De metamorfose van onze man

Vanuit iedere hoek ziet de Republikeinse nederlaag in Amerika er anders uit: Europa ziet een komende ommekeer in Irak. In het Verre Oosten zijn ze vooral bezorgd over dreigend Amerikaans protectionisme. Irak is hier een westers probleem. Je hebt er hier niet zoveel last van. Dat ligt anders wanneer campagneretoriek van een aantal Democraten over ‘Aziaten die onze banen wegkapen’ straks leidt tot invoerbeperkingen voor een groeiend aantal producten uit het Verre Oosten.

In Amerika is iets vreemds gebeurd vorige week. Het is ook niet alleen Irak wat de president de das om heeft gedaan. Een aantal Democraten is erin geslaagd om ten langen leste het vertrouwen van insurance Bob terug te winnen, de kleine zelfstandige in zijn Subaru die polissen aan de man brengt. Jarenlang hebben vermogende en godvrezende Amerikanen zich in de politieke arena met succes als de betere zaakwaarnemers van de Amerikaanse Jan Modaal weten te verkopen dan de Democraten. De Republikein is voor wapenbezit, tegen abortus, voor de ‘harde lijn’ (maakt niet uit bij welk onderwerp, is altijd goed), tegen homohuwelijken. Je ziet hem in honkbaljack, kauwgom in de mond, ook op de tribune zitten. Onze man.

Democraten zeiden weliswaar wat socialere dingen, maar je kon ze altijd in de hoek zetten als soft , en soms waren ze nogal elitair. De laatste presidentskandidaat John Kerry was voor gebruik buiten eigen Democratische kring zo’n dramatisch verkeerde keuze. Hij kwam uit Massachusetts en sprak zelfs Frans.

Ineens zie je nu daarentegen Democraten naar voren stappen die ook godvrezend zijn en hun landgenoot zijn pistool niet willen ontzeggen. Democraten die de ongerustheid van de middenklasse weten te belichamen over de bestaanszekerheid van grote groepen, over het minimumloon dat gecorrigeerd voor inflatie al jaren daalt en over het middeninkomen dat sedert de eeuwwisseling op de nullijn ligt. Ondanks de sterke stijging van het totaal nationaal product. Het is de metamorfose van onze man. Wat gaan deze economische populisten in Huis en Senaat straks doen?

En dan komt China voor de dag als de moderne zondebok: daar staat de teller op bijna 1.000 miljard dollar in de plus – voor een deel verdiend aan Amerika. En iedere maand komen er tussen de 20 en 25 miljard bij.

De economische populist weet: die Chinezen spelen vals, ze houden hun munt kunstmatig laag, waardoor Amerikaanse bedrijven hun producten niet in China kwijt kunnen en China de rest van de wereld overspoelt – flooding is een veel gebruikt woord, want het duidt op massaal oergeweld, op een zondvloed.

En hoe verleidelijk is het dan niet om eens flink te doen, met heffingen, met pesterijen en met grote woorden over nationale veiligheid, niet soft maar tough. Protectionisme dus.

Maar de redenering rammelt en het kan ook overigens nog heel anders lopen. Als China de munt sterker maakt, is dat vooral gunstig voor export van Amerikaanse landbouwproducten. Magnetrons maken ze niet eens meer in Amerika, laptops ook niet veel. Van een dure yuan worden niet zoveel mensen wijzer, en de arme boer in China heeft er alleen maar last van, juist nu ook hij eindelijk en heel voorzichtig begint te profiteren van de koopkracht in de grote steden aan de Chinese kust.

Voor de kern van het probleem – de Amerikaanse overconsumptie – levert een duurdere yuan ook maar een beperkte bijdrage. Bovendien is het wel een wrange grap: Chinese reserves zijn voor tweederde in dollars, in Amerikaans schuldpapier. Maak je de yuan duurder, dan maak je dus de dollar goedkoper en dan lost Amerika in één keer een stuk schuld af en dat mogen de Chinezen dan betalen. Het is een grote verdwijntruc die Amerika als machtigste land ter wereld vaker heeft toegepast – macht heb je tenslotte niet voor niets – maar het is een interessante vraag of het nog een keer lukt.

Zowel de overheid als de burgers leven in Amerika nu al jaren op de pof – het ene na het andere record wordt er gebroken. Elke ochtend is het gat drie miljard dollar groter dan de vorige dag en dat wordt dan in het buitenland geleend. Het beste kunnen Amerikanen dat zelf oplossen en het liefst niet te wild, want een harde landing – een recessie – treft niet alleen Amerika maar de hele wereld. Stevig bezuinigen is dus riskant, net als stevig belasten.

Er is een andere uitweg en dat zijn extra heffingen op hoge inkomens en vermogens. Amerikanen zijn weliswaar dol op hoge inkomens en hebben weinig met jaloeziebelastingen. Maar de ongelijkheid is de laatste decennia welhaast on-Amerikaans uit de hand gelopen, Brazilië achterna. Verdiende bijvoorbeeld een gemiddelde CEO in de jaren zeventig 30 keer het salaris van zijn gemiddelde employé, de score staat nu bij 350 keer. De opeenhoping van inkomen en vermogen is van dien aard dat Amerika wat dit betreft weer lijkt op een eeuw geleden.

Een ouderwetse herverdeling is dus mogelijk. Het ontbreekt de Democraten van het economisch populisme nog aan het juiste vocabulaire om die weg in te slaan, maar het is denkbaar, verstandig in elk geval.

Een verleidelijke variant voor iedereen ten slotte is niets doen, gebaseerd op hardnekkig zelfvertrouwen. Wanneer alle deskundigen zeggen dat het ‘zo niet langer kan doorgaan’ hoef je je eigenlijk niet zo druk te maken, indachtig het bon-mot van Nixons economische rechterhand destijds Herbert Stein: „Wat zo niet langer kan doorgaan, dat stopt.”

Overigens, een vertrek uit Irak verkleint het probleem ook met een procent of tien, 80 miljard dollar. Per jaar.