Op Tahiti zeggen ze pupa

‘Fauteuil’ komt van het Oudnederlandse ‘vouwstoel’. Op Tahiti zeggen ze pupa (‘poepen’) voor ‘copuleren’, omdat de ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen het (Vlaams-)Nederlandse woord daar in de 18de eeuw introduceerde. Deze weetjes zijn opgeschreven door Nicoline van der Sijs, die vorige week de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Geesteswetenschappen kreeg. Ze zette deze prijs luister bij met Calendarium van de Nederlandse taal. (Sdu, € 25,95). ‘Wie het boek in één keer uitleest (wat zonde zou zijn) heeft een mooi beeld van het bouwwerk van onze taal, van de woorden Belgae (afgeleid van een Keltisch woord dat ‘zwellen van trots’ betekent) en Batavi (van het Germaanse woord bata, beter) tot het onlangs geïntroduceerde ‘nederhorror’. Ertussenin zien we de invloeden van talen als Latijn, Engels, Duits, Frans, Jiddisch, Maleis en Amerikaans. Wat niet wegneemt dat Nederland ook taal exporteerde. De aardigste lemma’s zijn die waarin Van der Sijs vertelt hoe het handels-Vlaams meeging met Willem de Veroveraar naar Engeland, of hoe woorden als ‘wetering’ en ‘spade’ door 12de-eeuwse Duitsers werden overgenomen van Hollandse watermanagers’, aldus Pieter Steinz.