Weer is het crisis in Libanon om Hezbollah

In Libanon is een politieke crisis uitgebroken over de eis van Hezbollah dat het grotere zeggenschap in het kabinet krijgt. De shi’ieten willen verhinderen dat ze zich moeten ontwapenen.

Nog geen drie maanden na het einde van de oorlog tussen Hezbollah en Israël is Libanon opnieuw in crisis. En opnieuw met Hezbollah in de hoofdrol. De fundamentalistisch-shi’itische organisatie, pro-Syrisch en pro-Iraans, eist toetreding van bondgenoten tot het Libanese kabinet zodat zij de facto vetomacht krijgt, of anders verkiezingen.

De tijden zijn veranderd, vindt Hezbollah, sinds de oorlog tegen Israël van afgelopen zomer. Hezbollah claimt de overwinning op grond van het feit dat het niet is verslagen door het machtige Israëlische leger, en op basis daarvan moreel leiderschap in Libanon: tegen Israël en zijn Amerikaanse bondgenoot, en tegen de anti-Syrische meerderheid in parlement en kabinet. Die laatsten zijn in de Hezbollahterminologie marionetten van Israël en Amerika die uitverkoop willen houden van de Libanese belangen.

De anti-Syrische meerderheid, hoofdzakelijk steunend op de christelijke en sunnitische minderheden, verwerpt de shi’itische eis, tenminste op dit moment. Daarom trokken Hezbollah en de eveneens pro-Syrische, shi’itische beweging Amal gisteren hun vijf ministers uit het kabinet terug. Vanochtend trad ook een pro-Syrische christelijke minister af.

De 24 leden tellende regering van de sunnitische premier Fouad Siniora kan formeel nog doorregeren tot meer dan acht ministers opstappen. Maar Hezbollahleiders hebben nauwelijks verholen gedreigd met – vreedzame – straatprotesten om hun zin af te dwingen. Hezbollah heeft zich de afgelopen anderhalf jaar in staat getoond de shi’ieten, de grootste minderheid in Libanon, massaal de straat op te krijgen. Aangezien ook de anti-Syrische partijen hun aanhang massaal kunnen mobiliseren, zou de politieke crisis in laatste instantie naar de straat kunnen overslaan.

Onmiddellijke aanleiding tot de huidige crisis is volgens anti-Syrische politici het tribunaal om verdachten van de moord op de Libanese ex-premier Rafiq Hariri (februari 2005) te berechten. Vrijdag stuurde de VN-Veiligheidsraad Beiroet een voorstel voor de oprichting van zo’n „tribunaal met een internationaal karakter”, dat nu door de Libanese regering moet worden goedgekeurd. Uit de tussenrapporten van de VN-commissie die de moord onderzoekt is wel duidelijk dat leiders van de Libanese en Syrische inlichtingendiensten in de beklaagdenbank zullen komen. Syrië zou door middel van zijn Libanese bondgenoten de schade proberen te beperken.

Hezbollah ontkent dit (hoewel het vorig jaar ook al een crisis forceerde over de kwestie van het tribunaal). Maar veel belangrijker voor Hezbollah is de eis van de VN-Veiligheidsraad en anti-Syrische politici dat het zich ontwapent of anders wordt ontwapend. Israël slaagde er in de zomeroorlog niet in ontwapening af te dwingen, maar blijft hierop hameren, met steun van de VS. Vetomacht in het kabinet zou dit gevaar wegnemen.

De anti-Syrische meerderheid „is zwak en bang en heeft alle geloofwaardigheid in de straat verloren”, zei Hezbollahleider Hassan Nasrallah twee weken geleden. De herhaalde eisen van de VN-Veiligheidsraad tot ontwapening van Hezbollah „zijn in het belang van Israël en niet van Libanon”. Daarom, zei hij, moest een nieuwe regering worden gevormd om de huidige anti-Syrische meerderheid te verhinderen „te buigen voor de Amerikaans-Israëlische eis”. Hoe dan ook, zei hij, hebben de VS „geen toekomst” in de regio.