Premier is schuldig aan verloedering

Op vrijwel geen enkel moment heeft de coalitie er blijk van gegeven een serieus debat te willen – zie de gang van zaken rond Irak. Dat maakt het gepreek van Balkenende zo onheus, meent Thomas von der Dunk.

De brutalen hebben de halve wereld, maar ook schaamteloosheid heeft grenzen. Het Balkenende-spreekbuisduo Schinkelshoek en Klink heeft die nu ruimschoots overschreden. De premier zou van Nederland weer een fatsoenlijk land hebben gemaakt en snakken naar publiek debat, terwijl ‘de intellectuelen’ het af laten weten. Je moet maar durven.

Op vrijwel geen enkel moment heeft de coalitie er blijk van gegeven een serieus debat te willen. Daarom is Winsemius nu zo’n verademing. De rest wist echter zelf altijd beter hoe het moest. Nog recent liet CDA-minister Van der Hoeven bijvoorbeeld tijdens een onderwijsmiddag stug weten aan het leerrechtenstelsel vast te houden. Dat alle betrokkenen dit plan terecht als rampzalig beschouwen, deed er niet toe. Haar enige sovjetdemocratische argument: het is in de coalitie afgesproken, en door het parlement afgezegend. Wat open debat?

Ook binnen het kabinet zelf blijkt dat onmogelijk. Toen minister Bot vorig jaar verklaarde wat ieder verstandig mens allang wist – dat Irak een miskleun was – werd hem door Maxime Verhagen en Hans van Baalen meteen de mond gesnoerd. Terwijl in Washington en Westminster heftig wordt gediscussieerd, verkeert het Binnenhof nog in een staat van ontkenning. Een ijzeren cordon van CDA en VVD belemmert elk onderzoek naar de redenen waarom indertijd de leugens van Bush klakkeloos zijn geslikt. Dat daarmee het beoogde NAVO-baantje van Jaap de Hoop Scheffer veilig gesteld moest worden, is in Brussel een publiek geheim, maar in Den Haag een taboe.

Juist dit maakt het gepreek van Balkenende zo onheus. Niet een besmuikte glimlach, maar toenemend ongeloof maakt zich van de toeschouwer meester. Nog nooit is de politieke moraal zo verloederd als juist onder hem. Nog steeds tolereert hij in Verdonk een minister die regelmatig de Kamer heeft voorgelogen en zich ten aanzien van Hirsi Ali uit persoonlijke rancune aan machtsmisbruik heeft bezondigd. Het was veelzeggend dat zijn laatste kabinet ten val kwam toen hij dienaangaande eindelijk de waarheid sprak. Voor die constatering is geen Groen van Prinsterer nodig.

Niet alleen hier heeft Balkenende, die zonder twijfel de meest incompetente premier is sinds wijlen De Geer, als moreel leider gefaald. In Europa was hij bij de kwestie-Buttiglione en het referendumdebacle grotendeels afwezig. Toen hij pal moest staan voor Nederlandse waarden, tegenover homofobe Indonesische studenten en opgewonden moslima’s na de moord op Van Gogh, dook hij bij de eerste vraag al als een bange schooljongen weg. Op serieuze morele problemen als de toenemende kloof tussen arm en rijk of het graaigedrag in het bedrijfsleven reageert hij met kinderlijke VOC-romantiek.

Over de genante vertoning toen hij een paar jaar geleden met Bush de ontbijtcornflakes mocht delen, zullen we ten slotte zwijgen. Die beelden worden ongetwijfeld over de hele wereld in diplomatenklasjes vertoond: zo pak je het Nederlandse kabinet in. Zoals oud-CDA-voorman Aantjes laatst terecht opmerkte: het Catshuis is geen stageplek. Aan die mislukte stage dient nu eindelijk eens een einde te komen. Ik daag de premier hierover uit tot het diepgravende debat waarnaar hij kennelijk zo snakt.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

Het artikel van Schinkelshoek en Klink staat op www.nrc.nl/opinie