kan? Hoe het anders moet?”

Die oproep heeft binnen de intellectuele voorhoede een bijna soortgelijke ontvangst gekregen als Balkenendes eerdere pleidooi voor normen en waarden: een mengeling van besmuikt stilzwijgen en ironisch geglimlach. Die verlegenheid valt des te meer op waar het geklaag over de ondraaglijke leegheid van de verkiezingscampagne – een bekend nummer onder intellectuelen en wat zich ervoor uitgeeft – weer de kop opsteekt.

Maar zo’n vraag om een Grand Design is zo gek nog niet. Juist nu Nederland economisch het lek boven water heeft, is het nodig om met elkaar te bediscussiëren hoe het verder moet. Wat voor samenleving willen we? Hoe ziet het Nederland van de toekomst er uit?

Na de gouden jaren ’90 is ons land van slag geraakt. De ‘nieuwe economie’ spatte als een zeepbel uiteen, het multiculturele drama tekende zich in alle scherpte af en Paars bleek letterlijk uitgeregeerd. Na eerst een politieke en later een religieuze moord verdiepte de malaise zich. De jaren vanaf 2002 stonden dan ook in het teken van crisisbestrijding. De kabinetten-Balkenende hebben er de handen vol aan gehad om de gaten te dichten. En nu is er weer ruimte om ons op de langere termijn te richten.

Maar het publieke debat over de toekomst komt maar moeizaam op gang. Terwijl een enkele politicus het nog wel probeert, is het „angstwekkend stil” onder intellectuelen, zoals Balkenende schrijft. Ja, men maakt een heleboel lawaai. Maar het is vooral het geschetter van columnisten dat we horen. Nederland dreigt een land van opiniemakers te worden, van vluchtige, spitse opinies. Van intellectuelen, kunstenaars en wetenschappers mag meer worden verwacht.

De ‘intellectuele elite’ is erg goed in het uitleggen hoe het niet moet en waarom de ander het bij het verkeerde eind heeft. Soms vermakelijk om te lezen, maar het is geen debat over „onze gezamenlijke toekomst, over dat wat ons bindt, over eenheid en verscheidenheid, over basiswaarden, over identiteit, over de vraag hoe we de wereld weer meer leefbaar kunnen maken”, zoals Balkenende schrijft.

Zelfs Ian Buruma beklaagde zich over het schrale opinieklimaat. „Verschillen van mening, die juist tot een interessant debat hadden kunnen leiden, werden eerder verdoezeld door de stortvloed van feitelijke trivia”, stelde hij bijna ontgoocheld vast na de benepen ontvangst van zijn analyse van het Nederland-na-de-moord-op-Van Gogh.

Als de ‘linkse kerk’ al niet meer bestaat, heeft zich een ander, even onverdraagzaam en vooral luidruchtig genootschap van opiniemakers gemeld. Men roept om debat, maar blokkeert het door neerbuigendheid en arrogantie. Misschien wel daarom zwijgen veel intellectuelen, schrijvers en kunstenaars besmuikt. Wat resulteert is een verschraling waartegen Groen van Prinsterer anderhalve eeuw geleden al opkwam: „Alleen door rondborstig openleggen en toetsen van politieke beginsels geeft het werk der verkiezing aan de volksvertegenwoordiging zedelijke kracht.”

Jan Schinkelshoek is oud-hoofdredacteur van de Haagsche Courant en kandidaat voor de Tweede Kamer voor het CDA.Ab Klink is directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA.

Lees de brief van Balkenende aan Mulisch via nrc.nl/opinie