Nederlanders nog dominant op 5.000 meter

Veel voormalige Nederlandse schaatstoppers ontbraken bij de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen in Heerenveen. Desondanks gaf de uitslag op de 5.000 meter weer een vertrouwd beeld.

Het was even wennen in Thialf, bij de eerste wereldbekerwedstrijd van het seizoen: een 5.000 meter zonder vertrouwde namen als Gianni Romme, Jochem Uytdehaage, Rintje Ritsma of Mark Tuitert. Romme stopte vorige week met schaatsen, Uytdehaage en Ritsma plaatsten zich niet en Tuitert was vorige week bij de NK afstanden geblesseerd geraakt aan zijn lies.

Maar ondanks het gemis van dit viertal, de afgelopen jaren goed voor vele zeges in wereldbekerwedstrijden, gaf de uitslag wel een vertrouwd beeld op deze ‘Nederlandse’ afstand: Sven Kramer won voor Carl Verheijen.

Kramer was, net als vorige week op de NK afstanden in Assen, de grote man. De jonge Fries versloeg in een zinderende race zijn Noorse opponent Eskil Ervik (6.20,46). Elke keer als de vlak rijdende Ervik dacht dat hij kon aansluiten bij Kramer, antwoordde de Nederlander met een versnelling. Hij miste net het baanrecord. „Ik weet dat ik er goed voor sta. Maar voor januari zegt dit nog niet zo veel. De anderen staan er dan gewoon weer”, zei Kramer na afloop van zijn race.

Carl Verheijen werd, opnieuw in de schaduw van zijn jonge ploeggenoot, tweede in 6.18,81. De prestatie van Verheijen was knap, omdat hij helemaal alleen op het ijs stond. Chad Hedrick had zich op het laatste moment teruggetrokken. De Amerikaan, die vrijdag op de 1.500 meter al had laten zien dat hij na de Olympische Spelen van Turijn even de teugels had laten vieren, heeft de trainingen pas kort geleden hervat. „Ik heb de conditie nog niet voor een vijf kilometer”, verklaarde hij. „De afgelopen zomer heb ik van andere dingen dan schaatsen genoten.”

Het Noorse talent Håvard Bøkko (6.23,39) werd vierde, vlak voor Bob de Jong (6.24,17) die langzaam op stoom begint te raken.

Behalve Kramer en Erben Wennemars, die vrijdag al de 1.500 meter had gewonnen, stond zaterdag nog een TVM-schaatser op het podium. Sprinter Beorn Nijenhuis werd knap tweede op de 1.000 meter (1.09,21). De Koreaan Lee was 0,2 seconde sneller. Het was voor Nijenhuis de eerste podiumplaats sinds februari 2005. Wennemars werd derde. In tegenstelling tot Hedrick trainde olympisch en wereldkampioen Shani Davis wel door na Turijn, maar hij stortte zich vooral op het shorttracken. Davis, pas twee weken in training op de langebaan, verbaasde gisteren ook zichzelf met een zege op de tweede 1.000 meter: 1.09,17. „Ik train pas kort, maar wel heel veel, meerdere keren per dag”, zei Davis. „Maar ik ben ook verbaasd door dit succes.”

Bij de vrouwen won Renate Groenewold gisteren de 3.000 meter, voor Ireen Wüst. Dat betekende pas de derde wereldbekeroverwinning in de carrière van Groenewold, die zeer blij was. „Ik had dit niet verwacht, want ik was niet helemaal tevreden over mijn race. Het is heel fijn om nu al te winnen.”

Verder ging de meeste aandacht uit naar Anni Friesinger. De Duitse won in Heerenveen alles wat er te winnen viel. Vrijdag werd ze eerste op de 1.000 meter, voor de Canadese Christine Nesbitt en Ireen Wüst. Zaterdag zag het podium er na de 1.500 meter precies hetzelfde uit. Friesinger reed een tijd van 1.56,90, bijna een halve seconde sneller dan Wüst.

Toch ziet Wüst dat ze langzaam maar zeker het gat met Friesinger aan het dichten is. „Wat dat betreft ben ik tevreden”, zei Wüst. Gisteren versloeg Friesinger op de tweede 1.000 meter opnieuw Nesbitt en Wüst. Wüst reed op vier afstanden, en haalde elke keer het podium.

Tegenslagen waren er voor de DSB-ploeg van coach Jac Orie. Daar moesten Mark Tuitert (liesblessure) en sprinter Simon Kuipers (rugblessure) afzeggen. Drievoudig olympisch kampioene Marianne Timmer, die in het voorseizoen een sleutelbeen brak, raakt langzaam in vorm maar haalde nog geen successen.

Anni Friesinger: pagina 14