De klusjesman heeft het gedaan

Op zaterdag 25 september 1999 rond 12 uur vindt de politie het lichaam van de 60-jarige, vermogende mevrouw Wittenberg in haar huis in Deventer. Zij heeft steekwonden in haar borst en een rode striem in de hals. Er zijn geen sporen van braak.

1De feiten: Michael de J. uit Deventer is een bekende van de weduwe. Volgens een interview met hem in dagblad De Stentor was hij eerder huisvriend dan klusjesman. Hij is nooit officieel van de moord verdacht. Wel is hij in 1999 verhoord door de politie. Hij en zijn vriendin legden wisselende verklaringen af over zijn alibi. In 1999 zeggen ze dat ze 23 september vanaf half 5 (vriendin) of half 8 (Michael) samen thuis geweest zijn. Het tijdstip dat de vriendin noemt is strijdig met telefoongegevens waaruit blijkt dat Michael om 19.20 uur nog naar huis heeft gebeld. Dit jaar vertellen beiden aan de politie dat ze vanaf half acht de avond doorbrachten in een soos.

2Maurice de Hond versus Michael de J.: Maurice de Hond is ervan overtuigd dat De J. de moord heeft gepleegd. Hij baseert dit op onderzoek door hemzelf en andere particulieren en op spontane getuigenverklaringen. Vier mensen vertellen De Hond dat De J. al vóór 28 september, de dag dat hij naar eigen zeggen vernam dat de weduwe was vermoord, met hen over haar dood heeft gesproken. Twee van hen zeggen dat hij dat al deed vóór 25 september, de dag dat het lichaam werd gevonden. Een vrouw zegt dat de weduwe op 23 september een afspraak had met De J. en dat er spanningen waren over geld. „Zeker tien” getuigen zeggen dat Michael vaak dronken was en dan bedreigend kon zijn. Twee mensen stellen dat Michael vaak een mes bij zich droeg. De beheerder van de begraafplaats waar de weduwe en haar man begraven zijn, zegt van een onderhoudsmedewerker te hebben gehoord dat De J. mogelijk het moordwapen heeft verstopt in het graf. De J. heeft De Hond aangeklaagd wegens smaad en eist schadevergoeding en een spreekverbod.

3De getuigenverklaring: De onderhoudsmedewerker van de begraafplaats, inmiddels gepensioneerd, legt op 19 oktober 2006 een verklaring af bij de politie. Het procesverbaal staat op de website van De Hond. De man zegt niet zeker te weten of De J. iets in het graf heeft verstopt. Hij zegt ook dat hij op 24 september 1999 ’s ochtends vroeg van De J. hoorde dat de weduwe was vermoord. Een dag eerder had hij haar voor het laatst gesproken. Zij zou hem toen hebben verteld De J. uit haar testament te willen verwijderen. De man zegt dat hij hetzelfde in oktober 1999 aan de politie heeft verteld, maar dat die daar toen niets mee heeft gedaan.

4Onderzoek in 2006: Het Openbaar Ministerie hoort twee van de door Maurice de Hond aangedragen getuigen, alsmede Michael de J. en zijn vriendin. Op basis daarvan en van het strafdossier concludeert het OM onder meer: dat niet zeker is dat De J. al voor de vondst van het lichaam wist dat de weduwe dood was; dat hij dat misschien wel eerder dan 28 september wist, maar dat het toen ook al breder bekend was; dat het in 2006 door Michael en zijn vriendin opgegeven alibi strookt met de telefoongegevens en dat hun verklaringen verder niet meer zijn te toetsen. Op last van de rechter werd vorige week het graf doorzocht. Er werd geen mes gevonden. Gisteren bleek dat DNA in het nagelvuil van de vermoorde weduwe niet overeenkomt met dat van Michael de J.

Op www.geenonschuldigenvast.nl staat alle informatie die Maurice de Hond en zijn medestanders hebben verzameld en waaruit moet blijken dat Louwes níet de dader is. Op www.maurice.nl staat een discussie, met ook de reacties van Louwes zelf. Of 13196 naar 7585