Baskisch ‘vredesproces’ steeds verder in het slop

De voorbereidingen van het ‘vredesoverleg’ tussen de Spaanse regering en de Bas-kische terreurgroep ETA dreigen te mislukken door oplaaiend geweld en oppo-sitionele tegenwerking.

Steven Adolf

De grens lijkt bereikt: twee jongens, van wie een net 17 jaar, probeerden vrijdag bij straatrellen in de Baskische stad Bilbao een agent in brand te steken na hem overgoten te hebben met benzine.

Premier José Luis Zapatero heeft nooit onduidelijkheid laten bestaan over voorwaarde nummer één voor gesprekken tussen regering en de ETA: alle geweld moet definitief verdwijnen. Gisteren zei de partijsecretaris van de regerende socialisten, José Blanco, dat „legitieme en gerechtvaardigde twijfel” bestaat over de voortgang van het ‘vredesproces’ in Baskenland.

Het ETA-geweld is terug. Het eerste teken gaven jeugdige aanhangers van de radicale nationalistische jeugdorganisatie. Net als vroeger worden ze weer de straat op gestuurd om met molotovcocktails woningen, bedrijven en partijkantoren van hun tegenstanders – iedereen buiten eigen kring – in brand te steken.

Eind juni deed de ETA er een schepje bovenop door in Frankrijk een fabriek van 350 vuurwapens te beroven. Omdat de ETA al een overvloed aan handwapens heeft, was dat vooral een symbolisch signaal dat de beweging nog steeds in staat is tot geweld.

Kon Zapatero toen nog proberen de schade voor het ‘vredesproces’ te beperken, na de poging een agent in brand te steken wordt dat moeilijker. Het overleg zit in een crisis nog voor het goed en wel is begonnen, wordt nu erkend.

De reden ligt besloten in de kern van het Baskische probleem. Anders dan in Noord-Ierland, waar vaak vergelijkingen mee worden gemaakt, is er slechts sprake van één partij die geweld als middel hanteert. Baskenland is een van de meest autonome gebieden, waar de nationalisten al meer dan 25 jaar de dienst uitmaken, maar er niet in slagen om een overtuigende meerderheid te krijgen voor hun ideeën over zelfstandigheid.

De huidige ETA staat naar verluidt onder leiding van de voortvluchtige ‘Josu Ternera’ een oudgediende hardliner – brein achter de bloedigste aanslagen – die niet bekend staat om zijn diepgaande politieke inzichten.

Maar zelfs Ternera beseft dat bij het definitief stopzetten van het geweld de rol van de radicale nationalisten uitgespeeld is zonder dat het doel – een Groot-Baskische natie die reikt tot over de Pyreneeën – een stap dichterbij is gekomen. De politieke concessies die dat zou vergen zijn van Madrid noch van Parijs te verwachten.

Zapatero probeert dit probleem te ontlopen door cryptisch taalgebruik, en door zich te richten op de voorwaarden voorrechtstreekse gesprekken. Zijn strategie is er op gericht ETA geleidelijk te smoren. Niet voor niets worden onderhandelingsexperts uit Noord-Ierland geraadpleegd: met de IRA lukte het tenslotte ook op deze manier.

ETA lijkt echter geen zin te hebben in zo’n moeras en wil resultaat. Nu direct. Daarbij wordt de vastgeroeste nationalistische doctrine nauwgezet gevolgd: de Spaanse staat is een illegale bezettingsmacht in Baskenland, de ETA is de legitieme verdediger van de Baskische natie. Het is oorlog en aan een wapenstilstand moeten beide partijen zich houden. En nu Spaanse politie en rechters gewoon doorgaan met het oppakken en veroordelen van ETA-aanhangers, komt daarvan niets terecht.

Intussen hakt de conservatieve Partido Popular vrijwel dagelijks op de regering in met kritiek die precies het omgekeerde beweert, namelijk dat de regering aanhoudend toezeggingen doet.

Oppositieleider Mariano Rajoy beschuldigde de premier de afgelopen maanden herhaaldelijk van „verraad aan de slachtoffers”. Er waren politieke concessies gedaan in ruil voor het neerleggen van de wapens, zo wist hij, zonder overigens ook maar een spoor van bewijs te leveren.

Rajoys beschuldiging maakte vorige week plaats voor de klacht dat de regering zich laat chanteren door de ETA. En gisteren beschuldigde hij de regering-Zapatero van een „antidemocratische” campagne tegen de rechterlijke macht, omdat deze met het berechten van ETA-aanhangers een blok aan het been zou vormen.

De conservatieve partij speelt met haar kritiek handig in op een breed gedeeld gevoel onder de Spanjaarden dat er geen enkele concessie aan de ETA gedaan moet worden. Zeker niet in politieke zin, maar ook niet door bijvoorbeeld vrijlatingen of strafvermindering voor ETA-leden die moorden op hun geweten hebben. Door dit aanhoudend te benadrukken, wordt de ruimte voor Zapatero, gevoegd bij het oplaaiend ETA-geweld, vrijwel dagelijks kleiner.