Anne Franks kastanje moet worden gekapt

De kastanjeboom die Anne Frank in haar dagboek over haar onderduikperiode tijdens de Tweede Wereldoorlog beschrijft, is zo ernstig aangetast door een houtparasiet dat herstel niet meer mogelijk is. De boom, die staat in de tuin aan de Keizersgracht in Amsterdam, heeft het bijna 170 jaar volgehouden. Maar binnenkort zal hij toch gekapt moeten worden.

Anne Frank schreef in haar dagboek een aantal keer over de kastanjeboom – een witte paardekastanje – die ze kon zien vanuit een dakraampje in het achterhuis op de Prinsengracht 263. Op 13 mei 1944 schreef ze bijvoorbeeld: „Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is vol met bladeren en veel mooier dan verleden jaar.”

In 1993 saneerde de gemeente de bodem van de grond waarin de boom staat, omdat de grond vervuild was met olie. Dit kostte ongeveer 160.000 euro.

De gemeente Amsterdam is niet de eigenaar van de boom, maar heeft sinds de bodemsanering wel de „zorgplicht” op zich genomen. De afgelopen jaren rotte de boom van binnen langzaam weg. Inmiddels is ruim 42 procent van de boom verrot. De oorzaak hiervan is een schimmel, een dikrandtonderzwam. Ook wordt de boom aangetast door de zogeheten honingzwam.

Volgens het stadsdeel Centrum is in overleg met de particuliere eigenaar en de Anne Frank Stichting geconcludeerd dat verwijderen de enige optie is. Als de boom gekapt is, zal op dezelfde plaats een stekje worden geplant. In de afgelopen jaren zijn daarvoor al enkele tientallen nakomelingen van de Anne Frankboom verrezen. Ze zijn gegroeid uit geplante kastanjes van de beroemde boom achter het achterhuis.