Een vreemde fascinatie voor die kleine steentjes

De Diamont Tour in Amsterdam is een succes: een cursus diamanten herkennen-en-op-waarde schatten.

Sinds een week is er ook het Diamantmuseum.

Zes steentjes van nauwelijks een millimeter doorsnee. Fijn als zand, een gewicht van 0,01 gram. „Ze kosten 168 euro per stuk”, zegt gids Zigurds droog.

Even later vouwt hij een fonkelende diamant van 0,1 gram uit een papiertje. Prijs: 82.000 euro. Een Spaanse bezoekster buigt zich over de tafel. „Hoeveel?” vraagt ze, haar hoofd zijwaarts gedraaid. „82.000”, herhaalt de gids rustig.

Het is de Diamant Tour, een spoedcursus diamanten herkennen-en-op- waarde-schatten aangeboden door Coster Diamonds te Amsterdam. Want, zegt commercieel directeur Annemieke Jansen, „mensen worden heel makkelijk beduveld”. Niet alleen het karaat (grootte) blijkt te tellen, maar minstens zo belangrijk zijn kleur („zo wit mogelijk”), helderheid („geen oneffenheden”) en de manier van slijpen („hoe meer diamant verloren gaat, hoe waardevoller de steen”).

En natuurlijk wil de diamantair ook wat verkopen. Dus stalt de gids aan het einde van zijn uitleg met diamanten ingelegde ringen en oorbellen van Coster uit. „Die kunt u beneden kopen”, lacht hij. De nadruk van Coster, maar ook van andere diamantairs in de hoofdstad, ligt op deze detailhandel. Maar dat is niet altijd zo geweest.

Dat blijkt als na de Diamant Tour nog een bezoekje wordt gebracht aan het sinds een week geopende Diamantmuseum ernaast, eveneens een initiatief van Coster Diamonds. Daar ontdek je dat Amsterdam vroeger vermaard was om zijn diamantslijperij. Coster mocht zelfs de ‘Koh-I-Noor’ herslijpen, de grote diamant in de kroon van de Engelse koningin. Het slijpwerk is inmiddels te duur geworden en heeft zich daarom grotendeels verplaatst naar India en China.

In tegenstelling tot de Diamant Tour zijn in het museum geen echte diamanten te bewonderen, maar replica’s. Maar dat hoeft de pret niet te drukken. Het gaat hier om het leren.

Zo leer je dat diamanten via de Fransman Tavernier vanuit India in Europa zijn geïntroduceerd, weet je aan het eind waarom de stenen zo ontzettend hard zijn, hoe ze zijn ontstaan en hoeveel zweet een tranen het kost om ze te delven, en blijken mesjes van diamant onmisbaar in de medische wetenschap.

Verder zijn er replica’s van beroemde diamanten te zien. Natuurlijk van Koh-I-Noor, maar ook van andere diamanten die in kronen zijn terug te vinden. „Koningen hebben altijd zulke grote, grove stenen omdat ze van ver waarneembaar moeten zijn. Een gewone burger mag namelijk niet dichtbij het staatshoofd”, vertelt samensteller en directeur van het museum Robert Tamara.

Maar wat de tour als het museumbewijzen is onze vreemde fascinatie voor die kleine steentjes. Zittend in de afgesloten zaal krijg je onwillekeurig de neiging om een van die zandkorrels ter waarde van 168 euro je zak in te laten glijden.

Is het de glinstering? Of toch gewoon de enorme waarde. In elk geval is de belangstelling voor diamanten onverminderd groot. Dat bewijzen de één miljoen bezoekers die de Amsterdamse diamantairs jaarlijks begroeten. Allemaal voor blingbling.

De Diamant Tour is gratis en iedere dag tussen 9.00-17.00u. te bezoeken. Het diamantmuseum heeft dezelfde openingstijden en die toegang is 6 euro.