Ik, hypocriet, viel flauw door de apenhersens

Nilgün Yerli viel flauw tijdens een etentje in China.

Ze leerde: beheers je gevoelens om te integreren.

Nooit meer zal worst mij smaken zoals vroeger. Nooit meer zal ik naar een schilpad kijken zonder verdriet te voelen. Mijn erfenis gaat naar Stichting Aap. Want ik was twaalf dagen in China. Mijn man en ik waren er voor zaken. Hij probeert het Chinese tabaksmonopolie te doorbreken, ik schrijf een kinderboek over ‘Schoentjes Bruin’ – en wil daar schoenen bij laten maken in China.

We kwamen in Beijing en zagen echt negen miljoen fietsen. Geen Batavussen, Giants of Gazelles want ook op fietsen heeft de Chinese overheid een monopolie. In Turkije zeg ik altijd dat Nederland de beste fietspaden ter wereld heeft. Maar in Beijing hebben ze voor fietsers wat wij voor auto’s hebben: tweebaanswegen.

Elke keer dat vrouwen van rond de vijfentwintig vertelden dat ze enig kind waren, hoorde ik mezelf zeggen: „Echt waar? Goh.” En steeds als ik dat zei, kon ik mezelf wel slaan. Ook ontdekte ik dat wij westerlingen enorm discrimineren. Althans: wij discrimineren dieren. En Chinezen doen dat niet. Totaal niet. Toen ik een hele schilpad op een bord rijst zag liggen, werd ik letterlijk onwel. En ik kan veel hebben. Maar het werd erger. Ik zag kleine muisjes op een bed van noedels. Ook dat was nog niet erg genoeg.

Het ergste gebeurde toen mijn man en ik werden uitgenodigd voor een zakelijk, door de overheid aan ons aangeboden diner (de tabakswereld kent vele ingangen). Het diner vond plaats in Chongqing, aan de rivier Yangtze. Wij waren eregast – en je eregast geef je alleen het allerbeste. De tafel was mooi gedekt, met Chinees servies. Naast de borden lag een lepel. Chinese stokjes ontbraken. In het midden van de tafel waren drie gaten uitgespaard. Toen werden drie kleine aapjes binnengebracht. De aapjes werden met hun hoofd in de gaten vastgezet, waardoor ze zich niet meer konden verroeren.

En toen kwam het mes. En met dat mes werd heel snel de punt van het hoofd van een aapje afgehakt. Daarna kon je de hersenen eruit lepelen. De hersenen van het aapje. Het voelde alsof ik op de filmset zat van Indiana Jones. Het aapje beefde en viel flauw. Het geluid van de pijn die het had, ging van mijn oor rechtstreeks naar mijn bloedsomloop. Ik viel ook flauw.

Toen ik bijkwam, legde de gastheer uit: „U wilt zaken doen met China? Dan zult u moeten leren uw gevoelens te beheersen.” En, zei hij, u zou eens te rade moeten gaan bij uw geweten. „Want wat maakt in uw ogen een aap anders dan een kalf, een schaap of een kip, dieren die u in het westen dagelijks eet? Kalfszwezerik bijvoorbeeld, is toch een delicatesse bij u?” „Ja, maar wij eten geen dieren levend op”, antwoordde ik, nog beverig. „Maar ze worden wel eens levend onthoofd, toch?” „Ja, maar niet voor onze ogen.” „Doet dat de dieren minder lijden?” „Nee. Maar dit is wel héél erg. Een aap! Die eet je niet!” „Waarom eet u dan wel konijn? Fazant? Eend? Krab? Kreeft? Hert?”

Ja, waarom? Ik had geen antwoord. Erger, ik had mezelf al vaak bestraffend toegesproken, omdat ik konijnenbont draag terwijl ik tegen bont ben. Ik maak mezelf dan wijs dat het konijn toch wordt opgegeten. En dan is het alleen maar goed dat zijn huid wordt gebruikt, net als de huid van koeien en schapen.

Nu ben ik vegetariër geworden. En dat ben ik geworden in de wetenschap dat in ieder van ons een hypocriet schuilt. Welke waarden, normen en principes je ook aanhangt, altijd zal die hypocriet erbij zijn als je jezelf de vraag stelt waar je grenzen liggen.

Nilgün Yerli, cabaretière en schrijfster, is van Turkse komaf en heeft jaren in Nederland gewoond.

Moet een immigrant en/of toerist zich aanpassen aan de heersende cultuur? Discussieer mee op nrc.nl/discussie