‘Soms moet je streng zijn’

Als minister maakte Rita Verdonk glashelder wat zij verwacht van migranten.

Met de verkiezingen nabij doet ze dat nog feller.

Minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) haalde afgelopen week bijna dagelijks het nieuws.

Bent u opeens naar voren geschoven omdat lijsttrekker Mark Rutte te weinig zichtbaar was?

„Hij doet het op zijn manier, ik op mijn manier. Ik heb alle ruimte om eigen punten te maken.”

De VVD zakt in de peilingen, doet Rutte het wel goed genoeg?

„De verkiezingsstrijd is een titanenstrijd tussen de PvdA en het CDA. Daar gaat alle aandacht naar toe. Wij zullen blijven uitleggen waar we voor staan en wat we hebben bereikt. Mensen hebben het idee gekregen dat ze voor bepaalde zaken niet meer bij ons terecht kunnen, maar op klein rechts moeten stemmen. Maar een stem op klein rechts betekent Wouter Bos in het torentje.”

Wat voor zaken zijn dat?

„Dat iedereen die in Nederland wil wonen, naast rechten ook plichten heeft.”

Dat is wel duidelijk geworden met u als minister.

„Ja, maar de gedoogcultuur van de afgelopen twintig jaar is zo diep ingesleten, dat ik het moet blijven zeggen.” Medelijdend: ‘Ach, wilt u geen Nederlands leren, nou dan hoeft dat niet hoor.’ Daar wilde ik mee afrekenen.”

Stel dat de VVD straks verliest, heeft dat consequenties voor Rutte?

„Twintig zetels in de peilingen was een absoluut dieptepunt, nu gaat de VVD weer stijgen. We gaan gewoon winnen. Klaar.”

Uit een peiling blijkt dat de VVD met u als lijstrekker drie zetels hoger zou staan in de peilingen.

„Er zijn blijkbaar mensen die menen dat ik het beter zou doen.”

De nieuwe slogan van de VVD is: het echte karwei begint nu pas. Wat moet er op het gebied van integratie nog gebeuren, volgens u?

„Achterstandswijken moeten aangepakt worden, zodat verschillende bevolkingsgroepen mengen. Iedereen moet Nederlands leren, zodat we elkaar kunnen verstaan. Dat is de basis voor respect. Ik wil geen wijken waar mensen wonen die geen Nederlands spreken, waar niemand ’s morgens naar zijn werk gaat. Dat is geen goed voorbeeld voor kinderen.”

U was verantwoordelijk de afgelopen drieënhalf jaar.

„Ja, maar ik kan de twintig, dertig jaar waarin het normaal was dat je als nieuweling geen Nederlands leerde, en waarin je als buitenlanders bij elkaar mocht klitten en niet hoefde te integreren, niet goed maken in drieënhalf jaar.”

Verdonk probeerde de afgelopen jaren een inburgeringswet in te voeren, waarbij niet alleen nieuwe migranten direct na aankomst Nederlands moeten leren, maar ook de 250.000 Nederlanders die hier vaak al jaren wonen maar de taal onvoldoende spreken. Dat laatste bleek juridisch onmogelijk.

Dat had toch een van uw wapenfeiten moeten worden?

„Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren.” Ze lacht luid. „Ik had graag ook genaturaliseerde Nederlanders verplicht Nederlands laten leren. Veel van die vrouwen gaan nu zelf naar de cursus omdat ze het zat zijn altijd een dochter mee te nemen naar de dokter. Omdat ze hun kleinkinderen die geen Turks of Berber spreken niet meer kunnen verstaan.”

In de drieënhalf jaar dat u minister was, voerde u veelbesproken beleid. Waar bent u het meest trots op?

„We hebben de immigratie onder controle en dát móet zó blíjven. Toen ik begon, kwamen er ongeveer veertigduizend mensen per jaar naar Nederland vanwege gezinshereniging. Of als bruid voor een Marokkaanse of Turkse jongen. Bepaalde achterstandswijken groeiden wekelijks met honderden nieuwe bewoners. Honderden mensen die niet voorbereid waren op de Nederlandse samenleving. En die mensen kregen kinderen. Wéér een generatie die opgroeit in twee werelden. Het aantal gezinsherenigers en gezinsvormers is de afgelopen twee jaar met 65 procent gedaald. De regels zijn strenger; mensen moeten in het buitenland al een inburgeringsexamen afleggen, beide partners moeten 21 jaar oud zijn en het gezinsinkomen 120 procent van het minimumloon. Nu komen er nog maar vijftig mensen per week. Een stuk beter te behappen. We moeten daar alert op blijven.”

Ook het aantal asielaanvragen nam af, bent u daar trots op?

