Borat is bevrijdend

Vorige week zag ik de film Borat: Cultural Learnings of America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan, een nepdocumentaire van Sacha Baron Cohen, die ook de man is achter gangsterrapper Ali G en de Oostenrijkse homo Bruno. De bioscoopzaal zat propvol met gierende mensen, waarvan de meesten de Kazachse reporter Borat waarschijnlijk al kenden van tv. Ook ik heb hard gelachen. Borat is een goed opgebouwde film, een mengeling van hilarische absurditeit en confronterende satire, die teert op de naïeve blik van de totale buitenstaander. Baron Cohen toont zich een begenadigd acteur. Sluw ook, hoe hij erin slaagt mensen tot de meest grove uitlatingen te verleiden.

Als de film wat bezonken is, roept de humor wel vragen op. Het totale gebrek aan politieke correctheid heeft wel iets bevrijdends, vooral omdat de standpunten van Borat zo overdreven zijn dat je ze onmogelijk kan vereenzelvigen met die van de joodse acteur die hem neerzet. Dat toch niet iedereen de grap inziet, maakt de film sterk én dubbelzinnig. Vorig jaar al dreigde de Kazachse overheid met juridische stappen tegen Sacha Baron Cohen. Na de film kocht de regering zendtijd op CNN en vier pagina’s in The New York Times waarin zij ontkrachtte dat vrouwen geen rechten hebben in Kazachstan, dat er schaamhaar wordt uitgevoerd, dat de meest gewaardeerde drank paardenpis is en dat antisemitisme er tot sport wordt verheven. Over mensenrechten werd gezwegen in het artikel. Hoewel de jonge oliestaat een economische groei kent, zijn de klachten over corruptie, martelingen en milieurampen er talrijk. In oktober van dit jaar raakten achtenzeventig kinderen met hiv besmet na een transfusie met ongecontroleerd bloed; een rel die kadert in een geheel van medische wanpraktijken. Het Kazachse regime maakt slachtoffers en Baron Cohens groteske kolder ligt bijgevolg nu ook weer niet zó mijlenver van de waarheid. In de eerste minuten van de film (gedraaid in Roemenië) zijn het bovendien de meest voor de hand liggende slachtoffers van het regime die als amorele barbaren worden afgeschilderd. Dat de meeste Kazachen deze beelden als beledigend ervaren, is niet onbegrijpelijk. Nu de film een groot kassucces is geworden, is de toon van de overheid enigszins veranderd. Rakhat Aliyev, minister van Buitenlandse Zaken, heeft Baron-Cohen uitgenodigd in Kazachstan, zodat hij met eigen ogen kan zien dat de zaken er niet zo lopen als hij ze afbeeldt. De blik van het Westen lijkt op Kazachstan gericht en met die blik zijn onder meer economische belangen gemoeid.

De reacties van de geportretteerde Amerikanen – naar verluidt niet nep – laten overwegend een wrang gevoel na. Texanen geven tips over het beste wapen om een jood mee neer te knallen en de beste wagen om zigeuners mee dood te rijden. Een feministische groepering merkt geen greintje opgezet spel als Borat beweert dat het wetenschappelijk bewezen is dat het brein van de vrouw met dat van de eekhoorn overeenstemt. Een New Yorker op weg naar zijn werk gaat bijna met de acteur op de vuist wanneer deze hem wil groeten. Dronken studenten – die zopas een klacht indienden tegen Baron Cohen – vertrouwen hem toe dat alle vrouwen sletten zijn en dat de slavernij weer zou moeten worden ingevoerd. Hoewel de film in de VS aanvankelijk in veel minder bioscoopzalen werd getoond dan gepland, is de ticketverkoop intussen enorm. Wie vinden de Amerikanen dan het grappigst, de Kazachen of zichzelf? En weet je als Belg of Nederlander dan wel precies waar je om meelacht? (Als antwoord op deze laatste vraag dwarrelen enkele scènes mij voor de geest. Ga toch maar kijken.)