‘Wij hoeven Oeteldonk niets te vertellen’

Prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enzovoorts, enzovoorts. Zo mag Koos Woltjes (47) zich de komende jaren noemen. De nieuwe prins carnaval van Den Bosch, die volgens traditie in de pluralis majestatis spreekt, presenteerde zich zaterdag aan zijn onderdanen.

Hoogheid, oud-minister Willem Vermeend en oud-politiechef Eric Nordholt werden ook als kandidaat genoemd. Heeft u veel rondjes moeten geven om hen te verslaan?

„Nee. Wij zijn 3 januari 2003 al gebeld. De toenmalige prins Amadeiro, Karel Noordzij (oud-NS-directeur, red.), was destijds kandidaat-minister. Omdat beide functies onverenigbaar zijn, werden wij toen gepolst. In andere steden kan het begrotelijk zijn om prins te worden. Niet in Oeteldonk. Een rokkostuum en soms een hotelovernachting, dat is het.”

Van Vermeend werd gezegd dat hij niet lang genoeg was voor de functie.

„Haha. Ik ben 1,91 meter. En onze adjudant is 1,95 lang. De burgemeester van Oeteldonk, Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd, is net zo lang. Wij kunnen elkaar recht in de ogen kijken.”

U bent directeur van een adviesbureau gespecialiseerd het oplossen van ‘strategische positioneringsvraagstukken’. Valt er iets te verbeteren aan de positie van het carnaval in Oeteldonk?

„Wij hoeven de Oeteldonkers niets te vertellen. U moet het echt eens meemaken, het is een fantastisch feest. In Oeteldonk vieren wij de Bourgondische variant, in tegenstelling tot de rest van Noord-Brabant en Limburg waar het Rijnlandse carnaval wordt gevierd. Wij hebben bijvoorbeeld geen dansmariekes en steken met fazantenveren. Het is plezier vanuit het hart, een prachtig rollenspel. ”

Arjen Ribbens