Blair tegen Syrië/Iran milder dan Bush

De Britse premier Tony Blair heeft gisteren Iran en Syrië aangespoord samen met westerse landen naar vrede in het Midden-Oosten te streven. Voorwaarde is wel dat Iran zijn nucleaire ambities laat varen en zijn steun staakt voor terroristische aanslagen in Irak. Anders dreigt het land in een isolement te raken, zo verklaarde Blair in een rede over buitenlands beleid in Londen.

De premier toonde zich meer tegemoetkomend tegenover Iran en Syrië dan de Amerikaanse president George W. Bush. Hij sprak zelfs van een mogelijk „partnerschap” en onderstreepte dat de vrees van Iraanse zijde voor een militaire ‘oplossing’ „geheel misplaatst” is. Bush daarentegen maakte gisteren in Washington duidelijk dat hij nog altijd zeer gereserveerd staat tegenover besprekingen met Iran.

Het was voor het eerst dat Blair in het openbaar over de toestand in het Midden-Oosten sprak sinds de nederlaag vorige week van de Bush’ Republikeinse partij. Een woordvoerder van Blair verklaarde na diens toespraak dat er geen sprake is van een Britse beleidswijziging tegenover Iran.

In zijn rede hamerde Blair op het belang van een „algeheel” beleid voor het Midden-Oosten. Een oplossing voor het Palestijns-Israëlische conflict vormt daarin een essentieel onderdeel. Maar ook voor Libanon en Irak zijn duurzame regelingen nodig. Blair hekelde in dit verband vooral de rol die Iran speelt. „Ze gebruiken drukpunten in de regio om ons tegen te werken. Zo helpen ze de meest extreme elementen van Hamas in Palestina, Hezbollah in de Libanon en shi’itische milities in Irak”. Deze drukpunten zouden volgens Blair „een voor een” weggenomen moeten worden.

Over Syrië was Blair minder kritisch. De Syrische ambassadeur in Londen liet gisteren weten dat zijn land bereid is tot besprekingen.