„Zeker. Echte vluchtelingen, die gevaar lopen in eigen land, zijn welkom. Dat zijn maar 10 tot 20 procent van de asielverzoeken. De meeste asielzoekers komen omdat dit een rijk land is. Om hen tegen te houden, moet je laten weten dat je in Nederland recht hebt op een zorgvuldige asielprocedure. Maar als je weg moet, moet je weg. En niet: Als je weg moet, mag je toch blijven.”

De afname komt door uw duidelijkheid?

„Zeker. In 2001 waren er nog 85.000 asielzoekers in de opvang, dat zijn er nu geen 25.000 meer. Achter de meeste asielzoekers gaan mensensmokkelaars schuil die van te voren inschatten waar de meeste kans op een verblijfsvergunning is. Als je duidelijk bent, ook over terugkeer, proberen ze het liever elders.”

De roep om een generaal pardon voor de groep van 26.000 asielzoekers die vóór 2001 binnenkwam, wordt luider.

„Het is een lege huls. Echt.” Ze zucht. „Ik wil de cijfers nog wel even noemen. 9.500 hebben een verblijfsvergunning gekregen, 4.500 mensen zijn terug naar het land van herkomst. 7.650 mensen zijn met onbekende bestemming vertrokken...”

De illegaliteit in.

„Hoe kom je daarbij? Misschien zijn ze wel naar Amerika. Of toch terug naar hun eigen land, maar hebben ze dat niet aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst laten weten. Ik heb net een onderzoek binnen van gerenommeerde hoogleraren dat het aantal illegalen in Nederland afneemt van maximaal 225.000 in de jaren tot 2003 tot maximaal 185.000 nu.”

Toch nog enorme aantallen.

„Ja, voor veel mensen lijkt Nederland nu eenmaal luilekkerland.”

Neem de moeder van Hui, het jongetje van acht dat hier is geboren en naar school gaat. Zijn moeder moet nu terug naar China en hij moet mee. Vindt u dat wenselijk?

„Ja. Als een kind een reden is voor een verblijfsvergunning, weet je wat je dan krijgt? Dan krijg je vliegtuigen vol zwangere vrouwen richting Nederland. Die krijgen hier hun kind en dan komt de rest van de familie. Een kind is geen ticket tot verblijf. Vorige week sprak ik met kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers, een meisje zat in de derde klas van het vwo. ‘Ik mag toch wel blijven?’, vroeg ze. Ik zei: ‘Als ik jou laat blijven, wat doe ik dan met je broertjes en zusjes? Als ik die ook laat blijven, denkt iedereen: ‘Als je in Nederland je kinderen op school doet, mag je blijven.’”

Onder de nieuwe vreemdelingenwet kan dat ook niet meer, maar de mensen die hier al jaren wonen, kinderen hebben, geworteld zijn...

„Dat valt niet uit te leggen. Als een Chinees gezin dat hier al tien jaar is opeens een verblijfsvergunning krijgt, dan denkt de familie in China niet: ‘Oh, die vielen nog onder de oude wet.’ Die denken, ‘We gaan onze spulletjes pakken’.”

Vindt u het begrijpelijk dat mensen proberen elders een beter leven te krijgen?

„Ik heb nooit gezegd dat ik er geen begrip voor heb.”

Wat zou u doen als u in armoede zou leven?

„Als-dan vragen beantwoord ik niet. Ik leef hier in Nederland, ik ben hier gelukkig. Ik ga niet emigreren.”

Kunt u zich het voorstellen?

„Natuurlijk, daarom moeten we ook streng zijn. Ik heb afgelopen drieënhalf jaar een restrictief toelatingsbeleid gevoerd. En ik zal er alles aan doen om te zorgen dat dat de volgende kabinetsperiode ook zo zal zijn. Als de VVD in de regering zit, komt er geen generaal pardon.”

Waarom wil u naar Onderwijs of Gezondheidszorg als u in een volgend kabinet weer minister zou worden? U bent trots en er is nog veel te doen.

„Ik vind dat Vreemdelingenbeleid naar een Ministerie van Veiligheid zou moeten gaan, en Integratie naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Integratie heeft alles te maken met werk. Werken is meedoen. Vreemdelingenbeleid gaat over toelating en terugkeer, over wie in Nederland is.”

Heeft u behalve de immigratie beperkt, ook de integratie bevorderd?

„Ik ben nu drie jaar bezig met het handhaven van wetten en dat neemt niet iedereen me in dank af. Ik doe het omdat ik geloof in kansen, in mogelijkheden. Het is net als in de opvoeding, soms moet je streng zijn, maar je doet het uit zorg.”

Rita Verdonk houdt een eigen weblog bij: www.stemrita.nl of 80234 naar 7585