Stop ’s avonds niet voor het rode licht

In de minachting voor de wet vinden slachtoffers en daders van misdaad in Zuid-Afrika elkaar. Een autodief en een instructeur in overleven bij het stoplicht, over de geboden en verboden in die samenleving.

JOHANNESBURG, 14 NOV. - Niemand weet het. Hier in het kantoor van een vooraanstaand instituut in het centrum van Johannesburg hebben de collega’s geen idee hoeveel auto’s William (niet zijn echte naam, hij wil anoniem blijven) de afgelopen jaren heeft gestolen. Hoeveel overvallen hij heeft gepleegd. Hoe vaak hij heeft moeten schieten om te krijgen wat hij wil. Voor de collega’s is William gewoon de koerier met de vriendelijke glimlach.

William weet het zelf ook niet trouwens. „Ik heb nooit geteld”, zegt hij als hij de parkeergarage onder het kantoorgebouw uitrijdt. Buiten op straat, uit het zicht van zijn baas, wil hij laten zien hoe dat nou gaat, een carjack. „De eerste keer sta je te trillen op je benen. Dan ben je zo nerveus dat je de trekker overhaalt, voor je er erg in hebt.”

Het is de meest besproken misdaad in Zuid-Afrika. Het afgelopen jaar raakten bijna dertienduizend Zuid-Afrikanen hun auto kwijt aan dieven die met getrokken pistool hun buit opeisen. Het is het misdrijf waar Zuid-Afrikanen aan denken als het stoplicht op rood springt. Deuren op slot, ramen dicht, ook al is het buiten nog zo warm. Ze denken eraan als ze moeten wachten terwijl de elektrische poort voor hun omheinde huis langzaam openschuift. Ze denken eraan terwijl ze naar hun auto lopen in de parkeergarage.

William denkt er zo weinig mogelijk aan, zegt hij. Aan de keer dat hij oude man in zijn benen schoot omdat de automobilist naar zijn linkerheup greep. „Ik dacht dat hij naar zijn pistool zocht, dus ik schoot. Maar het kan ook zijn dat hij alleen maar zijn veiligheidsriem probeerde los te maken. Ik weet het niet en wil het ook niet weten. Je moet je aan de positieve dingen van het leven denken.”

De meisjes bijvoorbeeld. Ze waren de reden waarom hij er aan begon. De gangsters in de township, hun mooie kleren, hun dure schoenen en hun meisjes. „Die gasten hebben ieder weekend een andere vriendin. Ze rijden in dure auto’s, hebben de nieuwste mobiele telefoons. Ze krijgen respect. Dat wil ik ook.”

William is een pro. Dat benadrukt hij graag. Hij carjackt niet voor de lol, maar in opdracht. Dan belt een autodealer hem met het verzoek voor een BMW 3-serie, blauw metallic. Of een syndicaat aan de andere kant van de grens, meestal in Mozambique, vraagt om een Jeep, een Landrover of een ander vierwiel aangedreven voertuig. Als hij zich aan de opdracht houdt, verdient William 300 tot 800 euro.

Een politieauto zet de sirenes aan. De agent achter het stuur maakt een stopgebaar. William draait het raampje open en begint over het mooie weer. De agent mompelt „nou vooruit, rij maar door”, en William legt uit waarom hij niet verblikt of verbloost op zo’n moment. „Ik heb niet eens een rijbewijs. Ik ben al talloze malen gearresteerd na een overval, maar ik heb nog nooit een nacht in de cel doorgebracht. Ook agenten zijn mensen weet je, en ik heb altijd een fooi voor ze klaar liggen. Omkoping vormt deel van mijn begroting.”

Daders en slachtoffers van de criminaliteit in Zuid-Afrika vinden elkaar in de minachting voor de wet en zijn hoeders.

Op een dinsdagmiddag wordt op het racecircuit van Kyalami, ten noorden van Johannesburg, een cursus anti-hijacking gegeven door BMW, een van de meest gestolen auto’s in Zuid-Afrika. Instructeur Deon Ruppert zegt het heel duidelijk tegen het twintigtal cursisten. „Stop niet voor wegversperringen van de politie. Het kunnen autodieven zijn. Een collega werd twee weken nog beroofd nadat agenten hem tot staan hadden gebracht. Pas toen hij naast de auto stond, zag hij dat ze gympies droegen.”

Het is de week waarin het hoofd van de landelijke politie, Jackie Selebi, is beschuldigd van nauwe banden met de maffia. Het is de maand waarin een onderzoekscommissie in een vuistdik rapport beschrijft hoe cipiers wapens en loverboys leveren aan gevangenen. „U staat er alleen voor in dit land! U kunt zich niet veroorloven u veilig te voelen”, zegt instructeur Ruppert.

Wees altijd voorbereid op het ergste, is hier het advies. Ram je auto tegen de wagen die voor je staat, als je in de file dreigt te worden beroofd. Daar schrikken autodieven van. Heb altijd je sleutels in de hand als je naar je auto loopt. Dan zit je er niet alleen sneller in, maar met zo’n sleutel zou je ook een oog kunnen uitsteken als het nodig is.

„Zet altijd je auto in de achteruit als je staat te wachten voor de elektrische poort thuis weer dichtgaat. Dan kun je aankomende autodieven altijd nog tegen de muur walsen. Squash first, ask questions later.”

Stop ’s avonds niet voor het rode licht. En stop nooit als er iemand gewond op straat ligt. „Het zal niet de eerste keer zijn dat de overvallers in de bosjes wachten op stumper die een mensenleven denkt te redden.” De misdaadcijfers zijn de afgelopen tien jaar gestaag gedaald in Zuid-Afrika. In Johannesburg en de omringende Gauteng-provincie daalde de criminaliteit de afgelopen twee jaar zelfs met 35 procent.

Maar de angst stijgt explosief. Zuid-Afrikanen trekken zich terug in ‘veiligheidscomplexen’, met muren van acht meter hoog, waar niemand nog in komt zonder een afspraak. Ze rusten hun auto’s niet alleen uit met startonderbrekers, maar ook met satellietzendertjes en gewapend glas.

„Dat maakt allemaal geen verschil”, lacht William. „Als ik die auto wil, dan neem ik hem.” Hij is er mee gestopt, de overvallen, het snelle leven. Hij zegt nu alleen nog ‘ja’ op opdrachten die echt veel geld opleveren. Te veel vrienden hebben het niet overleefd. Doodgeschoten bij een overval, of overleden aan de gevolgen van aids. „De meisjes, weet je.”