American football-speler met techniek

Evander Sno is de mystery man in de selectie van het Nederlands elftal dat vanavond een oefenwedstrijd speelt tegen Engeland. Hoe een jeugdspeler van Ajax via een grote omweg bij Oranje kwam.

Sno in een training bij Celtic. Foto AP Glasgow Celtic's Dutch player Evander Sno trains with teammates at Old Trafford before their forthcoming Champion's League match against Manchester United, Manchester, England, Tuesday Sept. 12, 2006. (AP Photo/Jon Super) Associated Press

Over Marco van Basten valt als bondscoach veel te zeggen, niet dat hij uitdagingen en vernieuwingen uit de weg gaat. Minder spectaculair, maar zeker zo verrassend als de terugkeer van Clarence Seedorf, was de uitnodiging voor de negentienjarige Evander Sno, vernoemd naar de Amerikaanse bokser Evander Holyfield, voormalig wereldkampioen in het zwaargewicht. Hij wordt binnen de Oranjeselectie vanwege zijn fysieke kracht al omschreven als een American football-speler, maar dan wel een met voetbalvermogen en techniek. Na de ervaringen op het wereldkampioenschap is het niet verbazingwekkend dat Van Basten een speler van het type Sno wil uittesten. Ten slotte bleek in Duitsland dat Nederland vooral op het middenveld fysieke kracht te kort kwam.

Het is wél opmerkelijk dat de keuze van de bondscoach op Sno viel. De verdedigende middenvelder, die gewend is ‘met de punt naar achteren’ te spelen waar vanavond vermoedelijk Stijn Schaars voor Oranje zal opereren, kan niet bogen op een goede staat van dienst in de eredivisie. Hij doorliep zes jaar de jeugdopleiding van Ajax, kwam uit voor Jong Feyenoord en maakte slechts kort indruk bij NAC. Sinds afgelopen zomer staat hij onder contract bij Celtic, dat met twee controlerende middenvelders voor de verdediging voetbalt. De Schotse club had kennelijk meer oog voor de specifieke kwaliteiten van Sno dan de Nederlandse clubs. „Het voetbal is daar wat fysieker dan hier en daar hebben ze me ook voor gehaald”, vertelt de geboren Dordtenaar. „Maar ik kan ook prima meevoetballen, ben sterk aan de bal en beschik over een goed inzicht.” Sno is beslist geen product van de sportschool. „Ik heb nog nooit aan krachttraining gedaan. Daar ben ik geen fan van. Bij mij is alles puur natuur.”

Sno imponeerde onlangs in twee Champions-Leaguewedstrijden van Celtic tegen Benfica. Dat moet voor Van Basten de doorslag hebben gegeven. Zoals bij veel zaken heeft de bondscoach zich weinig aangetrokken van de verhalen die over Sno in het Nederlandse betaald voetbal de ronde doen. En dat is maar goed ook. Sno wordt nog wel eens afgeschilderd als een voetballer die het niet zo nauw nam met de discipline en zijn eigen belang liet prevaleren. Zo zei oud-collega van NAC Tamás Petö vorige week: „Sno moet nog veel leren, niet alleen qua voetbal, ook privé.”

Wie echter tegenover de oud-speler van amateurclub DWS zit, praat met een zelfbewuste, relativerende jongeman, die juist erg volwassen overkomt. Het etiket dat hem door sommigen wordt opgeplakt, klopt volgens Sno niet. Hij vraagt zich af hoe mensen over hem kunnen oordelen als ze hem niet kennen. „Ik ben een eerlijke jongen”, zegt hij. „Goed opgevoed, met veel respect. Je moet je eigen karakter niet verloochenen. Het wordt in de voetbalwereld niet altijd op prijs gesteld als je zegt wat je denkt. De mensen vinden het zelden leuk om de waarheid te horen.” En als hij moet reageren op de uitspraak van Petö: „Ik weet niet wat hij ermee bedoelt. Maar ik wens hem nog veel succes in zijn verdere voetbalcarrière.”

Misschien dat de zoon van Surinaamse ouders er hier en daar niet goed opstaat omdat hij nog voor z’n twintigste al bij veel profclubs heeft gespeeld. De voetballer van Celtic, die op z’n zevende van Dordrecht naar Amsterdam-West verhuisde, blijkt iemand die snel zijn keuzes maakt en voor zichzelf opkomt. „Bij Ajax ben ik zonder ruzie vertrokken”, vertelt hij. „Ik heb wat gesprekken gehad met het toenmalige hoofd jeugdopleiding Danny Blind. Hij heeft mij beloftes gedaan die niet zijn nagekomen. Bij Feyenoord speelde ik enige tijd in het tweede team. Op een gegeven moment wil je hogerop, maar trainer Erwin Koeman zag het in mij niet zitten. Bij NAC deed zich de kans voor naar Celtic te gaan. Daar heb ik ‘t nu erg naar mijn zin.”

Ondanks de ernst van het topvoetbal vindt Sno het belangrijk plezier te hebben in zijn sport. „Of je nu golft, basketbalt of voetbalt, je moet het leuk vinden om te doen. Als dat niet zo is, laat je al snel je hoofd hangen als het een keer tegenzit.”

Natuurlijk heeft hij met enige verbazing kennis genomen van de invitatie voor het Nederlands elftal. Toen hij maandag voor het eerst voor de tv-camera’s vertelde over zijn wonderlijke loopbaan zei hij aan het einde van het interview, bij het betreden van hotel Huis ter Duin: „En nu ga ik hier even kijken.” Sno kan er achteraf ook om lachen. „Ik wist niet hoe ik het gesprek moest afronden. Het was natuurlijk niet zo bedoeld. Ik voel me zeer vereerd dat ik ben geselecteerd voor het Nederlands elftal. Dat is toch het hoogst haalbare voor een voetballer. Je droomt ervan en het is geweldig als het ook uitkomt. Ik leef voor de sport, ik werk hard en dan is dit een prachtige bekroning. De bondscoach lijkt me een eerlijk mens. Hij zal me niet zonder reden hebben gekozen.”