Amerikaanse tv dicteert de zwemtijden

Het IOC houdt de olympische zwemfinales in Peking in de ochtend. Daarmee is het gezwicht voor de televisiezender NBC.

De olympische prestaties worden daarmee opgeofferd aan het geld, meent Jacco Verhaeren.

Ruim een maand eerder dan toegezegd besloot het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dat de zwemfinales bij de Olympische Spelen in Peking (2008) niet in de late middag of vroege avond, zoals al jaren gebruikelijk is, maar in de ochtend gezwommen zullen worden. Omdat de Amerikaanse tv-zender én geldschieter NBC zijn publiek op prime time wenst te bedienen.

Het IOC wist dat de zwemmers, coaches en bonden argumenten aan het verzamelen waren in een poging dit besluit tegen te houden. Maar tot een gedegen kennisname en het meewegen van deze argumenten is het nooit gekomen. Het IOC vervroegde zijn beslissing gewoon.

Als een donderslag bij heldere hemel kwam het besluit van het IOC overigens niet, maar iedereen met kennis van zaken over het olympische zwemprogramma had verwacht dat het IOC met goede argumenten wel op andere gedachten gebracht had kunnen worden. Was dat naïef? Misschien, maar iedereen die geloofde in integriteit, ethiek en vooral in ‘common sense’ van de olympische beweging, dacht dat het zo’n vaart niet zou lopen na een verzoek van een tv-zender.

Helaas, het IOC heeft gesproken. Na een protest van de EBU (European Broadcasting Union), die nu ook niets anders rest dan ’s nachts verslag te doen van de zwemfinales, heeft het IOC nog eens bevestigd dat het oordeel onherroepelijk is. „Een besluit dat in overleg met atleten, bonden en de zendgemachtigde is genomen, draaien wij niet meer terug.”

Maar hier wringt de schoen. Welk overleg? Met welke atleten? Het IOC overlegt in dergelijke gevallen met de betreffende wereldbond, in dit geval de FINA. Beide instanties beschikken over een atletencommissie, die geacht wordt met verstand van zaken deze voorstellen te bestuderen en waar nodig te pareren. Van hen hebben we helaas niets gehoord: geen standpunten, geen argumenten. De achterban die zij vertegenwoordigen, is niet geraadpleegd. Het FINA-bestuur zelf liet weten altijd voor avondfinales te zijn geweest, maar het besluit van het IOC te respecteren. Veel laffer kan een stelling niet worden verdedigd.

Het enige IOC-atletencommissielid dat wel van zich deed spreken, is de voormalig polsstokhoogspringer, tevens meervoudig wereldrecordhouder en olympisch kampioen, Sergei Boebka. Hij beweerde ook wel eens „rond het middaguur een wereldrecord te hebben gesprongen”.

Dat zal best en het verdient alle respect. Maar een zwemtoernooi duurt in deze opzet negen dagen en heeft voor vrijwel alle nummers series, halve finales en finales verdeeld over drie dagdelen. Daarnaast komen veel topzwemmers vaak uit op meer dan één nummer. Voor hen is het zwemmen van twee of drie estafettes en drie individuele nummers geen uitzondering. Dat zijn in negen dagen toch al gauw twaalf starts.

Het Amerikaanse ‘wonderkind’ Michael Phelps, naar wie de NBC-interesse met name uitgaat, presteert het zelfs om zo’n vijf of zes individuele nummers te zwemmen. Dat is toch wat anders dan in een paar pogingen – hoe knap ook – over zes meter te springen. Bovendien zitten ‘rond het middaguur’ de finales er al weer op. Boebka’s vergelijking gaat dus niet op.

IOC-lid Hein Verbruggen gaf aan dat het belangrijk was dat er sowieso onder gelijke omstandigheden wordt gezwommen en dat niemand bevoordeeld wordt. Dit kan nauwelijks als een argument beschouwd worden. Bij zwemwedstrijden is altijd sprake van gelijke omstandigheden, een andere opzet bestaat niet.

Verbruggen wist te melden dat ochtendfinales niet nieuw zijn: ook bij de Spelen van Seoul (1988) werden in de ochtend finales gezwommen. Maar dit is slechts gedeeltelijk waar. Slechts negen (van de 32) finales werden destijds vanaf twaalf uur ’s middags gezwommen, op serieloze dagen. Er werden negen wereldrecords verbeterd, stuk voor stuk na 13.00 uur en vijf van de negen ‘gewoon’ in de avond.

Verder kent Brazilië het fenomeen van ochtendfinales. Ook daar gebeurt dat vooral uit commercieel oogpunt (zendtijd). Een wereldbekerwedstrijd, WK kortebaan of de WK voor junioren vormen echter geen maatstaf voor een geheel nieuwe olympische opzet.

In feite blijft maar één IOC-argument overeind: geld, veel geld. Tussen de 2 en 3 miljard dollar naar verluidt. Daar is weinig tegenin te brengen. Maar dit argument gebruikt het IOC niet.

