Zuid-Ossetië voor onafhankelijkheid

In de separatistische regio Zuid-Ossetië, dat onderdeel uitmaakt van Georgië, is gisteren een referendum gehouden over de onafhankelijkheid. Hoewel de uitslag nog niet bekend is, werd vandaag in de hoofdstad Tschinvali gezegd dat „bijna 99 procent” van de 55.000 kiezers zich voor die onafhankelijkheid heeft uitgesproken. Volgens exit polls stemde bij tegelijkertijd gehouden presidentsverkiezingen 98 procent op de zittende president, Edvard Kokoity.

Zuid-Ossetië vocht zich in de jaren negentig los van Georgië en riep de onafhankelijkheid uit – die overigens door niemand wordt erkend; het liefst zouden de Zuid-Osseten zich willen aansluiten bij Rusland. Er liggen Russische ‘vredestroepen’ en al jaren vinden langs de grens met Georgië schermutselingen plaats. Zaterdag beschuldigden de autoriteiten in de hoofdstad Tschinvali Georgië van een „complot” om president Kokoity te vermoorden. De Georgische geheime dienst zou een voormalige minister in Zuid-Ossetië 170.000 euro hebben betaald om het moordplan uit te voeren. Dat zou een aanbetaling zijn; in totaal zouden de Georgiërs 5,9 miljoen euro over hebben voor de moord.

Georgië van zijn kant ziet de hand van Moskou achter het referendum, net zoals het Rusland was dat in de vroege jaren negentig de Osseten in staat stelde zich van het gezag in Tbilisi te ontdoen. Tachtig procent van de inwoners van Zuid-Ossetië heeft de afgelopen jaren het Russische staatsburgerschap gekregen. De relaties tussen Moskou en Tbilisi zijn de afgelopen maanden uiterst gespannen. Het referendum zou een middel zijn nog meer druk op de Georgische regering uit te oefenen.

De Georgische president Michail Saakasjvili heeft sinds zijn aantreden het herstel van de Georgische soevereiniteit in de separatistische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië tot prioriteit verheven. Daarbij heeft hij het gebruik van geweld uitgesloten. Vrijdag nog stuurde hij minister van Defensie Irakli Okroeasjvili de laan uit. Deze had gezegd nieuwjaar in Tschinvali te willen vieren, hetgeen door sommigen is uitgelegd als een pleidooi voor militaire actie tegen Zuid-Ossetië. (AFP)