Beeldhouwer van de weg gehaald

De Drachtster kunstenaar Jan Ketelaar (47) is zondag door de politie van Baarn van de weg gehaald omdat hij met een vorkheftruck een beeld van bijna vier meter hoog vervoerde. Volgens de politie was hij een gevaar op de weg en hinderde hij ander verkeer. „Het uitzicht vanaf de heftruck was minimaal”, aldus een politiewoordvoerder. Ketelaar kreeg proces verbaal.

De beeldhouwer was al vijf dagen „op campagne” met zijn „rijdende installatie” De staat van Nederland. Vanuit Drachten was hij op weg naar Den Haag om het beeld in verkiezingstijd tentoon te stellen op het Binnenhof. De kunstenaar is bezorgd over de problemen rond asielzoekers en andere maatschappelijke en politieke zaken.

Ketelaar is verbaasd over zijn aanhouding. „Onderweg kwam ik verscheidene agenten tegen die naar mij zwaaiden.” Hij onderstreept dat je met een bedrijfsvoertuig op de openbare weg mag rijden en ontkent dat hij ander verkeer hinderde. „Ik reed stapvoets en had maar één klein dood hoekje.” Ketelaar vermoedt dat de politie bang was voor gezichtsverlies. „Ze kregen een melding binnen en hebben iets gezocht om mij te verbaliseren.”

Het anderhalve ton zware kunstwerk van gelast staal bestaat uit twee mensfiguren die de toestand van Nederland, met zijn „onvrede en gemopper”, symboliseren aldus de kunstenaar. Tevens is het een aansporing tot „durf en creativiteit”. De figuren heten de De wijzende man en Meer. Die laatste wil steeds meer en De wijzende man schuift alle schuld af.

Het kunstwerk staat nu bij een transportbedrijf in Baarn dat heeft aangeboden het alsnog naar Den Haag te vervoeren.