Gifklier slang lijkt op maag

De ratelslang heeft geen last van zijn eigen gif. Dat komt doordat de gifklier heel zuur is, ontdekten twee Amerikaanse biologen. De vleesverterende enzymen in het slangengif werken in dat zure milieu niet. In de gifklier is hetzelfde soort zuurproducerende cellen aangetroffen als in de maag.

Pas als de slang toeslaat en zijn gif via de twee giftanden in het vlees van het prooidier of belager injecteert, raken de enzymen geactiveerd. De enzymen verlaten dan het zure milieu in de gifklier (met een zeer lage pH) en komen terecht in het vlees van het slachtoffer, dat een bijna neutrale zuurgraad heeft.

Ratelslangbeten veroorzaken pijnlijke en zwerende wonden, mede door de inwerking van de afbrekende enzymen. Het gif verteert de prooi vast een beetje, zodat hij de slang niet zo zwaar op de maag ligt.

De biologen Stephen Mackessy en Louise Baxter van de University of Northern Colorado stelden vast dat de gifklieren van ratelslangen een opmerkelijke gelijkenis vertonen met de maag, het spijsverteringsorgaan waarin ook een lage zuurgraad heerst. Het zuur in de gifklier komt uit ‘pariëtale cellen’, die ook in de maagwand zitten. Ze produceren daar zoutzuur dat de basis voor het maagzuur vormt.

In het vakblad Zoologischer Anzeiger/ Journal of Comparative Zoology van 24 november laten de biologen zien dat de zuuruitscheidende cellen in de gifklierwand ervoor dat de zuurgraad van het opgeslagen gif een pH van 5,4 heeft.

Daardoor blijven de weefsel- en eiwitafbrekende enzymen inactief. De lage zuurgraad in de gifklier garandeert ook een jarenlange houdbaarheid van het gif.

Mackessy en Baxter vonden dat de gifklieren van de verwante Prairie-ratelslang , de Noordelijk Pacifische ratelslang en de Texaanse ratelslang vrijwel hetzelfde zijn gebouwd. Slangen hebben ook andere methoden hebben om zich te beschermen tegen hun eigen gif. Kleine eiwitjes in het gif remmen de verwoestende werking van enzymen zolang die in de gifklier zitten.