Gifpil wellicht nuttig

Het lijkt erop dat Arcelor Mittal met Dofasco blijft ziten. Maar dat is een last van 5 miljard euro die het gigantische staalconcern waarschijnlijk graag zal dragen. Dit is immers een makkelijke oplossing voor een ingewikkeld juridisch probleem.

Dofasco was een pion in de verhitte overnamestrijd tussen Mittal Steel en Arcelor. De Canadese staalproducent werd in januari 2006 door Arcelor verworven, na een biedingsstrijd met ThyssenKrupp. Toen Mittal een paar weken later zijn bod op Arcelor uitbracht, omvatte dat de belofte om Dofasco aan ThyssenKrupp te verkopen. Die belofte zorgde ervoor dat de Amerikaanse mededingingsautoriteiten geen bezwaar maakten tegen de overname.

Maar toen stelde Arcelor Dofasco onder beheer van een Nederlandse stichting. Het zogenaamd onafhankelijke bestuur van die stichting – een in overnames gespecialiseerde jurist, een voormalig lid van de raad van bestuur van Arcelor en de algemeen raadsman van Arcelor – zouden het laatste woord hebben met betrekking tot een eventuele verkoop. Deze stap werd alom beschouwd als een variant op de befaamde ‘gifpil’, een constructie die vijandige overnames bemoeilijkt.

Als dat laatste inderdaad de bedoeling was, heeft die pil niet geholpen. Mittal heeft namelijk snel een deal gesloten met het Amerikaanse ministerie van Justitie om indien nodig een Dofasco-equivalent te verkopen, waarbij het ministerie zou bepalen wat als equivalent zou gelden. En Mittal bleef maar pogen Arcelor in handen te krijgen, om uiteindelijk een fusie te bewerkstelligen. Beide besturen beloofden vervolgens de stichting te vragen Dofasco te laten gaan.

Nu heeft de stichting haar laatste woord gesproken: geen verkoop. Vanuit het perspectief van het ondernemingsbestuur is dit een vreemde beslissing. Waarom zou de stichting zichzelf niet opheffen, nu er geen Arcelor-belang meer is om te beschermen? En het besluit is hard voor ThyssenKrupp, omdat de overeengekomen prijs voor Dofasco nu aan de lage kant lijkt.

Maar Arcelor Mittal hoeft zich niet tekortgedaan te voelen. Niet alleen wordt het concern een gedwongen verkoop bespaard, Dofasco beschikt ook over een aantal van de beste staalfabrieken in Noord-Amerika – beter dan de twee die waarschijnlijk in plaats daarvan worden verkocht. De succesvolle Japanse autofabrikanten zijn grote klanten. Wie weet, het zou zomaar kunnen dat het nieuwe bestuur van Arcelor Mittal niet al te veel druk op de stichting heeft uitgeoefend.

Edward Hadas

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld