Wapens onder de tanks door smokkelen

Tussen Egypte en Gaza wordt gesmokkeld sinds de grens daar is getrokken.

Ondanks militair ingrijpen van het Israëlische leger.

Met uitgestrekte, opengevouwen handen beeldt Abu Salem, smokkelaar en tunnelbouwer in de Gazastrook, een weegschaal uit. „Mijn ziel ligt op mijn linkerhand, het geld, de dollars op mijn rechterhand. Het geld weegt het zwaarst.”

Zijn vrienden, Abu Hussein en Abu Halal, tunnelgravers met bleke gezichten, knikken. Palestijns patriottisme speelt bij de drie jonge wapen- en drugssmokkelaars van de Zughraibi-clan - hun namen zijn schuilnamen - geen enkele rol.

In Rafah, het stadje met vluchtelingenkampen aan de grens met Egypte, graven zij op vijftien meter diepte, waar de zandlaag overgaat in modder, lange tunnels en smokkelen zij met behulp van de Bedoeïenenfamilies in de Sinaï wapens, drugs en medicijnen naar Gaza. Levensgevaarlijk werk, maar erg lucratief.

„Ik heb jarenlang in Israël gewerkt. Hotels gebouwd in Tel Aviv, wegen geasfalteerd in Haifa, villa’s gestuct in Herzliya. Ik zou meteen met deze business stoppen als ik weer in Israël kon werken. Dat levert misschien minder op, maar is veel veiliger”, zegt leider Abu Salem. Ook Abu Hussein en Abu Halal zijn voormalige bouwvakkers.

Het gesprek vindt plaats in de schaduw van de Philadelphi Corridor - een vijf kilometer lange zandstrook met een acht meter hoge muur. In het heuvelachtige gebied wordt gesmokkeld sinds er in deze hoek van het Midden-Oosten grenzen zijn getrokken. Het Israëlische leger heeft de Philadelphi Corridor - de naam werd twintig jaar geleden door een computer bedacht - jarenlang gecontroleerd met tanks, bulldozers en infanterie.

Duizenden huizen zijn gesloopt, honderden Palestijnen en tientallen Israëliërs in de jarenlange strijd gedood. Maar de smokkelactiviteiten gingen en gaan altijd door. De huizen vertonen sporen van de strijd. Mannen en jongeren hangen werkloos rond of proberen met levend lokaas vogels te vangen.

Sinds de ontmanteling van de joodse nederzettingen in de Gazastrook zijn de Palestijnse en Egyptische politiediensten verantwoordelijk voor het beheer van de grenszone. Volgens het Israëlische leger is de grens een gatenkaas en is Hamas, geïnspireerd door het vermeende succes van de Libanese Hezbollah, zich hierlangs aan het herbewapenen.

Via kilometers lange tunnels worden de Palestijnse militante groepen, Hamas voorop, voorzien van geavanceerde wapens, aldus de militaire inlichtingendienst. Als Egypte en de Palestijnse Autoriteit op korte termijn niet effectiever optreden, zal de luchtmacht de zone bombarderen, heeft minister van Defensie Peretz aangekondigd. Egypte wil de grenspolitie met 5.000 man uitbreiden.

„Dat betekent dat de prijzen nog meer zullen stijgen. Er zijn op het ogenblik maar zeven tunnels actief”, vertelt Abu Salem, die in het Arabisch het woord „gat” gebruikt, dat ook „lijn” of „pijp” kan betekenen. „Ik heb bij ons geen katjoesja’s langs zien komen, ook geen antitankraketten. Wel kalasjnikovs, kogels, granaten en heel veel explosieven, TNT van goede kwaliteit.” Katjoesja’s zijn volgens hem moeilijk te vervoeren.

„De Egyptische politie is in de Sinaï steeds strenger geworden. Het is voor de Bedoeïenen lastig geworden om groot spul deze kant uit te te krijgen. Het zijn geen kogels.” Bovendien worden de bedoeïenen van de Al-Sawarka-clan in Al-Arish hard aangepakt wegens betrokkenheid bij aanslagen in Dahab en Sharm al-Sheikh.

