Het gelijk van De Geus

Een voordeel van politieke campagnes is de politisering van onderwerpen die anders door deskundigen achter gesloten deuren worden behandeld. Zie het ontslagrecht, dat dankzij de verkiezingen het onderwerp van publiek debat is geworden. Als omstreden thema speelt het ook in de SER, het adviescollege van de regering op sociaaleconomisch gebied; de raad moet in december over het ontslagrecht adviseren aan een nieuw te vormen kabinet. Maandenlang is erover gesproken, zonder resultaat. De politiek heeft het nu overgenomen. Lijsttrekkers profileren zich met het ontslagrecht of laten zich verrassen door wat de burger ervan vindt.

Uit een recente enquête op internet bleek dat op versoepeling van het ontslagrecht geen taboe meer rust. Althans, niet bij de mensen die aan dit grote onderzoek (‘21minuten’) meededen. De resultaten van de enquête waren volgens SER- voorzitter Rinnooy Kan „een advies van het volk aan een toekomstig kabinet”.

Jaarlijks worden in Nederland ongeveer honderdduizend mensen ontslagen. Vroeger gebeurde dat via het Arbeidsbureau, dat nu Centrum voor Werk en Inkomen heet. Dat waren en zijn lastige en langdurige procedures. Wil een werkgever of een werknemer een arbeidscontract snel ontbinden, dan kan dat ook door tussenkomst van de kantonrechter. Aan deze route hangt voor werkgevers een prijskaartje: de ontslagvergoeding. Rechters laten die afhangen van het aantal dienstjaren. Versoepeling van het ontslagrecht zou neerkomen op versimpeling van de procedure bij het CWI. Zo zijn werkgevers snel en goedkoop af.

Nog in januari van dit jaar liet minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) weten dat er, wat hem betreft, geen versoepeling van het ontslagrecht komt. In een wetsvoorstel van enkele maanden eerder had hij ervoor gepleit werkgevers en vakbonden eigen criteria voor ontslag te laten afspreken. De Geus herzag echter zijn mening. Hij zei dat versoepeling ten koste zou gaan van met name de ouderen op de arbeidsmarkt. Het kabinet vroeg de SER om advies, maar ook die kwam er niet uit. Na de val van het kabinet werd het even stil. Het ontslagrecht is nu stembusonderwerp, maar veel veranderd is er intussen niet.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt is goed voor de economie. Maar flexibilisering staat of valt niet met versoepeling van het ontslagrecht. Vergeleken met omringende landen is Nederland helemaal niet zo star met zijn ontslagregeling. Ontslaan kan duur zijn, maar via de rechter gebeurt het snel en efficiënt. Het is goed dat er een financiële drempel is. Zoiets noopt tot bezinning. Ontslag is niet van alledag en hoort dat ook niet zijn. Ook niet voor ouderen – en bij hen zit hem precies de kneep. Ouderen verlaten nog steeds als eersten de organisatie; gedwongen of vrijwillig. Als afvloeien en vervroegd uittreden via de WW aantrekkelijk wordt, zal de uitstroom toenemen. Dat staat haaks op het beleid ouderen aan het werk te houden. Ook zíj horen in een dynamische arbeidsmarkt.

De Geus zag het goed: soepeler ontslagrecht zal zich moeten verhouden met het voornemen senioren aan de slag te houden. Dat is een wijze les voor zijn opvolger.