Burger moet problemen zelf oplossen

Het CDA is de partij van het middenveld: organisaties lossen de problemen zelf op.

Door de nadruk op eigen verantwoordelijkheid oogt de partij nu wel erg liberaal.

Foto Lars van den Brink de wereld volgens (Serie) de wereld volgens het CDA foto Lars van den Brink Brink, Lars van den

Wie heeft het nog over de bloedgroepen? Niemand toch? Het maakt in het CDA niet meer uit of je rooms-katholiek of protestants bent. Wat telt, is de christen-democratie, herhaalt partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt regelmatig.

Toch heeft het CDA er weer keurig voor gezorgd dat de toptien van de kandidatenlijst uit vijf protestanten en vijf katholieken bestaat. Een beetje zal het Christen Democratisch Appèl altijd wel in bloedgroepen blijven denken. Jan Peter Balkenende is gereformeerd, maar tweede man Maxime Verhagen is katholiek.

Bij protestanten staat meestal het oude ARP-idee van ‘soevereiniteit in eigen kring’ centraal. De overheid bemoeit zich niet met het leven van mensen, maar stelt maatschappelijke instituties centraal. Mensen maken deel uit van leefgemeenschappen. Op school bijvoorbeeld, in de omroepvereniging, of in het ziekenhuis. Voor de KVP was het ‘subsidiariteitsbeginsel’ het belangrijkst: de overheid doet alleen wat mensen niet zelf kunnen doen.

Dat uitgangspunt is verder uitgebouwd. Het CDA is bij uitstek de partij voor het maatschappelijk middenveld. Scholen, ziekenhuizen, ouderorganisaties, kerken, ja zelfs bedrijven lossen de problemen van burgers zo veel mogelijk op.

De overheid moet er alles aan doen om mensen niet afhankelijk te maken van de staat. Daarom zal Balkenende altijd pleiten voor minder regels, maar ook voor een streng sociaal stelsel. Het nieuwe zorgstelsel, weliswaar uitgevoerd onder verantwoordelijk minister Hoogervorst (VVD), is bij uitstek een voorbeeld van een staaltje moderne christen-democratie. Er is concurrentie tussen verzekeraars, de patiënt bepaalt, de overheid staat op afstand.

Het CDA zal ook altijd het bijzonder onderwijs verdedigen. Scholen, ouderorganisaties en schoolbesturen moeten bepalen wat de inrichting van een school is, niet de overheid. Het feit dat er protestantse, katholieke en islamitische scholen bestaan, is voor het CDA een voorbeeld van soevereiniteit in eigen kring. Scholen klagen soms dat onderwijsminister Maria van der Hoeven zo weinig plannen had, maar ze doet niet anders dan wat de CDA-ideologie haar opdraagt.

Sinds 2002 regeert het CDA met de VVD. In dat jaar schoof het CDA weer naar het centrum van de macht, waaruit het na het verkiezingsfiasco van 1994 was verdwenen. Liberalen en christen-democraten hebben een totaal andere maatschappijvisie, maar komen in de praktijk vaak op dezelfde oplossingen uit. De VVD gelooft in de maximale vrijheid voor het individu en kan dus een eind meegaan.

De hervormingen van de afgelopen drie kabinetten-Balkenende gingen vooral goed als het om sociaal-economische thema’s ging, zoals het nieuwe zorgstelsel en de WIA, een strengere wet voor arbeidsongeschikten. Maar er is één groot verschil: het CDA vindt wel dat de overheid moet praten over ethiek en normbesef bij burgers. Liberalen zijn daar faliekant tegen. Het debat over normen en waarden, dat premier Balkenende op de agenda zette, werd voortdurend tegengewerkt door de VVD.

Veel groter zijn de verschillen met die andere middenpartij, de PvdA. Die partij wil dat de overheid strijdt voor gelijke kansen van burgers en is niet tegen een overheid die regels bepaalt om dat doel te bereiken. In de verkiezingscampagne zetten Balkenende en Verhagen de verschillen graag nog even extra aan. Het PvdA-plan voor gratis kinderopvang wordt daarom als ‘staatscrèche’ getypeerd.

De kans is groot dat de VVD en het CDA na de verkiezingen samen geen Kamermeerderheid hebben en op zoek moeten naar een derde coalitiepartner. Dan wordt het puzzelen. De VVD voelt niets voor de ChristenUnie, waar het CDA nog wel zaken mee zou kunnen doen. GroenLinks staat ver van het CDA af, de SP van de VVD. Samenwerken met een mogelijke verrassing aan de rechterkant, de Partij voor de Vrijheid of EénNL, zal de sociaal voelende achterban niet makkelijk accepteren.

De kritiek in CDA-kring gaat meestal om het ‘sociale gezicht’ van de partij. Voor veel partijleden moet een christen-democratische partij bijbelse lessen over ‘naastenliefde’ en ‘rentmeesterschap’ trekken. Linkse, meestal protestantse, afdelingen vinden dat het CDA onder het motto ‘eigen verantwoordelijkheid’ veel te liberaal is geworden en zich te weinig bekommert om arme mensen, asielzoekers, of het milieu. In maart, na de slecht verlopen gemeenteraadsverkiezingen, moesten Balkenende en Verhagen stad en land afreizen om een dreigende opstand in de achterban te temperen. De laatste tijd is de rust terug. Maar de onvrede blijft.