Wat moet er op 8 augustus 2008 tijdens de openingsceremonie gezegd worden, behalve de gebruikelijke morele en ethische verzoeken aan de sporters: „We hebben een goede deal gesloten, maar moesten daarvoor wel wat sportieve belangen opzijzetten”?

Wat is het probleem van het verschuiven van finales? Dat zwemmers vroeg moeten opstaan? Nee, al zou het ’s nachts moeten. Dat er ’s ochtends minder hard gezwommen wordt, wat onomstotelijk wetenschappelijk onderbouwd kan worden? Gedeeltelijk. Het gaat bij de Olympische Spelen immers om de titels. Maar snellere finales dan gewone series, en records in de finales geven een toernooi wel meer glans. Een finale in de avond geeft ook meer beleving bij de deelnemers én bij de toeschouwers.

De problemen die met deze beslissing gepaard gaan, zijn veel verstrekkender dan vooraf bedacht door het IOC. Het programma wordt simpelweg te zwaar. Juist voor de topzwemmers met kansen op meer disciplines. De dagen worden met vier tot vijf uur verlengd om ‘klaar’ te zijn voor de finales. Na de dopingcontroles, de ceremonies en de persconferenties wachten ’s avonds alweer de series.

Dat vormt natuurlijk een anticlimax. Over een aanpassing van het programma is überhaupt niet nagedacht. Halve finales eruit om toch wat meer rust te geven? Nee, het programma is gewoon omgedraaid en daarmee af. Volgens Hein Verbruggen is dit best mogelijk: „De sporters weten het op tijd en kunnen zich er nog goed op voorbereiden.” Tijdens de trainingen? Zeker. We kunnen met enige creativiteit ervoor zorgen dat mensen ’s ochtends in staat zijn een topprestatie te leveren. Zij het minder dan in de middag, maar dat is voor iedereen gelijk.

Maar we zouden het als sporters en coaches ook eens graag in wedstrijdverband testen. En wel in dezelfde opzet op hoog niveau. Maar dat gaat niet lukken. De FINA, die de gang van zaken „respecteert”, gaat de eigen WK niet „omvormen”. De Europese zwembond (LEN) verandert de EK in het olympisch jaar vooralsnog ook niet. In beide gevallen gaat het ook om geld en uitzendrechten.

Het is een gemiste kans voor de zwemmers en de bonden. Het gevolg is nu dat het ochtend-format alleen op de Olympische Spelen wordt toegepast. Verder nergens. Dat kan niet in serieuze topsport.

Uiteraard zijn er partijen die menen dat we ons maar beter kunnen schikken. En we moeten ons er gewoon goed op voorbereiden. Dat zullen we zeker doen als het zo ver is. Maar nu verweren we ons. We hopen nog steeds op herroeping van het IOC-besluit. En dat doen we vooral om het systeem te verbeteren. Oppositie is belangrijk om tot betere beslissingen te komen, ook in de sport.

De vraag blijft: waar gaat dit heen? Blijkbaar kan er ten behoeve van de betalende partij van alles bepaald worden zonder aan de belangen voor sport en topsporter te denken. Het zwemmen is hier slechts een voorbeeld van.

Sport kan niet zonder commercie, dat weet iedere topsporter en coach. Iedere topsporter weet ook dat er balans tussen sport en commercie moet zijn – niet elke schnabbel of reclamespot kan uitgevoerd worden. Trainen en presteren staan centraal. Dat is een precaire zaak. Vaak gaat dit goed, soms ook niet. Sporters raken weleens vermalen tussen sport en commercie. Bonden en overkoepelende organen moeten hierin juist het goede voorbeeld geven.

In elk geval hebben het IOC en de FINA bij deze beslissing met te weinig kennis van zaken gehandeld, ze hebben te weinig oog voor de sportieve en commerciële gevolgen elders gehad, en ze hebben met een te grote hang naar de eigen commerciële belangen hun ziel verkocht. De atletencommissies zijn niet sterk genoeg gebleken. Zij werden door de partijen meer gebruikt als een ‘alibicommissie’ dan als een serieuze sparringpartner in dergelijke kwesties.

Het is niet meer van deze tijd om deze gewichtige belangen door een bond of IOC opgericht clubje te laten verdedigen. Onafhankelijkheid en verstand van zaken zijn een vereiste. De sport, de betrokken bonden en het IOC moet zichzelf beschermen door niet alles autonoom te willen regelen. Alleen een onafhankelijk erkend orgaan met vertegenwoordigers (coaches en atleten) uit de sport zelf, die niet alleen in contact staan met hun collega’s, maar ook met medici, wetenschappers en juristen, kunnen de sport met goede argumenten beschermen tegen uitwassen. Alleen dan kunnen zuivere beslissingen worden genomen. Sport en commercie kunnen elkaar versterken, miljoenen sporters bewijzen dat elke dag. Nu de bonden en het IOC nog.

Jacco Verhaeren is technisch directeur van de Nederlandse zwembond en coach van onder anderen drievoudig olympisch zwemkampioen Pieter van den Hoogenband.