Conjunctuur is vriendelijk voor coalitie

Nu het economisch herstel doorzet, zal de kritiek van de oppositie op de coalitie zich moeten richten op de verdeling van de welvaart.

Raakt de vaart al weer uit de Nederlandse economie? 2006 was tot nu toe een jaar van spectaculair herstel, en ook voor volgend jaar staat volgens het kabinet een bovengemiddelde welvaartsgroei ingetekend. In de campagnes voor de parlementsverkiezingen van volgende week speelt de economie een belangrijke rol, en dan vooral de vraag in hoeverre het huidige kabinet zich daarvoor op de borst mag kloppen.

Vanmorgen berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de economische groei, in een eerste raming, over het derde kwartaal 2,6 procent bedroeg. Dat is wat minder dan de groei van 2,8 procent in het tweede kwartaal en 2,9 procent in het eerste kwartaal van dit jaar. De groei valt nog sterker terug als van kwartaal op kwartaal wordt gerekend: 0,6 procent groei in het derde kwartaal ten opzichte van 1,3 procent in het tweede.

Zowel op jaar- als op kwartaalbasis komt de terugval voor rekening van de consumptieve bestedingen van burgers en vooral van de overheid. Met de rest van de bedrijvigheid is weinig mis. Er is een lichte terugval in de uitvoer, maar de investeringen trekken nog steeds sterk aan. En dat laatste is van belang voor de werkgelegenheid, die dan ook met 84.000 banen toenam – een stijging van 1,1 procent.

De lichte vertraging lijkt vooralsnog dan ook incidenteel, en terug te voeren op een zwakke maand in de zomer: juli, toen het uitzonderlijk warm was. Aan de schatkist af te lezen gaat het intussen nog steeds buitengewoon goed: minister Zalm van Financiën maakte dit weekeinde melding van een meevaller van 1,7 miljard euro door hogere inkomsten uit de vennootschapsbelasting. In de resterende maanden van dit jaar kan dat bedrag nog hoger uitvallen.

Hoe wisselend de groei van kwartaal op kwartaal kan uitvallen, illustreert het groeicijfer van de andere eurolanden. Duitsland kwam vanmorgen met een groei van 0,6 procent, even hoog als Nederland, Frankrijk berichtte eerder al een nulgroei en Spanje maakte melding van een snelle groei van 0,9 procent. In Italië liep de publicatie van de groeicijfers vanmorgen een symbolische vertraging op: de statistici staakten.

Voor de hele eurozone becijferde het statistische bureau Eurostat vanmorgen een kwartaalgroei van 0,5 procent en een jaargroei van 2,6 procent over het derde kwartaal. Nederland zit dus in de middenmoot van een gevarieerde groep. De terugval lijkt op dit moment niet structureel. De binnenlandse vraag in Nederland, en de rest van de eurozone, blijft ondanks de lichte vertraging sterk. Dat vermindert de afhankelijkheid van exportgroei als aanjager van de economie, en draagt ertoe bij dat de conjunctuur een eigen dynamiek krijgt.

Toch blijft de open economie sterk afhankelijk van wat er in het buitenland gebeurt. Het Nederlandse bootje is het afgelopen jaar vooral opgetild door het internationale tij, al hebben diverse regeringsmaatregelen het drijfvermogen wel verbeterd. Dat maakt het lastig te onderscheiden wie zich op de borst mag kloppen voor het herstel. Kritiek kan zich vrijwel alleen richten op de verdeling van de groeiende voorspoed.

De publicatie van de nog steeds gunstige groeicijfers vanmorgen, ruim een week voor de verkiezingen, is goed voor de zittende coalitie. De oppositie zal vooral uitkijken naar aanstaande donderdag. Dan komen de statistici van het CBS met het jaarlijkse Armoedebericht waaruit moet blijken of ook de onderkant van de samenleving iets heeft gezien van de aantrekkende welvaartsgroei.