Parks’ spark

Toen Rosa Parks in 1955 weigerde op te staan voor een blanke, was dat niet de eerste keer. Waarom was haar weigering de vonk die leidde tot massaal protest? En tot het einde van de rassenscheiding?

Op 13 november 1956 verklaarde het Supreme Court van de VS het scheiden van rassen ongrondwettig. Dat was het resultaat van een massale protestbeweging, die een jaar eerder was geïnitieerd door Rosa Parks (1913-2005). Op 1 december 1955 had zij in een bus geweigerd haar stoel af te staan aan een ‘blanke’ man en zelf achterin te gaan zitten of staan, of de bus te verlaten.

Dat werd toen ‘vanzelfsprekend’ geacht voor iedere ‘zwarte’. De eerste vier rijen waren gereserveerd voor ‘witten’. ‘Zwarten’ (driekwart van de passagiers) mochten alleen op de rijen er achter zitten, als daar geen ‘witten’ op zaten of wilden.

Het was in Montgomery, een grote stad in Alabama, in het zuidoosten van de VS. Toen Parks verdomde op te staan, werd er een ‘blanke’ agent bijgehaald, die haar arresteerde en opsloot. Ze kwam op borgtocht vrij en werd vier dagen later gestraft met een boete van 10 $ (+ 4 $ proceskosten) waartegen ze in beroep ging tot in het Supreme Court . In februari 1956 werd ze gearresteerd bij de busboycot (zie foto).

Zij was naaister van beroep, geschoold in raciale gelijkheid en de rechten van arbeiders, activiste voor burgerrechten en secretaresse voor de NAACP (National Association for the Advancement of Coloured People, sinds 1909 een Burgerrechtenbeweging in de VS). Haar lef sprak zo tot de verbeelding dat de media er in slaagden genoeg ‘blanken’ te overtuigen van het onrecht dat een ‘zwarte’ vrouw ervaart als ze in een bus voor een ‘blanke’ moet wijken en wijkt. ‘Zwarten’ hadden die vernedering en pijn natuurlijk allang gevoeld, maar weinig ‘witten’ zagen het. Toch wist de pers het verhaal zo te brengen dat het moeilijk werd om de scheiding van rassen nog langer vol te houden.

Zulke vlammomenten kun je niet beramen, ze gebeuren gewoon. Ineens wordt een persoon of voorval paradigmatisch en verandert er iets. Parks’ weigering leidde tot een busboycot van 381 dagen, die zich over andere gemeenten verspreidde, ook als staking. Dominee Martin Luther King (1929-1968) smeedde dit spontane, hete protest in enkele dagen tot een massale Burgerrechtenbeweging.

Het oordeel van het Supreme Court dwong de busmaatschappij haar raciale segregatie op te heffen. De verzetsbeweging gebruikte de geweldloze methoden van Mahatma Gandhi ook om de rassenscheiding in winkels, bibliotheken en bioscopen af te schaffen. In 1963 was de grote protestmars tegen racisme met als hoogtepunt Kings hartekreet ‘I have a dream that my four children will one day live in a nation where they will not be jugded by the colour of their skin but by the content of their character.’ En in 1964 werd een wet aangenomen tegen rassendiscriminatie in openbare gelegenheden en scholen. Pas na de moord op King in april 1968 verbrokkelde de eenheid van de Civil Rights Movements.

Parks heeft natuurlijk nooit kunnen voorzien welke consequenties haar weigering en arrestatie zou hebben. Niemand kon voorspellen of, wanneer, waar er zoiets zou gebeuren als wat er in en na Montgomery geschiedde. Parks’ daad bleek een onvermoede, maar o zo nodige kristallisatiekern in een oververzadigde oplossing. King zei in zijn Stride toward Freedom: The Montgomery Story (1958) treffend: „De arrestatie van mevrouw Parks was meer de aanleiding dan de oorzaak van de protesten.”

Nu is bekend dat in juli 1944 de ‘zwarte’ Irene Morgan (27) in een Greyhound bus haar stoel niet wilde afstaan aan een ‘wit’ paar. Net als Rosa Parks werd ze gearresteerd en vastgezet. Ze procedeerde tot in het Supreme Court, dat (6-1) de rassenscheiding onwettig vond. Maar de zuidelijke staten weigerden deze jurisprudentie in praktijk te brengen.

In 1955 werd er een ‘zwart’ meisje van vijftien vervolgd voor iets dergelijks. Maar de steun, die ze kreeg, viel weg, toen ze zwanger bleek. En Rosa Parks was al in 1943 uit een bus gezet, nota bene door dezelfde ‘blanke’ chauffeur als in 1956.

Op haar zevenenzeventigste verjaardag zei de naaister van toen, terugblikkend als ‘moeder van de Burgerrechtenbeweging’: „Ik wil gezien worden als iemand die geïnteresseerd is in vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid en welvaart voor iedereen.”

Na haar dood, 24 oktober 2005, werd ze opgebaard in het Capitool, wat alleen is weggelegd voor presidenten en oorlogshelden. Deze zwarte roos, Rosa Louise Parks-McCauley, werd begraven bij haar man en haar moeder.