Afgebrokkeld pensioen

Werknemers die vaak van baan wisselen slepen veel stukjes pensioen met zich mee. Hoe orde te scheppen in die chaos van pensioenaanspraken?

De tijden dat mensen bij dezelfde werkgever de start- en finishlijn passeerden, zijn voorbij. De moderne werknemer hopt, wisselt loondienst af met een bestaan als zelfstandige of gaat er soms even tussenuit.

Werknemers tussen 25 en 34 jaar hebben het minste zitvlees, 134.000 mensen in deze leeftijdscategorie veranderden vorig jaar van werkplek, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Rusteloosheid leidt tot een spoor van pensioenbreuken en gaten in het aantal opgebouwde pensioenjaren. Het is alles behalve vanzelfsprekend meer dat werknemers hun carrière op 65-jarige leeftijd afsluiten met een pensioenuitkering van 70 procent van hun laatstverdiende loon, wat nog steeds de meest gangbare norm is. „Zo’n 80 à 90 procent van de werknemers gaat dat niet halen”, aldus Eric Bot, fiscaal en juridisch beleidsmedewerker bij verzekeraar Zwitserleven.

Niet dat dat besef tot veel werknemers is doorgedrongen, meent Bot. Zo’n 85 procent van de Nederlanders heeft volgens hem geen idee hoe hun pensioen aan het eind van de rit gaat uitpakken. Het probleem begint vaak al bij de loononderhandelingen die de jobhopper regelmatig voert. Voor leaseauto’s of bonussen gaat het mes op tafel, maar wat er met het geld gebeurt dat naar de pensioenregeling gaat, gemiddeld eenvijfde van het brutosalaris, blijft vaak onbesproken.

Cor de Reus, adviseur van de Zwitserleven Advieslounge: „Vaak schrikken mensen als wij voorrekenen wat ze bij hun pensioen krijgen. Mensen hebben vaak brokjes pensioen en realiseren zich niet dat ze door jobhopping en versobering van pensioenregelingen meer verantwoordelijkheid zullen moeten nemen voor hun oudedagsvoorziening.”

Dat is niet eenvoudig. Zo lijkt het voor het overzicht logisch om opgebouwd pensioen van de oude naar de nieuwe baan mee te nemen. Dit kan via de zogeheten waardeoverdracht, waarbij de waarde van de oude regeling wordt overgeschreven naar de pensioenregeling bij de nieuwe werkgever. Het is niet altijd voordelig om dit te doen, zegt Bot.

Als het pensioen bij de oude werkgever is gebaseerd op een vast percentage van het laatstverdiende loon – de eindloonregeling – en die bij de nieuwe werkgever op een vast percentage van het gemiddelde loon, moet de werknemer zich twee keer bedenken. Die laatste regeling is minder geld waard.

Ook als er in een nieuwe pensioenregeling geen sprake is van inflatiecorrectie, maar in de oudere pensioenregeling wel, is de werknemer dief van zijn portemonnee als hij de waarde van zijn oude pensioenen laat overschrijven.

Behalve met pensioenbreuken worden werknemers geconfronteerd met gaten in het aantal pensioenjaren. De meeste regelingen gaan bij de hoogte van de uitkering uit van veertig dienstjaren. Wie laat is gaan werken, komt snel jaren tekort en zal het met een lagere pensioenuitkering moeten doen. Dat pensioengat is volledig aftrekbaar te repareren door binnen zeven jaar na het ontstaan ervan een lijfrente af te sluiten.

Hoeveel geld het maandelijks kost om het pensioengat op te vullen, hangt van de individuele wensen af. Zo maakt het veel uit of iemand op zijn 60ste of zijn 65ste wil stoppen met werken. Het eerste is erg duur. Als iemand op zijn 65ste recht heeft op een pensioen van 2.000 euro per maand maar vijf jaar eerder zou stoppen met werken, zou hij zonder aanvullende maatregelen 1.100 euro krijgen. Bovendien moeten eventuele hypotheek en ander vermogen worden meegewogen.

De beste verdedigingslinie voor een onbezorgde oude dag is zo vroeg mogelijk met pensioensparen te beginnen, meent Bot. „Het effect zit hem in de lange termijn: rente op rente.”