De dokter komt langs

Caroline Kramer is de achtste winnaar van de verhalenwedstrijd ‘Duizend Woorden’. Elke maand publiceert de Achterpagina een winnend verhaal. Iedere vrijdag worden de verhalen voorgelezen in radioprogramma De Avonden.

De dokter komt langs en blijft eten. Hij kijkt naar mij bij binnenkomst en zegt: „Dat is al beter.”

Ook op het doorgaans witte gezicht van mijn moeder zit weer een kleur, maar dat is meestal wanneer ze hoort dat de dokter komt. Vanavond dus een witte jas aan tafel.

’s Avonds drinkt hij, met de stethoscoop nog om zijn nek, een fles wijn met mijn moeder op de bank. Ik kom langs voor een plas. Roep vanaf de wc en vraag of hij behoefte heeft hem na te kijken, of hij er misschien een monster uit wil nemen.

Ik denk niet dat ze me verstaan.

„Wilt u nou een monster of niet!”

Ik hoor het glas van de dokter hard neerkomen op de glazen tafel

Mijn moeder komt aangesneld en vraagt of ik bang ben.

„Nee, ik ben niet bang.” Ik bedoel niet een monster in mijn plas. Ik stel mijn moeder gerust.

Ze gaat weer zitten op de bank. De dokter slaat een arm om haar heen.

Ik loop achter hen langs naar boven, richting mijn bed. De deur laat ik op een kiertje.

Het licht dat even later door de kier komt flitst van geel naar rood naar blauwig naar weer geel. Beneden kijken ze een western. De pistoolschoten suizen om mijn oren de lege vlakte in. Je hoort hoe de kogels verdwalen. Af en toe ketst er een tegen een rots.

Als ik om het hoekje kijk zie ik de dokter in de kamer staan. Met zijn blik gericht op de televisie zwaait hij met iets in zijn hand boven zijn hoofd. Het is zijn stethoscoop. Die moet een denkbeeldige lasso voorstellen. Hij joelt erbij. Tegelijkertijd maakt hij bewegingen met zijn heupen op een gekke manier naar voor en achter en opzij, alsof hij op een wild paard zit. Even later vangt hij mijn moeder. Ze heeft een jurk aan die ik nog nooit heb gezien. Hij ziet er ouderwets uit met een wit kraagje. Ze speelt hulpeloos, houdt haar lichaam slap en laat zich makkelijk vangen. Er is op dit tijdstip ook geen saloon meer open waar ze naar toe had kunnen rennen.

Ik zie hoe hij zijn lichaam dicht tegen dat van haar aandrukt.

„Hier ben je veilig”, zegt hij haar.

Ik doe mijn deur dicht. Al die westerns lopen altijd op dezelfde manier af, denk ik verveeld. Maar hoe zit het met al die doden, eerder in de film? En met de kinderen van al die cowboys? Daar zie je nooit wat van. Die worden achter de schermen gehouden. Expres. Ze doen er nog niet toe. Ze kunnen nog niet met hun pistolen klapperen.

Die nacht droom ik dat mijn moeder een prijs krijgt voor haar rol in de western. Ze heeft een zelfde rare ouderwetse jurk aan en staat onwennig op het podium met een gouden beeldje in haar hand. In de zaal zitten alle beroemde Amerikaanse sterren die ik ken van de televisie. Ze zien er mooi uit, gaan allemaal staan en ze klappen heel hard voor mijn moeder. Ze lachen erbij en kijken heel liefdevol naar haar. De dokter is er ook. Hij draagt een pak en heeft de stethoscoop weer om zijn nek hangen. Ik zit midden in het publiek op een wc-pot. Om me heen ruik ik de verschillende parfums van mensen door elkaar en voel ik de stof van de pakken en jurken van de mensen langs mijn blote benen gaan. Ik klap niet mee. Ik houd mijn hand op de stortbak die gevuld is met water en waarmee je door kan trekken. Ik twijfel of ik al door mag trekken zonder dat de dokter mijn plas heeft gezien. Ik roep hem maar ik hoor mezelf niet door het aanhoudende applaus voor mijn moeder, die daar maar op het podium staat. Ik vraag me af wat ik moet doen, want ik zit hier in de zaal in mijn ondergoed.

Als ik wakker word is het al ochtend. Als ik beneden kom, verwacht ik de dokter nog op de bank te zien. Maar er is niemand beneden. En de bank ziet eruit alsof er nooit iemand op heeft gezeten. De glazen tafel is schoon en er hangen geen vreemde jassen in huis.

Ik loop door naar de keuken en maak me klaar om naar school te gaan.