Of Hamas over katjoesja-raketten en antitankraketten beschikt is de vraag. Feit is dat de Palestijnen in Gaza dergelijke wapens tot nu toe niet hebben gebruikt, hoewel de militaire vleugels van Hamas en zeker Islamitische Jihad dat wel zouden willen. Abu Salems constatering dat er veel explosieven gesmokkeld worden, lijkt overeen te stemmen met de waarneming van het Israëlische Zuidelijk Commando dat er steeds meer Qassamraketten worden geproduceerd.

Waarneembaar feit is ook dat verouderde kalasjnikov-geweren ruim voorradig zijn in Gaza. Het wapen wordt openlijk gedragen door de militante groepen en door straatbendes. Palestijnse militanten beschikken ook over modernere M-16’s met telescopen, maar die komen uit de door de VS verstrekte voorraden van de Palestijnse politie of zijn aangeleverd door de Israëlische maffia.

Abu Salem vertelt dat de risico’s voor smokkelaars en tunnelbouwers groot zijn en dat de prijzen de afgelopen jaren zijn verduizendvoudigd. Het bouwen van een tunnel van een kilometer kost circa drie maanden. Er wordt gewerkt door ploegen van maximaal tien man: acht gravers en twee bewakers. Zij zijn bij voorkeur niet afkomstig uit de aangrenzende buurten en krijgen een percentage van de opbrengst, die afhankelijk is van de vraag hoe lang een tunnel gebruikt kan worden.

Abu Salem vertelt dat hij als vuistregel hanteert dat een lijn per maand 150.000 dollar kan opbrengen. „Maar sommige tunnels worden al ontdekt nog voordat zij in bedrijf zijn. Die kosten moet je ook meerekenen.”

Hij zegt sinds 2000 betrokken te zijn geweest bij de aanleg en exploitatie van 200 tunnels. Zijn oudste „gat” is een half jaar oud. De tunnels worden gestut met staal uit de bouw, hout wordt gebruikt voor de plafonds. Een tunnel is gemiddeld één meter hoog en tachtig centimeter breed. De richting wordt bepaald met een kompas en door de Bedoeïenen aan de andere kant. Drilboren en kleine graafmachines behoren tot het werktuig.

Zand en modder worden afgevoerd in zakken met elektronisch aangedreven sleepkabels. In de tunnels is elektriciteit en om de vijf tot tien meter een verbreding, waar werkers kunnen uitrusten of naar toe vluchten als een deel instort of wordt opgeblazen door het leger. „We hebben tunnels aangelegd terwijl Israëlische tanks boven ons heen en weer reden”, zegt Abu Hussein, de stilste van de drie.

Kans op ontdekking is groot. „Er is concurrentie tussen de families. Je moet altijd rekening houden met verraad als je beschikt over een winstgevende lijn.” De heren klagen over de kosten en de risico’s. De eigenaar van het huis of de kas van waaruit de tunnels gegraven worden, moet vooraf worden afbetaald, want bij ontdekking kan hij zijn huis verliezen. Iedere betrokkene wil een percentage.

Dat tienduizenden Palestijnen in het gebied hun huizen zijn kwijtgeraakt als gevolg van de Israëlische acties tegen de tunnels, deert hen niet. Abu Salem: „Ik weet dat sommigen ons haten, maar zij krijgen compensatie van de internationale gemeenschap. De Verenigde Naties hebben hen toch keurig aan nieuwe huizen geholpen. En dat het leven hier fucking zwaar en gevaarlijk is, geldt voor iedereen. Ik wil hier ook weg.”

Fotoserie van tunnels in de Gazastrook: http://news.bbc.co.uk/2/shared/spl/hi/middle_east/04/gazas_tunnels/html/1.stm of 97165 naar 7585.