Vluchtelingen Irak aan lot overgelaten

Internationale organisaties slaan alarm over de opvang van Iraakse vluchtelingen.

De buurlanden zitten vol en de spaarpotten zijn leeg.

Opvang van een shi’itische vrouw in een vluchtelingenkamp ten noorden van Bagdad. Foto AFP An Iraqi army medical personnel checks the blood pressure of a Shiite Iraqi woman at a camp for displaced people, north of Baghdad, 07 October 2006. The number of Iraqis fleeing their homes to escape sectarian strife is rising dramatically, and has now reached almost 9,000 per week, the International Organization for Migration recently said. Spiralling violence between Iraqi's Shiite and Sunni Muslim communities since February has pushed the number of internal refugees in central and southern Iraq to around 190,000. AFP PHOTO/WISAM SAMI AFP

Sommige ziekenhuizen in Syrië hebben meer Iraakse dan Syrische patiënten. Scholen in Jordanië zitten zo vol dat zeker de helft van de kinderen van Iraakse vluchtelingen er niet meer op kan. Steeds meer Iraakse kinderen belanden in de prostitutie. Irakezen leven met tientallen tegelijk in één-kamerappartementen in Amman en Damascus.

„In Syrië en Jordanië zitten nu 1,6 miljoen Iraakse vluchtelingen”, zegt Andrew Harper, hoofd van het Irak-bureau van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Genève. „Alleen al in Syrië komen er elke maand 40.000 bij, die de verschrikkingen in eigen land ontvluchten. Deze landen zijn compleet verzadigd. Wij moeten hen helpen om de vluchtelingen op te vangen. Maar de internationale gemeenschap geeft ons het geld niet om dat te doen. De situatie loopt uit de hand.”

Op 3 november riep UNHCR in Genève de donoren bijeen met het klemmende verzoek guller te zijn voor Irakezen. Zij kregen grimmige cijfers voorgeschoteld. In 2003, toen veel Irakezen op de vlucht waren voor het regime van Saddam Hussein en de economische ontberingen die de sancties teweegbrachten, had de organisatie nog een budget van 150 miljoen dollar voor hen. Na de Amerikaanse invasie in dat jaar verwachtte men dat veel vluchtelingen naar huis zouden terugkeren. Veel donoren begonnen hun geld meer in projecten voor de Iraakse wederopbouw te steken – wegen, scholen, elektriciteit, water. Sommigen hebben ook troepen in Irak te onderhouden.

Het gevolg is dat UNHCR voor 2006 slechts 29 miljoen dollar voor Iraakse vluchtelingen op de begroting kon zetten. Driekwart is voor de 1,6 miljoen Irakezen die in eigen land ontheemd zijn geraakt; slechts één kwart gaat naar de 1,6 miljoen in de buurlanden. Maar van die 29 miljoen heeft de organisatie nu, eind 2006, pas elf miljoen binnen. Van de 1,3 miljoen die UNHCR in Damascus had moeten krijgen, heeft het 700.000 dollar ontvangen – amper één dollar per vluchteling per jaar.

„De meeste donoren hebben geen aandacht voor deze groeiende humanitaire crisis”, zegt Harper, net terug uit Syrië. „UNHCR heeft in Damascus en Amman mensen ontslagen. In Koeweit, waar minstens 140.000 Irakezen zitten, sluiten we ons kantoor. Onze opslag in Aqaba gaat dicht. In Damascus hebben we een wachtlijst van 14.000 Irakezen die dringend hulp nodig hebben, maar die we niet kunnen helpen. Veel vluchtelingen melden zich niet eens meer bij ons; ze weten dat we niets kunnen doen.”

UNHCR is niet de enige die aan de bel trekt. Laatst maakte Unicef, het VN-kinderfonds, bekend dat 450.000 Irakezen in Syrië in erbarmelijke omstandigheden leven. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) ontvluchten sinds februari, na de aanslag op de Gouden Moskee in Samarra, alleen al in Centraal- en Zuid-Irak 9.000 mensen per week hun huis. „Je hoeft geen Einstein te zijn om te beseffen dat dit aantal alleen maar zal toenemen,” zegt Harper. „Het etnische geweld gaat onverminderd door. In sommige steden is de werkloosheid zeventig procent.”

Voorheen hadden veel vluchtelingen in Irak en de buurlanden nog wel spaargeld. Of ze trokken naar familieleden, die reserves hadden. Maar de spaarpotten raken leeg. Irakezen die al langer in Syrië of Jordanië woonden, krijgen zoveel hulpbehoevende neven en nichten aan de deur dat ze niet meer weten hoe ze hen moeten voeden. De vluchtelingen mogen niet werken. Het enige dat rest, zijn zwarte onderbetaalde klusjes – wat leidt tot kinderarbeid en vrouwenhandel. „Je kunt Syrië en Jordanië bekritiseren dat ze niet genoeg doen,” zegt Harper. „Maar Jordanië, dat de VN-vluchtelingenconventie niet heeft getekend, en dus niet verplicht is zich over deze mensen te ontfermen, heeft wel alle scholen gevraagd om Iraakse kinderen toe te laten. Klassen zitten intussen stampvol. De overheid heeft geen geld om meer leraren aan te nemen. In Syrië zie je hetzelfde. De internationale gemeenschap moet bijspringen.”

Maar de grootste donor van UNHCR, de Verenigde Staten, staat voor een fundamenteel politiek dilemma. „Geld uittrekken voor zoveel Iraakse vluchtelingen betekent erkennen dat er in Irak vervolging is,” zegt een Amerikaanse functionaris die anoniem wil blijven. „En dát betekent weer dat je toegeeft dat de Amerikaanse ‘missie’ in Irak geen succes is. Politiek is dat onhaalbaar.” Het geld dat het Bureau for Population, Migration and Refugees op het State Department in Washington vóór de invasie in 2003 voor Iraakse vluchtelingen beschikbaar had, is overgeheveld naar andere potjes. Dat geld, vertelt de functionaris, komt voorlopig niet terug. Daarom zijn de VS er, zacht gezegd, niet gelukkig mee dat UNHCR nu de aandacht vestigt op dit vluchtelingenprobleem. Volgens een ingewijde is dit ook de reden dat UNHCR er niet eerder mee naar buiten trad. „Voordat een VN-organisatie zijn belangrijkste donor voor het hoofd stoot, moet er heel wat gebeuren.”

Voor andere grote donoren aan UNHCR, zoals de Scandinavische landen, Japan en Nederland, zijn de Iraakse vluchtelingen politiek minder pijnlijk dan voor de VS. Europa heeft er bovendien belang bij het financiële gat te dichten dat de Amerikanen hebben geslagen: daar is het aantal Iraakse asielzoekers vier keer zo hoog als twee jaar terug.

Sinds de noodkreet van UNHCR van vorige week overleggen diplomaten in Genève druk met ministeries in hun hoofdsteden. Maar op de vraag of hij sindsdien al financiële toezeggingen van donoren heeft gekregen, zegt Harper: „Geen enkele.”