Slechts één talent en de sprintcoach is al dik tevreden

Bondscoach Wigert Thunnissen testte zaterdag op Papendal het beschikbare Nederlands sprinttalent. „Zo’n zwaantje maakt mijn dag goed.”

Henk Stouwdam

Wigert Thunnissen heeft al tientallen meisjes en jongens een serie sprongen laten doen als er op de testdag voor sprinters plotseling een tenger meisjes met dunne beentjes die ‘stuiter’ laat zien waar de atletiekbondscoach van de Nederlandse sprinters naar op zoek is.

„Eén zwaantje en mijn dag is goed”, zegt hij met een vette glimlach. „En dit was er één. Jááh, die neem ik zeker op in de nationale selectie. Eigenlijk hoef ik verder niets meer van haar te zien, want zij heeft wat goede sprinters van nature moeten hebben: een stuiterpas, pats, pats, dat korte contact met de grond.”

Het meisje dat de bondscoach in vervoering brengt, blijkt Naomi Klomp te heten en het jongere zusje – morgen wordt ze dertien – te zijn van Tamara Klomp, een zeventienjarig talent uit de nationale juniorenselectie. „Maar dat zusje is echt beter, dat zie ik nu al”, zegt Thunnissen.

Voor de bondscoach is met de ontdekking van Klomp de testdag van het Nederlands sprinttalent al geslaagd. Zij is een van de jonge sprinters die Thunnissen nog niet kende van de nationale selecties, en voor wie de jaarlijkse testdag vooral bestemd is. Alle selectieleden zijn zaterdag ook aanwezig op het nationale sportcentrum Papendal in Arnhem om hun vorderingen te demonstreren.

Drie jaar geleden introduceerde de bondscoach de testdag, om het potentieel op te sporen. En kennis te maken met de clubtrainers, en informatie met hen uit te wisselen. Zodat hij onder meer zicht houdt op de clubtrainingen.

Voor de testdag op Papendal hebben zich zo’n vijftig sprinters, variërend in de leeftijd van twaalf tot negentien, gemeld. Zij werken een dag lang vier proeven af, waarvan er drie wat over andere kwaliteiten dan het zogeheten ‘intrinsieke sprintvermogen’ zeggen. Met de sprongtesten is Thunnissen op zoek naar die ‘stuiter’, en krijgt hij een beeld van de explosiviteit en reactiviteit.

De coördinatieoefeningen, die worden afgenomen door voormalig Nederlandse sprintkampioene Joan van den Akker, zijn bedoeld om de stabiliteit te testen, en zeggen wat over de fysieke gesteldheid van een atleet. Uit één testje – een minuut lang met de ogen dicht en de armen gestrekt op een plek marcheerbewegingen maken – kan worden afgeleid of iemand ‘asymmetrisch’ gebouwd is. „Met een verschil in been- of spierlengte heb je een verhoogd risico op blessures”, weet Thunnissen uit ervaring.

Aandacht krijgt verder de looptechniek en, vanzelfsprekend, het sprintvermogen. Bij een sprint over dertig meter – met zowel staande als vliegende start – meet Thunnissen de topsnelheid en het acceleratievermogen. Daarvoor heeft hij gloednieuwe meetapparatuur tot zijn beschikking, maar tot zijn ergernis blijkt een van de meetoogjes kapot en kan de tijd van de jongeren niet zichtbaar worden gemaakt. „Jammer, want het is de kick om direct te zien hoe snel je hebt gelopen”, moppert de bondscoach.

Hoewel Nederland geen sprintnatie is, geeft Thunnissen hoog op over het beschikbare talent. „De A-meisjes zijn in de breedte goed, en bij de jongens steekt er een viertal bovenuit. Bijvoorbeeld Giovanni Codrington uit Groningen, die al meegedaan aan de EJOF (Europees Jeugd Olympisch Festival, red.) en recentelijk aan de WK voor junioren in Peking. Of Joren Tromp van Hera uit Heerhugowaard, een jongen die ik op de testdag heb ontdekt en al deel uitmaakte van de estafetteploeg die goud won op de EJOF. De basis in Nederland is goed, maar voor het grote succes ben je vooral afhankelijk van een nieuwe Nelli Cooman. Ja, ik ben ervan overtuigd dat er ooit een Nederlandse sprinter op een groot kampioenschap in de finale van de 100 meter zal staan.”

Als het aan Tamara Klomp uit Rhoon ligt, is die eer voor haar weggelegd. „Want haar drijfveer zijn de Olympisch Spelen”, vertelt haar vader André Klomp, die veel van tijd kwijt is aan het vervoeren en begeleiden van zijn twee sprintende dochters. En wat beweegt de door Thunnissen geroemde Naomi? Vader Klomp: „Die wil alleen maar beroemd worden.”

De zusjes Klomp staan symbool voor de offers die talentvolle sprinters moeten brengen. Tamara traint vijf à zes keer per week bij haar club Rotterdam Atletiek, Naomi drie keer bij Energie in Barendrecht. Daarnaast volgt de jongste elke zondagochtend bij Rotterdam Atletiek trainingen hordelopen van Marjan Olyslager, die met 12,77 seconden al zeventien jaar Nederlands recordhoudster is op de 100 meter horden.

Bewonderenswaardige inspanningen, maar aan die trainingsarbeid hangt wel een prijskaartje. „Er wordt vaak beweerd dat atletiek een goedkope sport is”, zegt Klomp senior. „Als je het afmeet aan de contributie van clubs is dat zo. Maar ze hebben twee keer per jaar nieuwe spikes en nieuwe loopschoenen nodig, evenals de nodige sportkleding. En wat denk je van het vele reizen? Mijn jongste zoon voetbalt en speelt zijn wedstrijden in de omgeving van Rhoon, maar met die meiden reis ik het hele land door.”