Sterven mag, maar zonder overlast

De voorstelling Niemandsverdriet neemt ons mee terug naar de Eerste Wereldoorlog.

In een ziekenhuis op zoek naar de restjes menselijkheid.

Op ziekenbezoek bij Toneelgroep Oostpool. Voor het toneelstuk Niemandsverdriet heeft de groep een veldhospitaal ingericht in de voormalige Menno van Coehhornkazerne, waar in 1939-1940 de infanterie lag gelegerd die op de Grebbenberg vocht. Schrijver Peer Wittenbols neemt ons mee verder terug, naar de Eerste Wereldoorlog. We volgen drie slachtoffers in drie stadia; van binnenkomst, als vormloze hopen vlees, totdat ze weer weg mogen, al dan niet tussen zes planken.

Hiervoor zijn de ruimtes van de kazerne in verschillende kleuren geschilderd. De polikliniek is rood. Op een lange tafel liggen de slachtoffers, nog nauwelijks te herkennen als mensen. In deze proloog heeft de veldarts de hoofdrol, gespeeld door Ad Knippels. Deze oppermachtige, ontvouwt zijn opgeruimde filosofie, die bij oppervlakkige beschouwing cynisch lijkt, maar die ook de enige manier is waarop hij dit smerige werk toegewijd kan doen.

Dan volgt de tocht naar de zalen, geschilderd in blauw en groen. Hier krijgen de patiënten hun gezicht terug. De jongen die door een granaatscherf in zijn hoofd tot kind is geworden, zonder verleden. De vrouw die het lijk van haar man ging zoeken en volledig verbrand raakte. De vrolijke Frans die niet beseft dat hij langzaam sterft; het chloorgas heeft zijn longen vernietigd. Het toneelstuk eindigt op zolder, met houtsnippers op de vloer en een kleine bloemenkas, als zuurstoftank voor de stervende man.

De oorlog dient vooral als contrapunt: midden in deze hel van massaal zinloos lijden gaan Wittenbols en regisseur Rob Ligthert op zoek naar de restjes menselijkheid: de vriendschap tussen de patiënten, lotgenoten die ook elkaars concurrenten zijn, in het beter worden. Deze vriendschap kent ook zijn grenzen: we kunnen het prima verdragen als iemand sterft, als hij daarbij maar niet teveel overlast veroorzaakt.

De verschillende benadering van menselijkheid van de afstandelijke arts en de glimlachende verpleegster worden steeds tegenover elkaar geplaats: de arts wil praktisch zijn, en professioneel menselijk, ook als dit hard of cynisch lijkt. De verpleegster zoekt de zachte kanten, het inleven in de patiënt, probeert hem het leven draaglijker maken. Haar onaantastbare glimlach heeft echter ook iets afstandelijks.

Bij de arts en de zuster vinden ook voortdurend botsingen plaats tussen de harde waarheid en de zoete leugen, zonder duidelijke morele winnaar. De vrolijke patiënt, gangmaker van de afdeling, verandert in een huistiran zodra hij de waarheid hoort, dat hij stervende is. Op zijn wens helpt de verpleegster hem uit zijn lijden, waar de arts fel tegen is. Omdat hij zijn werk niet goed meer kan doen als hij de beslissing over leven en dood erbij krijgt.

Het hoogstaande toneelwerk van Peer Wittenbols speelt zich doorgaans af in hedendaagse huiskamers. Niemandsverdriet is hierop een uitzondering door zijn historische en politieke context. Deze drie levens blijven hier echter ook wat schetsmatigs houden, waardoor Niemandsverdriet in zijn oeuvre een plaats inneemt tussen de middenmoters.

Ook hetzelfde is zijn boodschap van menselijkheid tegen alles in. Tegelijkertijd schildert hij zoveel duisternis, dat je je afvraagt wat je eigenlijk hebt aan die piepkleine lichtjes van menselijkheid. Maar ja, wat hebben we anders.

Niemandsverdriet van Peer Wittenbols, door Oostpool

T/m 23 nov. in Menno van Coehoornkazerne, Arnhem. Inl. 026-4437655 of www.oostpool.nl. of 29563 naar 7585.